Verpletterend brutaal

Het bombardement van Rotterdam in mei 1940 vernietigde zijn woning en bureau. Het markeerde zijn leven. Hugh Maaskant werd de architect van de wederopbouw....

Hij noemde zich 'de grootste architect van Nederland'. Hugh Maaskant (1907-1977) was ruim twee meter lang. Ook zijn oeuvre is zo groot dat bijna iedereen wel een van zijn gebouwen kent. Tientallen fabrieken maakte hij, tienduizenden woningen, talrijke bestuursgebouwen, de Euromast en de Scheveningse Pier. In Amsterdam bouwde hij het Hiltonhotel en het Confectiecentrum, in Utrecht de Neudeflat, in Rotterdam zijn beroemdste schepping: het Groothandelsgebouw (1953), dat al bij de opening werd toegejuicht als Monument van de Wederopstanding.

De bewondering voor zijn werk was reusachtig, evenals de verguizing ervan. Werd hij bij de voltooiing van het Groothandelsgebouw de hemel in geprezen, bij het het Provinciehuis in Den Bosch (1971) sloeg het publiek, én de pers, hem ongenadig om de oren: 'slippendrager van het grootkapitaal', 'fascist'.

Maaskant droeg, postuum, aan zijn eigen eerherstel bij. Vlak voor zijn dood besloot hij een deel van zijn vermogen, een miljoen gulden, onder te brengen in een stichting. De Stichting Rotterdam-Maaskant verstrekt aanmoedigingsprijzen aan jonge architecten en kunstenaars en reikt daarenboven de prestigieuze Maaskantprijs uit aan mensen die de betekenis van architectuur 'op aanstekelijke wijze' weten uit te dragen. Binnen die doelstelling past blijkbaar ook de financiering van het boek dat nu eindelijk aan Maaskant zelf is gewijd, gebaseerd op een proefschrift van kunsthistorica Michelle Provoost: Hugh Maaskant, Architect van de Vooruitgang.

Het is geen biografie, waarschuwt Provoost, maar een intensieve confrontatie met zijn gebouwen en hun context. Dat was haar drijfveer: 'De schoonheid van de gebouwen, hun grootsheid of verpletterende brutaliteit, kortom al die aspecten waarover destijds slechts in vermanende zin werd geschreven.' Gelukkig houdt de schrijfster zich niet aan haar woord. Tussen de bespreking van zijn belangrijkste gebouwen door komt wel degelijk, uitgebreid en levendig verteld, de persoon van Maaskant zelf naar voren.

Hij was een fascinerende man, zakelijk en nuchter, die er prat op ging dat hij nooit droomde maar er intussen wel openlijk naar streefde de Grote Monumenten van zijn tijd te maken. Al relativeerde hij de rol van architect bij zo'n monument: 'Er is altijd een opdrachtgever die het heeft gewild.' Die gevleugelde uitspraak tekent 'de keiharde realist' (zoals Max van Rooij hem in het voorwoord typeert) die erop uit was álle opdrachten aan te pakken, of het nu rijtjeshuizen waren of mammoetscholen, fabrieken, hotels of bedrijven. Hij deed er ook alles aan dat opdrachtenpakket te vergroten, ging met velen een samenwerking aan, zette overal netwerken op en dreef een groot bureau.

Niettemin was elk gebouw van hem - zelfs die van zijn compagnons - te herkennen als een 'echte Maaskant'. Ze spiegelden hun schepper, de dirigent van het bureau: robuust, markant, praktisch. Een uitgesproken teken van de tijd.

Hugh Maaskant kreeg zijn opleiding in de jaren twintig. In 1934 ging hij werken bij Willem van Tijen (1894-1974), die toen al bekend stond als baanbrekend woningbouwontwerper. In 1937 werd Maaskant Van Tijens compagnon, hun samenwerking duurde tot 1955.

Snel was duidelijk dat Maaskant tot een nieuwe, jongere generatie behoorde. Gerrit Rietveld constateerde dat met enige schrik, toen hij het eerste bouwwerk recenseerde dat Maaskant binnen het bureau ontwierp, het Agathahuis (1939) in Oostvoorne. 'Komt hier behalve afwerking niet een vormgeving aan de orde, die voorheen eerder gemeden dan gezocht werd?' Een gevaarlijke ontwikkeling, vond Rietveld. Plastische kunst ofwel 'gezochte vormen' hoorden thuis in de beeldende kunsten en niet in de architectuur. Rietvelds kanttekeningen waren een voorbode van kritiek die nog vaak zou worden gehoord. Maaskant beste werk wordt juist gekenmerkt door zijn plastische, meeslepende vormen.

De samenwerking met Van Tijen was er een van tegenpolen ('Maaskant was een snelle beslisser, Van Tijen een eeuwige twijfelaar'). Terwijl Maaskant fabelachtig kon tekenen, was Van Tijen de analyticus die het tekenwerk over liet aan anderen. Hun samenwerking overleefde de oorlogsjaren, in de jaren vijftig leidden ze gezamenlijk een groot bureau. Maaskant ontpopte zich als pragmatisch ondernemer terwijl Van Tijens hart uit bleef gaan naar vakdiscussies. 'Wat ik verdien', zei Maaskant vlak voor hun breuk tegen Van Tijen, 'verlies jij weer met je eeuwige geklets.'

Het bombardement op Rotterdam, 11 mei 1940, moet zijn daadkracht hebben aangewakkerd. Ternauwernood kon hij met vrouw en dochtertje van achttien maanden in een auto ontsnappen aan de vuurzee. Van zijn woning en bureau aan de Nieuwe Haven bleef geen steen, geen meubelstuk, geen tekening gespaard. Met 'de Brand' zoals Rotterdammers het bombardement van hun binnenstad meestal noemen, diende zich wel een ongekende ontwerpopgave aan. Provoost: 'De stad was verdwenen en moest opnieuw worden bedacht. De opgaven werden kwantitatief veel groter, en kwantiteit werd het thema waar Maaskant als de beste mee kon omgaan.'

Het Groothandelsgebouw, de trotse en toch vriendelijke mastodont die sinds 1953 voor elke treinreiziger de entree tot de Maasstad flankeert, was niet het eerste gebouw dat hij voor de wederopbouw van Rotterdam ontwierp. Nog in 1940 ontwierp hij noodwinkels met verrassend frivole gevels. Eind jaren veertig kwam een groot industrieverzamelgebouw tot stand aan de Oostzeedijk, terwijl verwante gebouwen aan de Goudsesingel en het Zuidplein in voorbereiding waren.

Maar het Groothandelsgebouw was volkomen anders. Het moest de gezamenlijke huisvesting zijn voor alle grossiers die hun bedrijfspand waren kwijt gemaakt. Alleen al daardoor was het een symbool voor de wederopbouw van Rotterdam. Maaskant zag terecht dat het bovendien, met zijn enorme omvang en op die centrale plek, maat en schaal aan het nieuwe centrum kon geven. Hij greep al het mogelijke aan om het Groothandelsgebouw tot landmark van Rotterdam te maken.

Maaskant was niet in de wieg gelegd voor het ontwerpen van villa's, al maakte hij ze wel voor zijn belangrijkste principalen. Fabrieken ontwerpen en bedrijfsgebouwen, daarvan genoot hij, en hij maakte ze tot parels van industriële bouwkunst. Zoals de Tomadofabriek in Etten-Leur, geopend in 1955, toen elk rechtgeaard Nederlands gezin zich al rijk voelde met een afdruiprekje. Een stralende fabriek is het, geheel begane grond gebouwd en met veel ramen opdat de voormalige boeren en landarbeiders makkelijker konden wennen aan hun nieuwe werkomgeving. Hij maakte in de jaren vijftig zulke fabrieken en bedrijven bij tientallen. Hij kreeg vaak een veeg uit de pan van collegae of critici die zich ergerden aan monumentale elementen. Pas in de jaren zestig verstomde die kritiek: toen was in Nederland groot en monumentaal gewoon.

Het waren ook de jaren dat Maaskants bureau, in 1960 getransformeerd tot de megamaatschap Maaskant Van Dommelen Kroos en Senf, zijn ziel verkocht aan de standaardisatie. Het gebeurde toen vaak. Talloze begenadigde architecten uit de jaren vijftig kwamen in de jaren zestig aan het hoofd te staan van grote bureaus die goudgeld verdienden met standaardisatie. Zo ook Maaskant, met als frappant detail dat híj zich daar in 1938 nog expliciet tegen had gekeerd: 'Wanneer de oplossing moet zijn om de woning te zien als industrieproduct, dan brengt ons dit niet naar een nieuwe woningbouw maar er vanaf.' En: 'Woningbouw zal een zaak blijven waaraan alleen door diepvoelende mensen vorm kan worden gegeven.'

Maaskant vereenzelvigde zich met de schaalvergroting. Het maakte hem rijk en, naar hij zelf zei, gelukkig. Zijn reactie op kritiek was steeds: 'Een architect bouwt waar de maatschappij om vraagt.' Toch wilde hij die grotere schaal ook zelf. Dat bleek toen hem werd gevraagd een scholencomplex te ontwerpen aan het Rotterdamse Hofplein. De wethouder liet Maaskant zien hoe de gemeente over die nieuwbouw dacht door zeven lucifersdoosjes ruim achter elkaar te zetten. Maaskant graaide meteen de doosjes bij elkaar, maakte er één blok van en vroeg: 'Mag het ook zo?' En zo enorm, zo massief, is dat complex Technicon ook geworden. Maaskant was een autoriteit. Toen iemand durfde vragen of het niet kleiner had gekund, zei hij: 'U doet me denken aan mijn vrouw die schoenen wil die groot zijn van binnen en klein van buiten. Die bestaan niet.'

Echt plastisch vormgegeven gebouwen waren in Maaskants ontwerppraktijk inmiddels zeldzaam geworden. Het wel expressieve kantoor van de Amerikaanse firma Johnson Wax in Mijdrecht (1966), dat als een boemerang boven een vijver zweeft, ontstond pas nadat hij door zijn Amerikaanse opdrachtgever was gepusht er 'iets exuberants' van te maken.

Toch heeft dit ontwerp er waarschijnlijk toe bijgedragen dat het provinciehuis in Den Bosch, de allerlaatste 'echte Maaskant' uiteindelijk weer echt een Monument van zijn tijd werd. Hij vond er zijn oude bevlogenheid terug. Met dezelfde ijver en inzet waarmee hij ooit aan het Groothandelsgebouw had gewerkt, zocht hij ook hier in de kleinste details monumentale allure. En zo ontstond die 'trots van Brabant', pal langs de A2, met zijn markante toren, zijn wulps uitspringende bestuurszaal, magistrale brede luifel en zijn overdonderende interieur. Nu wordt het Provinciehuis algemeen als een meesterwerk gezien maar toen, in 1971, werd het vernietigend onthaald: 'Vreemd, afstotend, introvert.'

Hij was oud geworden. In 1975 trad hij terug uit het bureau. In de veranderende tijdgeest kromp het daarna zeer snel in en hield vervolgens op te bestaan. Maar uit het feit dat hij in die jaren de Stichting Rotterdam Maaskant oprichtte om de ontwikkeling van de bouwkunst te bevorderen en de discussie over haar betekenis veilig te stellen, blijkt dat hij het vertrouwen in zijn vak niet had verloren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden