Verontrust de industriële afbraak nog iemand?

Nederland maakt zich drukker over een schaatstocht dan over nieuwe tegenslagen in de industriële sector.

PETER DE WAARD

'Nu weet ik waarom de Nederlanders geen penalty's kunnen nemen. Ze weten niet welke hoek ze moeten kiezen.'

De Delftse hoogleraar Alfred Kleinknecht kwam vorig jaar met een gevatte reactie op het besluit van minister Verhagen van Economische Zaken alle industriële sectoren tot speerpunt van zijn innovatiebeleid te maken.

Precies een jaar later likt Nederland nieuwe wonden. Na de definitieve nekslag voor de Nederlandse auto-industrie met de sluiting van NedCar in Born, volgde dezelfde week het nieuws dat een van de laatste paradepaardjes van de Nederlandse industrie - Wavin in Zwolle - is overgenomen door een Mexicaans bedrijf. Naast een groot deel van het levenswerk van Hub van Doorne gaat ook dat van ir. Johan Keller, die in 1955 uit de Waterleiding Maatschappij Overijssel een onafhankelijke producent van kunststofleidingen vormde, verloren.

In elk ander land zou dat hebben geleid tot oproer en demonstraties. In Nederland was echter het doorgaan van de Tocht der Tochten oneindig veel belangrijker. Behalve enkele vakbondsbestuurders en de betrokken werknemers maakte niemand zich er druk over.

Nederland is nog altijd anti-industrie, zoals oud-premier Joop den Uyl ooit zei. Of in de woorden van voormalig minister van Economische Zaken Koos Andriessen: 'Nederlanders zijn een alfa-volk, geen bèta-volk.' Handel is belangrijker dan industrie. De eerste Oranje op de troon werd niet voor niets de koning-koopman genoemd die de industrie zo ver mogelijk van Den Haag lokaliseerde.

In de jaren tachtig en negentig was Wavin een van de machtigste Nederlandse multinationals. Maar grootaandeelhouder Shell en partners wisten het bedrijf net op tijd te lozen aan argeloze aandeelhouders die het nu voor een kwart van de waarde aan Mexichem mogen aanbieden.

In totaal zijn sinds de eeuwwisseling ongeveer honderd Nederlandse bedrijven in handen gekomen van bedrijven uit de nieuwe opkomende landen als Rusland, China, India, Brazilië en Mexico. Dat hoeft geen opmaat te zijn voor afbraak, maar het betekent wel dat op vergadertafels in een heel ander deel van de wereld wordt beslist over investeringen, innovatie en, zoals bij NedCar, over sluiting. Als het misgaat, kondigt minister Verhagen aan dat hij het binnenkort zal opnemen met de raad van bestuur daar, waarna er geen haan meer naar kraait.

Nederland heeft geen industriebeleid, alleen ministers van Economische Zaken die ieder het subsidiepotje zo husselen dat ze weer een eigen beleid hebben. Een volk dat alleen maar bezig is met een schaatstocht verdient niet beter.

Reageren? p.dewaard@Volkskrant.NL

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden