Verslaafde of gewoontedier

Rokers en cannabis-gebruikers kampen helemaal niet met een verslaving. Ze nemen alleen moeilijk afscheid van hun genot, beweren tegendraadse onderzoekers....

Echt veel belangstellenden zijn er niet voor het college over de achtergronden van verslaving, afgelopen dinsdag in Amsterdam. Is een roker verknocht aan nicotine of cannabis of steekt hij gedachteloos, als een gewoontedier, regelmatig een peuk of joint op?

Deze discussie houdt de verslavingsdeskundigen al tientallen jaren bezig. Meestal wordt nicotine omschreven als de boosdoener in de sigaret, maar soms, zoals dinsdag, komt er een tegengeluid. Conditionering is het centrale woord. Mensen roken uit gewoonte, als ze stress hebben, als ze hebben gegeten of als ze 's morgens wakker worden.

Ongeveer 25 toehoorders trekt het college van prof. Hanan Frenk van de universiteit van Tel Aviv in de Aula van de Universiteit van Amsterdam. En dat aantal is inclusief verslaggevers, organisatoren en medewerkers van Frenk.

Tijdens het college van de in Rotterdam geboren hoogleraar worden de onderzoeken naar de rol van nicotine in het lichaam behandeld. En tussen neus en lippen vertelt Frenk dat zijn bevindingen ook gelden voor cannabis en cocaïne. Voor heroïne maakt Frenk een uitzondering. Die stof verslaaft wel.

Frenk presenteert tijdens een bijna twee uur durend college bewijzen voor zijn stelling. Hij laat menig onderzoek passeren waarbij ratten in kooien zelf kunnen bepalen hoeveel zuivere nicotine ze kunnen krijgen. De uitkomst is dat ratten, als ze kunnen kiezen, zullen gaan voor de nicotine. De stof werk volgens deze studies dus verslavend.

'Op al die onderzoeken is wel wat aan te merken', houdt de hoogleraar zijn gehoor voor. Een controlegroep ontbreekt, soms is er sprake van fraude. Of Frenk vindt de opzet niet goed, luidt kort samengevat de kritiek.

Nicotine is niet verslavend, volgens Frenk. 'De mens is een gewoontedier en doet dingen die hij lekker vindt. En veel mensen vinden roken lekker, hoewel de eerste sigaret vaak niet smaakt.' Niet vreemd dat mensen toch vallen voor de sigaret, zegt hij. 'Ik ken buiten Nederland niemand die zoute drop of rauwe haring lekker vindt. Kennelijk kun je dat leren waarderen.'

Volgens de ex-Rotterdammer vallen velen voor de tabak omdat, zeker vroeger, er een positief imago rond roken hing. 'Roken hoorde erbij, mijn moeder vond het gezellig als ik rookte, ze vond de geur zo lekker. Zelf rookte ze niet. Ik rook nog steeds', zegt de 55-jarige hoogleraar die in 1967 naar Israël verhuisde.

De hypothese van Frenk, en in zijn kielzog zijn gastheer, dr. Peter Cohen van het Centrum voor Drugsonderzoek van de Universiteit van Amsterdam, is relevant. Want dat is van invloed op het vinden van de meest succesvolle methode om met roken te stoppen, of om te spreken in termen van verslaving 'af te kicken van de sigaret of joint'? Horen nicotinepleisters of -kauwgom thuis in het rijtje van hulpmiddelen of is gedragstherapie in wezen de enige manier om ervan af te komen, en zijn al die middeltjes flauwekul?

Ondanks jarenlange ervaring met therapieën is er nog geen ideale methode gevonden om tabak voorgoed uit iemands leven te bannen. In het beste geval wordt een score van 30 procent gehaald, roken is een hardnekkige verslaving.

Om met roken te stoppen gelooft Frenk logischerwijze in gedragstherapie. 'Dat verhaal over de succesvolle nicotinekauwgom geloof ik niet. Sommige rokers raken van de sigaretten af als zij op kauwgom zonder nicotine kauwen. Ik zie wel iets in een therapie dat de deelnemers twee uur aan een tafel gaan zitten en elkaar rook in het gezicht blazen. Dan gaat het zo stinken, dat je ervan gaat walgen.'

Prof. Wim van den Brink, hoogleraar verslavingszorg verbonden aan het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, kan niet zoveel met de theorieën van Frenk en Cohen. Hij heeft niet eens de moeite genomen het college te bezoeken. Cohen kent hij wel, Frenk niet. 'Hoe heet hij precies. Frenk? Hanan?' Hij schrijft de naam op. 'Ik zal hem eens opzoeken in de databank van medische literatuur.'

De Amsterdamse hoogleraar ziet de wetenschappelijke strijd van Frenk en Cohen meewarig aan. 'Ze voelen zich als heksen in de Middeleeuwen die door alles en iedereen worden verketterd.'

Hij herinnert zich een soortgelijke richtingenstrijd uit de jaren zestig over schizofrenie. Die afwijking zou ook geen biologische achtergrond hebben. Achterhaald inmiddels, maar bij verslaving sleept de discussie zich voort.

Volgens Van den Brink kun je verslaving niet alleen uit gedrag verklaren. Er zijn biologische componenten: genetisch en zeker ook in de hersenen. 'Er is een gebied in de hersenen dat wordt beïnvloed door nicotine of heroïne. Die stoffen hebben een iets verschillende werking in de hersenen, maar ze hebben beide invloed op het dopaminesysteem in de hersenen. Daarover zijn de meeste onderzoekers het eens.'

De bewijsvoering kan eenvoudiger. Neem alcohol. Een aantal mensen drinkt heel hun leven lang elke dag een borreltje. Een klein deel schiet door naar elke dag een fles. Wie zijn dat? Waarom doen ze dat? Dwangmatig gedrag kan dit niet verklaren. Er moet iets zijn in de gesteldheid van alcoholisten, in hun hersenen, redeneert Van den Brink.

Het onderzoek dat wordt gedaan naar stoppen met roken, overtuigt Van den Brink in zijn opvatting. Hij noemt bijvoorbeeld experimenten met nicotine-antagonisten, stoffen die de opname van nicotine in de hersenen blokkeren en die ook iets doen aan cocaïnezucht. Als er sprake is van conditionering, zouden die niet werken.

Hij wijst ook op het effect van Zyban, een medicijn dat is geregistreerd om van de sigaret af te komen. Van den Brink noemt gedegen wetenschappelijk onderzoek, waarbij rokers die Zyban krijgen in grotere getale weten te stoppen dan mensen die een fopmiddel slikken. Met alleen therapie stopt 10 procent, met Zyban erbij is dat 30 procent.

De hoogleraar vuurt in hoog tempo argumenten voor zijn visie af, maar eigenlijk vindt hij het onderscheid tussen gedrag en biologie niet zo interessant meer. Ook gedrag is uiteindelijk terug te voeren op activiteiten in de hersenen. 'Psychologisch onderzoek wordt meer en meer biologisch georiënteerd.'

De kritiek dat er nog geen goede methode is om een verslaving af te bouwen, weerlegt hij. 'We zitten tegen de 30 procent. Dat is niet slecht. Je moet de score alleen niet gaan vergelijken met zoiets als antibiotica. Met dat medicijn geneest meer dan 90 procent.'

Hij noemt ziektes als reuma, suikerziekte en hoge bloeddruk. Dat zijn aandoeningen waarbij de wetenschap ook niet de wijsheid in pacht heeft. 'Met medicijnen wordt het leven draaglijk gemaakt, ondanks de ziekte. Zo moet je dat bij verslaving ook zien. We kunnen een aantal mensen helpen met afkicken en zeker bij cocaïne en heroïne mensen beter laten functioneren met hun verslaving.'

In de hulpverlening kijkt men geamuseerd naar de discussie. 'Wij werken praktisch'. zegt Janhuib Blans van de Jellinek, instelling voor preventie en behandeling van verslaving in Amsterdam. 'Wij geloven in een combinatie. Praten en pillen.' Bij het verminderen van cannabis bijvoorbeeld laat de Jellinek de gebruiker in kaart brengen wanneer hij of zij een joint opsteekt of in de spacecake hapt. Daaruit worden de momenten afgeleid waarop de verslaving toeslaat en dan kunnen er maatregelen worden genomen. 'Veel rokers steken op bij stress, dus helpt het om in ieder geval iets aan de stress te doen', klinkt het eenvoudig.

Maar met gedragsaanpassingen alleen kom je er niet, zegt Blans. 'Ik heb studies waaruit je kunt zien dat de combinatie, bijvoorbeeld met Zyban, echt de beste resultaten oplevert. 'Je moet sjoelen', zegt hij. 'In alle vakjes een steen, dan krijg je de meeste punten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden