Interview Staking verpleegkundigen

Verpleegkundigen over hun vak en wat er misgaat: ‘Poppetjes, noemen managers ons. Poppetjes!’

Van links af verpleegkundigen Demi Warnas en Coralien Merkens (midden staand) en hoogleraren Bianca Buurman (zittend) en Marieke Schuurmans. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Ziekenhuispersoneel staakt woensdag voor het eerst landelijk – en niet alleen voor een hoger loon. Twee verpleegkundigen en twee hoogleraren bespreken (de toekomst van) het vak en het gebrek aan waardering. 

Nooit eerder staakten verpleegkundigen zo massaal als woensdag. Meer dan 90 procent van de ziekenhuizen draait op halve kracht: operaties zijn uitgesteld, polikliniekafspraken gaan niet door. Alleen de spoedeisende hulpposten, de kinderafdelingen en de kankerbehandelingen gaan gewoon door. De verpleegkundigen staken voor een hoger salaris en een lagere werkdruk: de concrete eisen die moeten compenseren voor een diep gevoeld gebrek aan waardering.

Op verzoek van de Volkskrant kwamen twee hoogleraren en twee verpleegkundigen bij elkaar om te praten over de toekomst van het vak. Alleen de twee hoogleraren kenden elkaar, verder hadden de vrouwen nog nooit met elkaar gesproken. Maar vanaf het moment dat zij zijn aangeschoven aan een hoge tafel in een koffiebar op het Centraal Station van Utrecht, praten zij twee uur non-stop.

De deelnemers

Bianca Buurman, hoogleraar acute ouderenzorg aan het Amsterdam UMC, lector aan de Hogeschool van Amsterdam, begonnen als verpleegkundige.

Coralien Merkens, wijkverpleegkundige in gemeente De Bilt, ambassadeur voor de wijkverpleging.

Marieke Schuurmans, hoogleraar verplegingswetenschap aan het UMC Utrecht, begonnen als verpleegkundige, al dertig jaar in diverse rollen met het vak bezig.

Demi Warnas, regieverpleegkundige op de longafdeling in het Reinier de Graaf-ziekenhuis in Delft, een van de weinige ziekenhuizen waar functiedifferentiatie is ingevoerd, het verschil in functie tussen mbo- en hbo-verpleegkundigen.

Demi Warnas. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Demi Warnas, regieverpleegkundige in Delft: ‘De complexiteit van de zorg neemt toe, elk jaar zie ik steeds iets ziekere mensen binnenkomen.’

Marieke Schuurmans, hoogleraar verplegingswetenschap: ‘Toen ik het vak in ging, lag een jonge vrouw met een trombosebeen twee weken in het ziekenhuis. Dat is nu niet meer voor te stellen. En dan hebben we het niet over de prehistorie, maar over begin jaren negentig.

‘Die verandering gaat geleidelijk, van dag tot dag heb je het niet door. Maar als je gaat nadenken: hoe zag de zorg er vijf of tien of vijftien jaar geleden uit, dan zie je dat het vak enorm aan het veranderen is.’

Warnas: ‘Ik werk pas vier jaar, maar het is nu al zo anders dan toen ik begon. Er komt alleen maar zorg bij.’

Bianca Buurman, hoogleraar acute ouderenzorg: ‘Het gaat niet om de techniek, die is niet zo ingewikkeld. Het gaat om de hoeveelheid aandoeningen die iemand heeft en de sociale problemen die daarbij komen kijken.’

Coralien Merkens, wijkverpleegkundige in De Bilt: ‘En dan valt het steunsysteem weg en kunnen de mantelzorgers het niet meer aan, die je ook moet begeleiden. En je moet de patiënt leren zelf met zijn aandoeningen om te gaan.’

Schuurmans: ‘De zorg is van oudsher onderverdeeld in lichamelijke en psychische klachten, maar mensen hebben niet meer één ding. Die zien we in het ziekenhuis al niet meer. Patiënten komen veel later in de zorg, en hebben dan veel meer zorg nodig.’

Buurman: ‘En dan moeten ze binnen vijf dagen weer naar huis kunnen. Mensen komen veel zieker thuis, dat vraagt ook daar meer van de verpleegkundigen om mensen te laten herstellen.’

Bianca Buurman. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Schuurmans: ‘Wat vaak wordt vergeten: veel van wat wij doen is gerelateerd aan wat medisch kan. Begin jaren negentig was de discussie of we mensen boven de 65 nog behandelingen konden aandoen, nu vervangen we bij 93-jarigen de hartklep.’

Merkens: ‘Ik zie ook geregeld patiënten die maar doorbehandeld worden, zonder dat hun de vraag wordt gesteld: wat wilt u nog? Het is ook oké als we in samenspraak met de patiënt zeggen: het is goed zo.’

Schuurmans: ‘Dertig jaar geleden kon behandelen niet, nu zijn we doorgeschoten. Bij heel oude mensen zou het om de kwaliteit van leven moeten gaan.’

Warnas: ‘Ik kom wel ethische dilemma’s tegen op de longafdeling. We hebben een grote groep patiënten met copd. We nemen ze op, knappen ze op, dan gaan ze naar huis en binnen een paar weken komen ze weer onwijs ziek binnen. Sommige patiënten zijn in een jaar meer bij ons op de afdeling dan thuis. Gaan ze weer aan het beademingsapparaat. Wanneer is het moment dat je besluit dat niet meer te doen en over te stappen op comfortzorg, op pijnbestrijding?’

Buurman: ‘Het is nog altijd een van de grootste taboes in de zorg. De vraag stellen: voegen we nog kwaliteit van leven toe? Als er signalen zijn dat het laatste levensjaar in zicht is, zouden we dat gesprek moeten aangaan. Daar ligt een rol voor de verpleegkundigen. Artsen denken al snel: we kunnen nog even door.’

Schuurmans: ‘Al die ontwikkelingen maken het vak van verpleegkundige zwaarder maar, zeg ik er altijd bij, ook veel leuker. Ik vond het niet erg hoor, dat ik ook het eten moest rondbrengen en de bedden moest opdekken – daar ben ik nog steeds heel goed in. Dan had je even tijd om te praten met de patiënt en met elkaar.

‘Daar was ook wel discussie over: toen we de bedden niet meer hoefden op te maken, ging de werkdruk omhoog, er kwamen ingewikkelder taken voor terug. Veel van dit soort veranderingen komen niet vanuit ons vak, of vanuit de patiënt, maar vanuit logistieke overwegingen, vanuit efficiency, vanuit de managers. De invloed van de verpleegkundige daarop is te laag. Terwijl daar uiteindelijk alle beslissingen bij elkaar komen.’

Het gesprek komt op de staking van woensdag, op de looneis van 5 procent, en de onvrede onder verpleegkundigen die de afgelopen maanden naar boven is gekomen. Ze hebben het gevoel dat de bestuurders in de zorg het gevoel met de werkvloer zijn kwijtgeraakt. Zo trok de minister na felle protesten een wetsvoorstel terug dat een onderscheid moest maken tussen mbo- en hbo-opgeleide verpleegkundigen. Het voorstel zou betekenen dat tienduizenden ervaren verpleegkundigen terug de schoolbanken in moesten, zij vreesden dat hun kennis en kunde niets meer waard zouden zijn. Toch, zeggen allen aan tafel, moet het vak veranderen om genoeg jonge mensen voor de zorg te blijven interesseren.

Schuurmans: ‘Dat de lonen omhoog moeten en de arbeidsvoorwaarden moeten verbeteren is een schot voor open doel. Die zijn niet meegegroeid met hoe complex het vak is geworden. Verpleegkundigen verdienen minder dan andere hbo-opgeleide beroepen als fysiotherapeuten, of basisschoolleraren.’

Merkens: ‘Of cliniclowns.’

Coralien Merkens. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Schuurmans: ‘Ik blijf het met deze wetenschap best bijzonder vinden dat mbo-opgeleide en hbo-opgeleide verpleegkundigen precies hetzelfde werk doen, tegen dezelfde betaling. Mbo’ers worden verhoudingsgewijs best goed betaald, maar vergeleken met andere hbo’ers worden de hogeropgeleide verpleegkundigen juist niet goed betaald.’

Warnas: ‘Dat begrijp ik ook niet. Toen ik hbo-v (verpleegkunde) deed, was het in mijn ogen logisch dat mijn werk er anders uit zou komen te zien dan dat van mbo-v’ers. Pas in mijn tweede jaar kwam ik erachter dat daar totaal geen verschil in zat. Daar schrok ik erg van, wat is dit voor iets vreemds. Ik ben juist blij dat er eindelijk een beetje actie op wordt ondernomen.

‘In het Reinier de Graaf-ziekenhuis zijn we in proeftuinen gaan experimenteren met functie-differentiatie. Eerst probeerden we een onderscheid te maken tussen hoogcomplexe zorg en laagcomplexe zorg. Dat werkte totaal niet. De hbo’ers stonden constant op de complexe casussen, kwamen om in het werk, terwijl de mbo’ers dachten: is dit alles wat nog rest? Daar zijn we gelijk mee gestopt.

‘Nu doen we op de afdeling precies hetzelfde werk, maar krijgt de regieverpleegkundige er taken bij. Wat management, kwaliteitsonderzoek, het toepassen van evidencebased zorg op de afdeling. Een paar keer per maand krijg je een regiedag voor dit soort taken.’

Buurman: ‘Dit soort initiatieven zijn nodig, want de helft van de studenten die aan de hbo-v begint, maakt het niet af. En 40 procent van de jonge hbo-v’ers verlaat in de eerste twee jaar het vak.’

Merkens: ‘Als je als beginnende hbo’er de vraag stelt: ‘Is dit wel bewezen nuttig?’, dan krijg je te horen: ‘Ga eerst de patiënt maar helpen.’ Stel je weer een kritische vraag: ‘Doe maar dat taakje’. Dat is de rol waar je als verpleegkundige in wordt gedrukt.’

Schuurmans: ‘De traditie is dat de waardering gaat naar het doen. In mijn team wisten we precies wie de doeners en de denkers waren. De doeners baalden van de denkers die de was lieten rondslingeren, of die bij een patiënt aan bed een gesprek voerden. Dan vonden de doeners: heb je niets beters te doen? Terwijl de denkers dat juist een essentieel onderdeel van hun vak vonden.’

‘Die verschillen hoeven geen probleem te zijn, die heb je in alle beroepen. Het gaat erom dat je de verschillen waardeert. Maar er zit een enorme hiërarchie in de soorten verpleegkundigen. Een intensivecareverpleegkundige staat hoger in aanzien dan een geriatrieverpleegkundige. Het ziekenhuis is prestigieuzer dan de wijk, laat staan het verpleeghuis. Het is een soort rangen- en standenmaatschappij die niet is bewogen op basis van de huidige inzichten.

‘Of je nou voor of tegen functiedifferentiatie bent, we moeten iets doen. De manier waarop we nu werken is onhoudbaar. De verhouding zorgprofessionals/patiënten kan door de vergrijzing en de ontgroening niet blijven bestaan. We moeten ervoor zorgen dat elke professional op de juiste plek zit en dat mensen niet het vak verlaten omdat het te complex is of juist omdat ze onvoldoende worden uitgedaagd.’

Marieke Schuurmans. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Warnas: ‘Het wordt een soort concurrentiestrijd, merkte ik afgelopen zomer. Toen ik de reacties op Facebook zat te lezen, kon ik het amper geloven. Zo aanvallend, zo vijandig. Maar het moet niet zijn: hbo tegen mbo. We moeten het juist met elkaar doen.’

Buurman: ‘Het gaat om een leven lang leren. Waar je mee begint is niet waar je na tien jaar nog steeds bent. Die doorstroming moeten we goed waarderen, anders blijven de goede hbo’ers weg.’

Schuurmans: ‘Dat is nou zo leuk aan het vak. Er is bijna geen beroep waar je zoveel kanten mee opkunt. Als je ervan uitgaat dat iedereen gelijk is, laat je kansen liggen die het vak aantrekkelijk maken. Hoe beter je de verschillen kunt waarderen, hoe efficiënter je mensen kunt inzetten. En, zeker zo belangrijk: hoe leuker het wordt.

‘Juist bij die waardering ging het afgelopen zomer mis. Het gebrek daaraan is wat naar boven kwam. Dat wetsvoorstel was een lont in een vat van ongeluk, onvrede en gebrek aan waardering. Dat werkt ook nu bij de stakingsacties nog door. Het gaat niet alleen om de betaling, het gaat veel dieper dan dat.’

Buurman: ‘Verpleegkundigen worden al lang gezien als de werkpaarden van de organisatie, ‘als handen aan het bed’. De invloed op beleid is beperkt. De zeggenschap gaat via ‘verpleegkundige adviesraden’, terwijl de medische staf het ziekenhuis meebestuurt. Verpleegkundigen maken 60 procent van de medische beroepsbevolking uit, maar de stem die wij hebben telt voor hoogstens 10 procent mee. Dat wreekt zich nu.’

Schuurmans: ‘Ik zit weleens bij ziekenhuisbestuurders aan tafel en dan heb ik een flauw rijtje vragen: hoeveel bedden heeft uw ziekenhuis? Hoeveel poliklinieken? Hoeveel medisch specialisten? En hoeveel verpleegkundigen? De eerste drie weten ze feilloos te beantwoorden, 143 specialisten, maar hoeveel verpleegkundigen? Tja, zeggen ze dan, hoeveel handjes hebben we?’

Warnas: ‘Poppetjes noemen ze het bij ons. Poppetjes!’

Buurman: ‘Minister Hugo de Jonge spreekt steevast over de ‘liefdevolle zorg van onze verpleegkundigen’. Fijn hoor, maar ik heb liever een deskundig iemand. De nadruk op de empathie marginaliseert dat verpleegkunde een vak is.’

Schuurmans: ‘Ik kan heel empathisch naar een wond kijken, maar als ik alleen maar blijf kijken, valt op een dag het been eraf.

‘Als je vraagt wat patiënten van een verpleegkundigen verwachten, komt daar altijd het beeld van het lieve buurmeisje uit dat al mijn zorgen snapt. Ze hebben gemiddeld genomen geen idee wat de invloed van een verpleegkundige is op hun uiteindelijke prognose, herstel en pijn.’

Warnas: ‘Als ik zei dat ik verpleegkunde ging studeren, zeiden vrienden: ga je billen wassen? Terwijl: er zijn genoeg dagen dat ik niemand was.’

Merkens: ‘Wij zijn een black box. Als ik moet vertellen wat wij ongeveer doen, dan gaat dat bijna niet. Het zijn zoveel kleine dingetjes.’

Schuurmans: ‘Al die dingen vormen met elkaar een systeem. Zonder verpleegkundigen zou alles in elkaar vallen.’

Lees verder 

Interview | Ziekenhuizenbaas Ad Melkert: ‘Verpleegkundigen verdienen een volwaardige plaats aan de bestuurstafel

Reportage | In de zorg staken is staken met de pieper in de zak.

Analyse | Het piept en kraakt in de zorg, nu ziekenhuizen niet meer mogen groeien.

Nieuws | Van de helft van alle handelingen die artsen uitvoeren in Nederlandse ziekenhuizen, is niet bewezen dat de patiënt er baat bij heeft. Van 5 à 10 procent van de geleverde zorg is zelfs wetenschappelijk aangetoond dat deze niets toevoegt.

Interview | Sjoerd Repping, jarenlang hoofd van het centrum voor voortplantingsgeneeskunde aan het AMC, ziet het als zijn missie om een einde te maken aan de ‘onzinzorg’ in de ziekenhuizen.

Opinie | Bij veel zorg ontbreekt het bewijs naar het nut ervan. Maar dat maakt het nog geen ‘onzinzorg’, betoogt Marcel Daniëls.

Reportage | Ziekenhuizen moeten ‘varkenscyclus’ doorbreken om nijpend personeelstekort op te lossen.

Reportage | Wel of geen chemo? Meneer Van der Vlis krijgt de tijd om zijn keuze te maken. Want in het Elisabeth-Twee Steden Ziekenhuis in Tilburg mogen longkankerpatiënten meebeslissen over hun behandeling. En ze kiezen opvallend vaak iets anders dan wat de artsen als het meest passend beschouwen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden