Verslaggevers vlogen zondag al boven rampgebied

Met meer dan gewone belangstelling heb ik het indrukwekkende katern Watersnood 1953 gelezen (de Volkskrant, 25 januari). Maar iets bevreemdt me....

In de bijdrage van Bas van Kleef wordt geschreven dat de journalistiek het in navolging van de regering het aanvankelijk wel leek te geloven. Bescheidenheid is een mooie deugd, maar hier is toch eerder sprake van enige laatdunkendheid, ook ten aanzien van de eigen voorgangers. Ik kan dit zonder misplaatste trots schrijven, want mijn rol bij deze vlucht was heel minimaal, zo niet non-existent. Wat was namelijk het geval? Ik was redacteur buitenland van de Volkskrant en woonde in Bovenkerk, ten zuiden van Amsterdam, waar onze krant een half straatje huizen had gekocht voor redacteuren en zetters, welk straatje vanwege de gelijknamige strip in de krant de bijnaam Tom Poesdorp had gekregen. Natuurlijk had ik het stormachtige weer van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari 1953 wel opgemerkt, maar ik had gewoon geslapen en wist alleen vaag dat het flink gespookt had. Op die zondagmorgen liep ik voor mijn huis Carel Enkelaar tegen het lijf, een van de sterverslaggevers van de Volkskrant, die naast mij in het Tom Poesdorp woonde. Hij had die morgen in overleg niet hoofdredacteur Joop Lücker - voor twaalfhonderd gulden per uur - een Dakota gehuurd om er voor de krant mee boven het rampgebied te vliegen en stond op het punt naar Schiphol te gaan. Behalve Carel Enkelaar zouden ook Volkskrant-medewerker en voormalig KLM-gezagvoerder Willem van Veenendaal en redacteur Jan Vesters meevliegen, benevens persfotograaf Jan Stevens, die veel voor onze krant werkte.

Enkelaar vroeg of ik zin had om mee te gaan; er was plaats genoeg in de Dakota. Natuurlijk wel. Het was voor mij eigenlijk een uitstapje, want ik hoefde geen notities te maken en ook geen verslag te schrijven. Dat zou het werk zijn van Enkelaar en Vesters. Ik sprong bij Enkelaar en Vesters, die weer naast Enkelaar woonde, in de auto en we reden fluks naar Schiphol.

Onder een donkere hemel met jagende wolken vlogen we met gezagvoerder Hoorweg aan de stuurknuppel in de Dakota PH-TBZ zuidwaarts en meteen voorbij Rotterdam kregen we zicht op wat de stormvloed had aangericht: onafzienbare opgestuwde watermassa's en vele vierkante kilometers overstroomd land. Hoe meer we naar het zuiden vlogen, hoe meer dijkdoorbraken we in het vizier kregen. Maar ook hoe zieker ik werd. Het vliegtuig schudde zwaar in de nog nawoedende wind en ik voelde me steeds beroerder worden. Toch keek ik nu en dan door een raampje, terwijl de Dakota probeerde ons zicht te geven op de geschonden dijken met het instromende water, op het dode vee en op de mensen op daken of in groepen rond een wat hoger gelegen gebouw, een kerk of een stadhuis.

Op een gegeven ogenblik werd ook nog een deur van het vliegtuig geopend en nam de zich schrap zettende fotograaf Stevens, door Enkelaar en Vesters vastgehouden, zijn foto's. Een van de bekendste bleek later die waarop niet minder dan elf dijkbreuken te zien waren. Zo vlogen wij over Schouwen, Goeree en Overflakkee, Tholen en Zuid-Beveland, de gebieden met de ergste dijkdoorbraken. Ons werd heel scherp duidelijk welk een omvang de ramp had en we beseften dat veel mensen verdronken moesten zijn, al wisten ook wij toen nog niet dat in totaal 1835 mensen zouden omkomen.

Nadat we weer op Schiphol geland waren en ik in Bovenkerk was afgezet, gingen m'n collega's door naar Amsterdam om hun werk af te ronden. Later hoorde ik dat hun indrukken aan minister-president Drees waren doorgegeven en dat zo op het hoogste niveau een veel vollediger beeld was verkregen dan uit de broksgewijze binnenkomende berichten uit andere bronnen was op te maken.

Veertig jaar later, begin 1993, leefden van ons die in de Dakota de eerste vlucht boven het verdronken land hadden gemaakt, alleen Carel Enkelaar en ik nog. De KRO-televisie vroeg ons voor een herdenkingsprogramma de vlucht over te doen. Met als KRO-verslaggever Joost Middelhof en een cameraman vlogen we, in een kleiner vliegtuigje dan de Dakota van toen, ongeveer dezelfde route als in 1953. Zeeland was nu tegen het water afgegrendeld door de Deltawerken, maar het viel mij op hoe iel die afstaken tegen de enorme watermassa's. Zouden die wonderwerken van de techniek, van dichtbij gezien zo indrukwekkend, het houden als het water weer als in 1953 of nog gewelddadiger zou komen opzetten? Die gedachte flitste mij op die tweede vlucht verschillende malen door het hoofd.

Inmiddels is ook Carel Enkelaar overleden. Als enige nog in leven zijnde Volkskrant-redacteur die de vliegtocht op 1 februari boven het verdronken land meemaakte, wilde ik door het vorenstaande erop wijzen dat onze eigen krant het die dag zeker niet wel leek te geloven.

Amstelveen Gerard van den Boomen Postzegels

In de opsomming in 'Bedelen voor de getroffenen' mis ik de uitgaven van speciale postzegels. Tien dagen na de ramp werd er een overdrukpostzegel uitgegeven van 10c.+ 10c. en een Watersnoodzegel van 10c.+ 5c. De opbrengst ging naar het Rampenfonds. Ook in onder andere Denemarken en IJsland en de Nederlandse overzeese gebieden werden dergelijke toeslagzegels uitgebracht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden