Verplichte volkstellingen EU liggen op de Balkan gevoelig

Een volkstelling is meer dan een volk tellen. Zeker op de Balkan, waar alle landen dit jaar een 'census' moeten houden. Kosovo, Montenegro en Kroatië zijn deze maand met het tellen begonnen, maar dat gaat gepaard met grote moeilijkheden.

AMSTERDAM - In Kosovo, waar de laatste volkstelling in 1981 werd gehouden, boycot een groot deel van de Servische inwoners de census. In Montenegro is een strijd uitgebroken tussen de vertegenwoordigers van de Servische en Montenegrijnse bevolkingsgroepen. En in Kroatië wordt gemorreld aan het aantal Servische inwoners.


In Albanië, Servië en Macedonië zijn de volkstellingen door alle controverse zelfs uitgesteld naar een later tijdstip dit jaar. En in Bosnië-Herzegovina is de telling helemaal afgelast, omdat politici van de drie bevolkingsgroepen (Moslims, Kroaten en Serviërs) het niet eens konden worden over de voorwaarden.


De volkstellingen op de Balkan vinden plaats op last van de Europese Unie. In 2011 moeten alle EU-landen hun bevolking in kaart brengen, en Brussel wil dat de potentiële EU-lidstaten op de Balkan dat ook doen. Maar terwijl dat in de meeste EU-landen, waaronder ook Nederland, volledig digitaal gebeurt en nauwelijks wordt opgemerkt, ligt zo'n telling op de Balkan erg gevoelig.


Uiteenvallen Joegoslavië

Dit is immers de eerste regiobrede volkstelling op de Balkan sinds het uiteenvallen van Joegoslavië. De resultaten kunnen duidelijk maken hoeveel inwoners tijdens de bloedige Balkanoorlogen gedood en gevlucht zijn. Etnische gemeenschappen die door de oorlog zwaar getroffen zijn, vrezen echter dat de getallen politiek misbruikt zullen worden.


Zo is de Servische minderheid in Kosovo bang dat ze minder rechten zal krijgen als officieel vast komt te staan dat honderdduizenden Serviërs na de NAVO-bombardementen in 1999 uit Kosovo zijn weggegaan. Volgens hen moeten die vluchtelingen, die in theorie nog zouden kunnen terugkeren, ook worden meegeteld. Maar volgens de Europese regels wordt alleen rekening gehouden met Kosovaren die de afgelopen twaalf maanden in Kosovo woonden.


De regering in Belgrado heeft de Kosovaarse Serviërs opgeroepen om niet mee te werken aan een telling die uitgaat van de Kosovaarse regering, waarin Kosovaarse Albanezen domineren. 'De Albanezen pogen de situatie in hun voordeel te keren', zei de Servische minister voor Kosovo, Goran Bogdanovic. 'Ze willen het aantal Serviërs beperken.'


De meeste Kosovaarse Serviërs boycotten daarom de census. In het noorden van Kosovo, waar bijna uitsluitend Serviërs wonen, durfden de 6.000 tellers zich niet te vertonen. Erg betrouwbaar zullen de demografische gegevens dan ook niet zijn.


Dezelfde angst speelt ook in andere Balkanlanden: in Macedonië denkt de Albanese minderheid dat haar aandeel zal worden gereduceerd. In Albanië heeft de regering duidelijk geen zin om het stijgende aantal Grieken statistisch te erkennen. En in Bosnië gaat de census niet door omdat de Moslimbevolking vindt dat die 'de etnische zuivering en genocidale politiek van de Bosnische Serviërs zou legaliseren'.


In Montenegro, dat zich in 2006 na een referendum van Servië afscheidde, ontstond een fikse ruzie toen politici de volkstelling probeerden te manipuleren. Pro-Servische politici riepen inwoners op als afkomst 'Servisch' te noemen, waarop de regering van Montenegro een campagne lanceerde. De hoofdstad hing vol met posters met: 'Is Montenegro je dierbaar?' De pro-Servische partijen reageerden met: 'Trots om Serviër te zijn'. Veel maakt het niet uit. Door dubieuze ingrepen staat al vast dat het aantal Montenegrijnen fors hoger zal liggen dan het aantal Serviërs.


Reden tot wantrouwen

De klagende minderheden hebben reden om wantrouwig te zijn. In veel Balkanlanden is fraude bij verkiezingen en tellingen eerder regel dan uitzondering.


Daarom worden de tellingen begeleid door de Europese Unie en Verenigde Naties. Die benadrukken voortdurend dat het niet verplicht is om in een volkstelling naar de etnische achtergrond van inwoners te peilen. Maar daar hebben de Balkanlanden geen oor naar.


Alleen in Kroatië zou de volkstelling goed kunnen uitpakken voor de etnische minderheid. De Kroatische Serviërs, geschat op zo'n 5 procent van de bevolking, denken dat de regering hun aandeel zal opschroeven, om goede sier te maken in Europa. Het is evenmin correct, maar wel een stuk minder schadelijk.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden