Nieuws Leraren

Verplichte registratie leraren na veel bezwaar voorlopig toch van de baan

Leraren hoeven zich voorlopig nog niet verplicht in te schrijven in een nationaal register. Het omstreden plan - met professionalisering als doel - stuitte op veel verzet van docenten en schoolbestuurders. Minister Arie Slob heeft daarom besloten de plannen voorlopig in de ijskast te zetten. 

Leraren in gesprek met minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media), eind 2017. Foto ANP

De verplichte inschrijving van alle Nederlandse leraren in een nationaal lerarenregister is voorlopig van de baan. Minister Slob van Onderwijs zet het plan van het vorige kabinet, dat groot verzet opriep onder leraren en schoolbestuurders, tot nader order in de ijskast. Hij schrijft aan de Tweede Kamer dat hij eerst op zoek gaat naar andere manieren om de professionaliteit van de beroepsgroep te verbeteren. Het register blijft, maar alleen op vrijwillige basis.

Na de instemming door de Eerste Kamer leek het lerarenregister met ingang van komend schooljaar een feit. In navolging van artsen, advocaten en tolken zouden alle 250 duizend leraren op de basisscholen, het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs verplicht worden om zich wettelijk in te schrijven. Staatssecretaris Dekker hoopte daarmee in de vorige kabinetsperiode tegemoet te komen aan de aanhoudende klachten over de sterk wisselende kwaliteit van leraren.

Stok achter de deur

Het register gold als de stok achter de deur voor leraren om zich verder te professionaliseren. Alleen wie zich geregeld zou laten bijscholen, kon zich inschrijven als onderwijsgevende. Zonder inschrijving zou het niet meer mogelijk zijn om voor de klas te staan. Zo zou het register ook een einde maken aan het fenomeen van de onbevoegde leraar.

Het plan riep echter snel groeiend verzet op in de lerarenkamers, waar gevreesd wordt voor onnodige maar tijdrovende bijscholingscursussen en bureaucratische bemoeienis van bovenaf tot in de klas. Een manifest tegen het register werd ondertekend door ruim zeventig schoolbestuurders namens meer dan duizend basisscholen. Zij stelden dat een register getuigt van weinig vertrouwen in de leraren.

 Ook de onderwijskoepels keerden zich tegen het register, evenals de Raad van State. Die meent dat een register slechts het sluitstuk kan zijn van andere maatregelen om de kwaliteit voor de klas te vergroten: betere lerarenopleidingen en voldoende en kwalitatief hoogstaand nascholingsaanbod. De Raad raadde het kabinet aan eerst de werkdruk, de grote klassen en de relatief lage salarissen aan te pakken.

Een doel op zich

Hoewel de Tweede en de Eerste Kamer al instemden, toont minister Slob zich nu gevoelig voor die bezwaren. ‘Het register is te veel een doel op zichzelf geworden’, stelt hij vast. Daarom keert hij inderdaad de volgorde om. Op zijn verzoek gaat hoogleraar en D66-senator Alexander Rinnooy Kan de komende maanden met alle lerarenorganisaties ‘verkennen’ hoe de professionaliteit van de leraren verhoogd kan worden. Het register blijft wel bestaan, maar voorlopig alleen op vrijwillige basis. ‘Pas als duidelijk is wat er nodig is om het register in te zetten als register van, voor en door de leraar gaan we de volgende stap zetten’, aldus Slob. 

Economieleraar en publicist Ton van Haperen reageert enthousiast op Slobs beslissing: ‘Natuurlijk is het zo dat leraren verschrikkelijk tekortschieten in professionalisering. Maar wij zijn geen artsen of advocaten. Wij zijn leraren in loondienst. Wij moeten onze professionalisering met onze werkgevers regelen. Zij betalen het loon. Als je een bedrijf hebt en je wilt innoveren, dan zorg je dat je werknemers zich bijscholen. Maar de scholen doen daar niks aan. Ze kopen wel de hele tijd ingewikkelde onderwijskundige concepten in, maar vragen zich niet af of hun personeel daarmee overweg kan. Daar moeten zij op worden aangesproken, niet de leraren. En zeker niet via een extra systeem dat er even boven wordt gezet.’

Docent en onderwijsvernieuwer Jelmer Evers sluit zich daarbij aan: ‘Ik ben voorstander van een beroepsgroep die standaarden hanteert, maar hier is alles fout gegaan in de uitwerking. Het register werd doorgedrukt zonder dat er draagvlak was en zonder dat duidelijk was wat er dan precies geregistreerd moest worden. Formuleer dan eerst een professionele standaard. Dit dreigde te ontaarden in uren en punten tellen, terwijl het veel meer gaat om wát je doet aan bijscholing. Ik hoop dat de politiek dat dit keer wel begrijpt voordat er iets nieuws wordt opgetuigd.’

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.