Verschillende varianten van belastingverschuiving worden inzet verkiezingen; Wat doen we met tien miljard gulden?

De besteding van tien miljard gulden wordt de inzet van de politiek-economische strijd over de belastingen. Over het 'verhogen, verschuiven en vergroenen' van de belastingen in Nederland bestaat binnen het kabinet volledige overeenstemming....

Van onze verslaggevers

DEN HAAG

Naast de lastenverschuiving gaat het om de vraag hoeveel 'smeergeld' - dat nodig is om ervoor te zorgen dat niemand er in inkomen op achteruitgaat - de partijen beschikbaar willen stellen. In het kabinetsplan staan rekensommen met 2,5 en 5 miljard gulden aan lastenverlaging. In de concept-verkiezingsprogramma's van de drie regeringspartijen staan bedragen van 7,5 miljard (VVD), 6 miljard (D66), en 4 miljard gulden (PvdA). Het CDA reserveert geen geld voor lastenverlichting. Hiermee plaatst de grootste oppositiepartij zich buiten de belastingdiscussie. Want welke variant voor belastingverlaging ook gekozen wordt, er is ten minste 2,5 miljard gulden smeergeld nodig om alle inkomensgroepen een koopkrachtverbetering te geven. Voor verlaging van de inkomstenbelasting is dus minimaal 12,5 miljard gulden nodig.

Het kabinet tekent in de belastingnota het speelveld voor de verkiezingsstrijd over de ingrepen in de inkomstenbelasting. De nota bevat drie opties voor lastenverlichting. Ook de mogelijke compromissen die gesloten moeten worden tijdens de formatie in mei volgend jaar zijn al aangegeven: bij de drie opties horen in totaal achttien varianten. Al deze combinaties van belastinginstrumenten staan voor de formateur overzichtelijk gerangschikt op twee velletjes A 4.

Het verschil tussen de drie opties zit hem in de manier waarop wordt omgegaan met de belastingvrije voet. In de eerste optie blijft het systeem zoals het is. De vrije voet, die het te belasten inkomen omlaag brengt, blijft bestaan. De tien miljard gulden wordt gebruikt om de drie belastingtarieven in de inkomstenbelasting te verlagen.

De tariefsverlaging in optie één is bescheiden. Het toptarief zakt van 60 naar 58,2 procent, het middentarief daalt van 50 naar 48,4 procent, het lage tarief, voor mensen met een belastbaar inkomen tot ruim 47 duizend gulden, gaat omlaag van 37,3 naar 34,1 procent. Minister Zalm van Financiën typeert deze optie als 'weinig avontuurlijk'.

Alle betrokken partijen realiseren zich dat aan de belastingvrije voet een groot nadeel kleeft: mensen met een hoog inkomen hebben een groter profijt van die voet dan mensen met een laag inkomen. De belastingvoet staat dan wel aan de onderkant van het inkomensgebouw, maar het voordeel wordt genoten bij de laatst verdiende gulden. Als dat de 150 duizendste is, dan is het voordeel tegen het huidige toptarief zestig cent. Maar voor een minimumloner is het voordeel van elke gulden van de belastingvrije voet slechts 37,3 cent, overeenkomstig het laagste tarief.

De tweede optie voorziet daarom in het vervangen van de belastingvrije voet door een belastingkorting. Verlaagt een vrije voet het inkomen waarover belasting wordt geheven, een heffingskorting verlaagt het bedrag dat aan belasting moet worden betaald. Topverdieners genieten daarom een evengroot voordeel (evenveel guldens) als mensen met minimumloon.

Bij een belastingkorting van ruim drieduizend gulden voor alleenstaanden en tweeverdieners (en het dubbele voor alleenverdieners) houdt het kabinet geld over voor tariefsverlaging. Die is voor mensen met een inkomen boven 52 duizend gulden substantiëler dan in optie één. Het toptarief daalt van 60 procent tot 56,2 procent, het middentarief zakt van 50 procent naar 43,9 procent, het lage tarief zakt van 37,3 procent naar 34,1 procent.

Optie drie is het meest radicaal. Door het systeem van de belastingvrije voet loopt de overheid nu 43 miljard gulden aan belastinginkomsten mis. Het volledig afschaffen van de voet maakt deze miljarden vrij voor uiterst lage belastingtarieven. De belastingschijven waarop de tarieven van toepassing zijn, zouden kleiner worden.

Het toptarief kan zo omlaag tot 50 procent voor belastbare inkomens boven 53 duizend gulden, het middentarief zakt naar 35 procent voor inkomens tussen 26.500 en 53 duizend gulden, het laagste tarief daalt naar 20,35 procent.

Het Centraal Planbureau heeft de afgelopen maanden overuren gemaakt om de consequenties van de opties - inclusief alle bijbehorende varianten - uit te rekenen. Het kabinet, zeggen Zalm en staatssecretaris Vermeend, heeft Planbureau-directeur Don net zo lang laten rekenen totdat alle opties zo waren geformuleerd dat de economische effecten min of meer gelijk zijn.

In de varianten waarin bovenop de vrijvallende tien miljard gulden nog eens vijf miljard gulden wordt besteed aan lastenverlichting, groeit de werkgelegenheid met minimaal 11/4 procent (75 duizend banen) en maximaal 23/4 procent (165 duizend banen). Die banengroei komt bovenop de toename van de werkgelegenheid die sowieso al wordt verwacht.

Varianten op de drie opties waarin iets extra's wordt gedaan voor de onderkant van de arbeidsmarkt hebben daar een extra groot werkgelegenheidseffect. De banengroei loopt op tot meer dan 6 procent in varianten waarin de inkomensafstand tussen lonen en uitkeringen groter wordt gemaakt.

De inkomensgevolgen, allemaal positief, lopen niet ver uiteen.

Het grote aantal opties en varianten illustreert de meningsverschillen tussen de drie coalitiepartijen, vooral die tussen VVD en PvdA.

PvdA-kopstuk Ad Melkert, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, is voorstander van extraatjes voor wernemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Hij wil, met de verkiezingen in aantocht, zo veel mogelijk banen scheppen voor de laagstbetaalden. Bovendien ziet hij weinig in afschaffing van de belastingvrije som, vanwege de inkomenseffecten voor mensen met een laag inkomen. Het is geen geheim dat Melkert een voorkeur heeft voor een variant van optie één.

De VVD'er Zalm ziet juist weinig in specifieke maatregelen voor de groep aan de onderkant. Hij wil algemene tariefsverlagingen voor iedereen, en afschaffing van de vrije voet. Optie drie is zijn inzet. Vermeend laat merken daar minder voor te voelen, maar stelt zich ook niet opzichtig achter zijn partijgenoot Melkert op. Een optie met een heffingskorting is zijn wens. Daarmee doemen de contouren van een compromis al op.

De verkiezingsstrijd tussen vooral VVD en PvdA over de belastingen wordt hiermee alleszins overzichtelijk. In de wetenschap dat het boek met compromissen al klaarligt, zal de VVD vurig pleiten voor lage tarieven, de PvdA even vurig aandringen op belastingverlaging aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden