Verslaggever op het ijs TERUGBLIK OP VIJFTIEN ELFSTEDENTOCHTEN

BESTAAN ER nog journalisten als jonkheer Jan Feith? De verslaggever van het Algemeen Handelsblad schaatste op zaterdag 2 januari 1909 tijdens de eerste Elfstedentocht honderdveertig kilometer op met de kopgroep....

'Loop ik uit?', vraagt Hoekstra. 'Ja, tien meter. . . Twintig meter', zegt de verslaggever. 'Zo blijft Hoekstra uitlopen en na vijf minuten al, als ik omkijk: kampioen, je hebt de prijs. Er is niets meer achter je te zien.'

Het tweetal schaatst door het donkere Leeuwarden: 'Ben jullie van de tocht?', klinkt het.

En even later: 't Is nummer één' Gejuich van de brug. Hoekstra valt nog een keer, maar 'ik hoef hem niet meer op zijn benen te zetten. Want een massa mensen is het ijs opgekomen en op de wal staat 't zwart en met een dol gejuich wordt Hoekstra in hun midden opgenomen.'

Feith, die een jaar eerder een driedaagse schaatstocht langs de Friese elf steden had gemaakt, moet een ware mannetjesputter zijn geweest, en toch is hij niet in de uitslag van de eerste officiële tocht opgenomen. De jonkheer schaatste immers slechts honderdveertig van de tweehonderd kilometers.

Natuurlijk, hij had wel mee gewild, op die gedenkwaardige zaterdagochtend, toen 22 dapperen van start gingen. Maar het dooide hem te hard, hij zag niets in een schaatswedstrijd. 'Ai, de zwaargeestigheid van de slapende stad bij kwakkelwinter. Grimmige mist met drupgetik van druipende boomtakken. Natte loopplank naar het ijs.'

Nee, dat was allemaal niks voor Feith.

Nadat de voorzitter van de Friesche IJsbond de rijders had weggestuurd met de woorden: 'Nu dan, heeren, 'n goeie reis', was Feith weer teruggegaan naar hotel Amicitia. 'Zorgvuldig ontbeten om tijd te doden.'

Maar toen de koplopers weer terugkeerden in Leeuwarden, na eerst Dokkum te hebben aangedaan (er werd in die dagen nog om 'De Noord' geschaatst), kroop het schaatsbloed toch waar het niet gaan mocht.

Samen met collega Foeke Tjalma van de Nieuwe Rotterdamsche Courant sluit Feith aan bij het kopgroepje van drie man dat het eerst weer in Leeuwarden terug is. Even later sluit een vierde wedstrijdrijder aan: 'Ja, wie ben jou?' 'Hoekstra uit Warga.'

De NRC-collega haakt in Franeker af, op zoek naar het post- en telegraafkantoor om zijn lezers te informeren, twee andere rijders vallen terug. Het resterende drietal stelt zich aan elkaar voor, wisselen hun beroepen uit: theoloog Hoekstra, boer Gerlof van der Ley en onze courantier.

Onderweg worden ze geholpen door gezonde boerenzonen, die als gids fungeren. 'Voor vijf breng ik jou in Sloten, mannen', en: 'Voor twee pop naar IJlst?'

Ze ogen allen eender, meldt Feith: 'Jonge kop, wat blonde haartjes boven zijn dunne lippen, 'n tot lap gekreukeld stuk ouwe vilthoed, 'n wijd grauw boezeroen, dat 'm bol over de rug blaast, handen in zijn broekzak, en wijde argeloze rijslag.'

In Sneek, de voorlaatste stad, wacht Feith een telegram van de controleur uit Stavoren, dat meldt dat er 25 minuten verschil met de volgers is, en 'dat geeft nieuwe lust'. De gids uit Sneek is een kerel van zes voet, met een baard als Wodan. 'En hij rijdt met zo'n stoere maatvaste slag, of hij een uurwerk in zich heeft, en krits! krats!. . . krits! krats!, zijn ijzers de seconden aangevend. Ik spreek hem maar weer als schipper aan. Maar hij zegt goedig dat hij schoolmeester is.'

Het lijkt erop dat Hoekstra en Van der Ley zullen moeten gaan uitmaken wie deze eerste Elfstedentocht gaat winnen, maar dan rijdt, net buiten Sneek, een derde deelnemer hen achterop: 'Goeie-avond! Mijn naam is luitenant Rooseboom uit Amsterdam. 't Doet me plezier, dat ik de heeren eindelijk heb ingehaald' Het plezier, schrijft Feith fijntjes, 'bij de twee voorrijders schijnt geringer te zijn'. Dan, 'zonder emotie, begint de eindstrijd'.

Feith rijdt gemakkelijk met winnaar Minne Hoekstra op, kijkt voor hem achterom, maar uit zijn verslag valt nergens te bespeuren dat hij eigenlijk gemakkelijk had kunnen winnen. Maar ja, dan had hij ook het begin van de tocht maar moeten schaatsen.

De journalist en schrijver van jongensboeken ging wél meteen in training voor de volgende tocht, die pas weer in 1912 zou worden gehouden. In dat jaar begon hij echter vanwege de dooi niet aan de lange reis van Amsterdam naar Leeuwarden, hij bleef thuis.

Wie schetst zijn verbazing wanneer hij laat in de middag van 7 februari door een collega vanuit Leeuwarden wordt gebeld: 'De Koning heeft de Elfstedentocht gewonnen' 'Nooit had ik zo'n spijt', zou de jonkheer later bekennen.

Journalisten die de tocht schaatsen, zijn er nog steeds, maar oprijden met de winnaar tot aan de finish op de Bonkevaart, nee, dat gebeurt niet meer. Tegenwoordig doet een cameraman dat, op een motorfiets.

Feith's verhalen - die van zijn eigen driedaagse tocht uit 1908, plus de beroemde beschrijving van de eerste echte tocht - zijn opgenomen in het alleraardigste boek Negentig jaar Elfstedentocht 1909-1999, waarin de vijftien tochten (een zestiende verwachten we helaas niet meer) die deze eeuw werden gehouden, nog maar weer eens de revue passeren.

De samenstellers citeren rijkelijk uit oude verslagen, zoals die van Feith, en hebben daarnaast de nog levende winnaars weer eens geïnterviewd. Dat alles uitvoerig geïllustreerd met tientallen foto's uit de onvolprezen Elfsteden-geschiedenis.

Alle winnaars worden voor het voetlicht gehaald. Minne Hoekstra natuurlijk, maar ook wereldkampioen schaatsen Coen de Koning (1912-1917), Karst Leemburg (1929), Abe de Vries (1933), het vijftal van het 'Pact van Dokkum' (1940), Auke Adema (1941), Sietze de Groot (1942), Jan van der Hoorn (1947), Jeen van den Berg (1954), het 'onsportieve' vijftal van 1956, Reinier Paping (1963), Evert van Benthem (1985-1986) en Henk Angenent (1997).

Oude winnaars als Hoekstra, De Koning, Leemburg en De Vries boekstaafden - in een televisieloos tijdperk met slechts af en toe een filmer van het Polygoon-journaal bij de Elfstedentocht - hun eigen ervaringen, waaruit in dit nieuwe boek voor het eerst uitvoerig wordt geciteerd. Prachtige verhalen zijn het. Wat dat betreft is het met moderne winnaars als Van Benthem en Angenent toch maar behelpen.

Zo is daar het zelfgeschreven verslag van Abe de Vries, eerste in 1933, negende in 1940, vijfde in 1941, negende in 1947. De 'eigenzinnige' veehouderszoon uit Dronrijp vond 'dat het nageslacht recht had op de werkelijke feiten'. Zijn boekje, uitgegeven in een mini-oplage en met de titel Zesmaal 200 kilometer geschaatst, is inmiddels een verzamelobject.

Vijfmaal de tocht geschaatst; die zesde keer verwijst naar de vijfhonderd rondjes die de Elfstedencrack in 1977 in de Haagse Uithof schaatste in zeven uur en twintig minuten. Hij was toen 69 jaar en was tevoren nog zo gewaarschuwd: 'Na duizend bochtjes gaan je knieën kapot, en moet jij naar het ziekenhuis.'

Niks ziekenhuis, De Vries schaatste zijn tweehonderd kilometer en kreeg een plaquette aan de muur van de ijstempel.

Dat eigen boekje moest er vooral komen aangezien de Vries zich in 1947 mateloos geërgerd had aan enkele mederijders, die de tocht gedeeltelijk 'opgelegd' (met hulp van anderen) hadden afgelegd. 'Voor mij was de lol eraf, het kon mij niks meer schelen wie als eerste of laatste aankwam. Ik wilde de tocht uitrijden, en daarmee basta.'

De Vries protesteerde na afloop. Met succes, de eerste vier aangekomenen werden gediskwalificeerd. Dat werd hem door het volk niet in dank afgenomen. 'Ook in de kop van Overijssel heeft een en ander kwaad bloed tegen mij gezet. De teleurstelling hierover is een van de redenen geweest om met mijn gezin naar Frankrijk te vertrekken.' Hij werd bloemenhandelaar in de Parijs Hallen, overleed in 1995, 88 jaren oud.

Van de Vries zijn prachtige uitspraken opgetekend, die soms tot enig nadenken stemmen: 'Bij rijden in het donker doe ik het altijd rustig aan, want vallen is nadelig voor later op de dag.'

Schitterend is ook: 'Hoe eerder je in Leeuwarden aankomt, hoe eerder je van alles af bent.'

Rolf Bos

Ron Couwenhoven & Huub Snoep: Negentig jaar Elfstedentocht - 1909-1999.

De Vrieseborch; 223 pagina's; * 60,-.

ISBN 90 6076 45 28.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden