Verslaggeving van terreur: veel emotie, weinig feiten

Medialogica

De pure feiten in de verslaggeving rond terreur blijven vaak achterwege. Zijn alle feiten heilig? En hoe geef je emoties een plek, zonder mensen angst aan te jagen?

De voorpagina van de Metro, op woensdag 24 mei.

De geheel gitzwarte voorpagina van treinkrant Metro gaf vieze vingers, afgelopen woensdag. In het midden stond enkel een kleine portretfoto van een lief lachend meisje. Daaronder: 'Saffie Rose Roussos (8).' Ze werd wereldwijd het gezicht van de aanslag in Manchester, zoals het verdronken en aangespoelde jongetje Alan de verbeelding werd van het vluchtelingendrama. De eerste zin van RTL Nieuws: 'Het jongste slachtoffer van Manchester was acht jaar oud...'

Saffie stond onder meer breeduit op De Telegraaf: 'Saffie (8) moest de volgende dag gewoon weer naar school'. Acht volle pagina's wijdde de krant aan de 'Aanslag op de onschuld.' De koppen spraken boekdelen: 'Ik greep haar vast en dacht: weg hier.' Of: 'Stoere stad zit in een spagaat.' En: 'Waar is mijn kind?', of: 'Broederliefde in Stockholm.'

De (Nederlandse) kranten en tv-journaals toonden woensdag aan dat het pure feitenverslag een reeds lang verlaten station is. Wat er maandagavond in Manchester was gebeurd, haalde vanwege het tijdstip de meeste papieren kranten van de volgende dag niet eens, sociale media en nieuwssites (onder meer van diezelfde kranten) vertelden en toonden alles wat verteld en getoond kon worden, inclusief beelden die je misschien liever niet had willen zien. The day after restten de media grofweg twee ingrediënten: heel veel emotie (in beeld), en enkele feiten (in tekst).

De vraag die na de aanslag op Manchester rijst, is niet nieuw, maar wel weer prangender dan voorheen: welke journalistiek moet het antwoord zijn op terreur? Verslaan we emoties of feiten?

Verdriet, afschuw en verbijstering

De emotie heeft nu overduidelijk gewonnen. De gevoelige reportage; columnisten en andere fijnschrijvers worden aan het werk gezet om het onbevattelijke in woorden te vangen. Waar feiten ontbreken of in luttele regels te geven zijn, kiezen media steeds meer voor het breed uitserveren van verdriet, afschuw en verbijstering. Trouw vulde de voorpagina met gevoelscolumnist Wim Boevink, eenzelfde reflex als waarmee de NRC bij de overwinning van Feyenoord de voorpagina vulde met sportcolumnist Wilfried de Jong ('Eerder had ik thuis voor de televisie geschreeuwd bij de doelpunten van Dirk Kuijt en een traan gelaten om het geëmotioneerde gezicht van coach Giovanni van Bronckhorst.') Het AD zette schrijver Ronald Giphart in: 'We dachten dat het niet erger kon, maar we hadden ongelijk.'

Allemaal begrijpelijke reflexen; wie is er niet verbijsterd? Emotie is voor media bovendien ruim voorradig en gemakkelijk te verkrijgen. Maar wat een verschil in toon en maatvoering met de Amerikaanse kranten. The Washington Post, The New York Times: één (redelijk ingetogen) foto met een feitelijk nieuwsbericht op de voorpagina, tussen wel vijf andere berichten.

The NYT baarde dan weer wel opzien met feiten die de woede opwekten van de Britse autoriteiten: de uitgelekte foto's van de gebruikte bom en ander bewijsmateriaal.

Angst aanjagen

Natuurlijk, de journalistiek is op aarde om te publiceren wat verborgen blijft. De vraag is wel of dat oude credo in tijden van terreur nog houdbaar is. Niet alle feiten zijn heilig. De foto's van The New York Times verraden mogelijk iets over de stand van onderzoek naar de dader en eventuele helpers, en spelen dus een eventueel netwerk in de kaart. Er is veel voor te zeggen zulke foto's niet af te drukken op zo'n precair moment. Want wat is de nieuwswaarde precies?

De andere route, die van het weerkaatsen van emotie, eist intussen ook z'n tol. Terreur heeft mede tot doel angst te verspreiden. Media die nadrukkelijk op emotie jagen, dragen (ongewild, mogen we hopen) bij aan de verspreiding van angst. Precies wat terreur zo'n doelmatige operatie maakt in de ogen van de daders.

Ook emotie is realiteit

Verantwoordelijke (hoofd)redacteuren zeggen in een van de vele verklaringen steeds vaker dat journalistiek ook is: verslag doen van emoties die leven - ook dát is realiteit. Dat is waar. Maar welk nieuw inzicht levert dat op? Wie kan zich geen voorstelling maken bij een bom in een zaal vol bezoekers, bij de shock voor getuigen en nabestaanden? Hoeveel huilende ouders willen we precies in beeld?

De verslaggeving bewoog zich langs vaste rituelen. BN'ers waren weer geschokt, diverse 'deskundigen' slaan aan het relativeren van de risico's van een aanslag, zoals Peter R. de Vries deed in RTL Boulevard. Op Radio 1 (De ochtend) deden de 'Nieuwsgieren' (een programmaonderdeel waarin een week lang een thema wordt belicht) hetzelfde: de kans dat je omkomt doordat je van een trapje valt is groter dan dat een terreurbom jou treft, was de boodschap. Een van de sprekers sloeg zichzelf op de borst met deze 'constructieve journalistiek'.

Eerst de angst voeden, dan de brand blussen. Als dat 'constructieve journalistiek' heet, hoe heet die eerdere verslaggeving dan?

De journalist daalde opnieuw in aanzien en bungelt nu tussen leerkrachten, pastoors en dominees en ambtenaren van de afdeling Bevolking, volgens de 'Beroepsprestigeladder 2016' die deze week verscheen. Vers voer voor discussie in hoofdstedelijke debatzaaltjes. En een goed moment voor levensvragen: wat te doen met nieuws als 'Manchester'? Negeren is natuurlijk nonsens. Maar de journalistiek zou zich weleens vaker mogen afvragen: wat willen en moeten we precies melden? 20 procent minder laten meeslepen door emotie, driemaal daags een verse portie zakelijke feiten: de journalistiek én de lezer worden er beter van.

Meer over