Column

Verruilt De Mol zijn kopzorgen?

De kwestie

 

Van alle producties die John de Mol op de markt heeft gebracht (The Voice, Jongens tegen de Meisjes, Utopia), zullen er weinig zijn die over pakweg dertig jaar opnieuw worden uitgezonden. Daar zit geen Monty Python tussen, geen Daar komen de schutters, André van Duin of Ja Zuster, Nee Zuster. De Mol is een zakelijk genie, geen creatief genie.

Net als boekenuitgevers en muziekproducenten schieten televisieproducenten met een schot hagel op een mug. Als er maar zoveel mogelijk titels, songs en formats wordt gelanceerd, komt er altijd wel iets dat via DWDD een gevoelige snaar bij het volk weet te raken en een bestseller of kassucces wordt. De Mol heeft de marketingkracht dat ook meteen internationaal te gelde te maken.

Vorige week maakte hij bekend niet langer een onderneming te willen leiden, maar zich vooral te willen concentreren op het ontwikkelen van nieuwe formats. Hij is liever CCO (Chief Creative Officer) dan CEO (Chief Executive Officer). Daarom verkoopt hij Talpa voor 500 miljoen euro aan ITV, zodat hij van zijn zakelijke beslommeringen wordt verlost en zich alleen nog hoeft bezig te houden met het openen van post en e-mails met programmasuggesties.

Uiteraard is dat een drogreden. Als De Mol het half miljard - en ook de 600 miljoen die daar nog bij kunnen komen - op Bill Gates-achtige wijze zou weggeven voor het uitroeien van malaria, zou hij zich in zijn eigen woorden 'echt opgelucht of verlicht' kunnen wanen. Nu zadelt de verkoop hem meteen met een gigantisch zakelijk probleem op: waarin moet hij die 500 miljoen of mogelijk 1,1 miljard herinvesteren?

De Mol is niet een figuur om deze som tegen een schrale 0,8 procent op een spaarrekening bij ING te zetten. Misschien steekt hij zoals na de verkoop van zijn deel in Endemol het geld in Ajax, Manchester United, een kabelmaatschappij of een dagbladuitgeverij, wat hem nog meer kopzorgen zal geven dan het managen van Talpa. Wie multimiljardair is en het geld niet kan verbranden, zal altijd financiële kopzorgen hebben.

Vroeger werd wel gezegd dat de 'eerste generatie een bedrijf oprichtte, de tweede generatie het uitbouwde waarna de derde generatie de boel afbrak'.

De aartsvaders van industrieel Nederland (de Philipsen, Storks, Ten Cates, Heinekens) namen er honderd jaar de tijd voor om hun bedrijf uit te bouwen tot een multinational. Ook Philips maakt nu zijn licht ten gelde, maar dat is 125 jaar nadat Gerard Philips zijn eerste gloeilamp op de markt bracht. John de Mol verkoopt zijn bedrijf na nog geen 11 jaar.

Het is kenmerkend voor de huidige entrepreneurs dat zij hun bedrijven niet meer nalaten aan hun telgen, maar zelf in cash omzetten. Zelfs als zijn enige al in het pluche geholpen zoon (Johnny de Mol) er geen zin in zou hebben, had hij er nog best enkele jaren mee kunnen doorgaan.

De Mol wacht de derde generatie niet af.

Reageren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.