Verongelijkte jazztycoon streed tegen racisme

De Amerikaanse jazztycoon Norman Granz (83), die donderdag overleed, stelde zich drie grote doelen: strijden tegen racisme, goede jazz presenteren, en bewijzen dat je met goede jazz goed geld kunt verdienen....

Bert Vuijsje

HET laatste decennium van zijn leven bracht Norman Granz verbitterd door in zijn fiscale ballingsoord Genève, voornamelijk gezelschap gehouden door zijn collectie Picasso's. In april 1994 bleef hij weg bij een galaconcert in New York, waar het vijftigjarig jubileum van zijn schepping Jazz At The Philharmonic werd gevierd. Een paar jaar later reisde een medewerker van het door Granz opgerichte platenlabel Verve naar Genève om hem te interviewen. Hij kwam niet verder dan de telefooncel van waaruit hij Granz mocht ondervragen.

In 1984 hadden Simon Korteweg en ik meer geluk, toen wij Granz voor de Volkskrant interviewden. Maar ook toen sprak hij vol wrok over de ontwikkeling van de jazz-business. Was het massale succes van de jazzfestivals niet hoopgevend? 'Ik begrijp niet hoe iemand dat kan zeggen. Ze zijn stuk voor stuk gesubsidieerd. Ik heb nooit in mijn leven subsidie gehad.'

Granz had veel om trots op te zijn. Vanaf 1944 werd hij beroemd door Jazz At The Philharmonic, een rondtrekkend muziekcircus vol grote namen dat honderdduizenden concertbezoekers in Amerika, Europa en Japan warm maakte voor de jazz. De kritiek op het rumoerige gedrag van de fans was niet van de lucht, maar Granz had daar een ontspannen antwoord op: 'Ons publiek bestond in wezen uit jonge Italianen, jonge zwarten en jonge joden. Ik bedoel, het waren mensen die erg emotioneel wilden worden over muziek.'

Zelf was hij van Oekraïens-joodse afkomst en vanaf het eerste begin nam hij stelling tegen elke vorm van rassenscheiding. In het Amerika van de jaren veertig en vijftig was daar moed voor nodig, maar Granz gaf geen krimp, zelfs niet toen de politie in Texas Ella Fitzgeralds kleedkamer binnenviel om haar te arresteren op een verzonnen beschuldiging van gokken. Granz nam het krachtdadig voor haar op en werd prompt zelf met de dood bedreigd. 'Ik wist dat als hij op mij schoot, de complete politie zou verklaren dat ik me had verzet tegen arrestatie', stelde hij achteraf koeltjes vast.

Zijn grootste bijdrage tot de jazzgeschiedenis bestaat uit de meer dan 1500 albums die hij voor zijn eigen platenmaatschappijen produceerde. Dat begon met de opnamen van Jazz At The Philharmonic, maar gaandeweg organiseerde Granz daarnaast steeds meer studio-sessies voor zijn labels Clef, Norgran en Verve. Hoewel hij ook bebop-musici onder contract had, lag zijn hart bij de grote solisten uit het Swingtijdperk. Ben Webster, Coleman Hawkins, Lester Young, Roy Eldridge, Harry Edison en vele generatiegenoten konden dankzij Granz in de voor hen soms magere jaren vijftig toch de prachtigste platen opnemen. Hij hield Billie Holiday enkele jaren overeind en maakte Ella Fitzgerald en Oscar Peterson tot wereldsterren. Zijn favoriet was waarschijnlijk pianist Art Tatum, van wie hij een monumentale serie opnamen maakte.

In 1960 verkocht Granz zijn catalogus voor 2,85 miljoen dollar aan MGM, met het plan zich voortaan alleen nog bezig te houden met het organiseren van Europese tournees en zijn management van Fitzgerald en Peterson.

Toch begon Granz in 1973 alweer een nieuw label, Pablo. Nadat hij ook dat had verkocht, zakte hij geleidelijk weg in verongelijkt isolement. In 1994 weigerde hij een lifetime achievement award van de Amerikaanse platenindustrie, met de mededeling: 'I think you guys are a little late.'

Tien jaar eerder, in het Volkskrant-interview, gaf hij een plastische omschrijving van zijn filosofie als platenproducer: 'Ik heb wel eens andere producers aan het werk gezien in de studio, nou, die waren echt bezig met ''produceren'' in de letterlijke zin van het woord. Mijn aanpak is heel anders. Als ik al iets bijdraag aan een plaat, doe ik dat in elk geval vóórdat de opnamesessie plaatsvindt. Op het moment dat ik met een muzikant ga praten over een nieuw album, weet ik al wat hij gaat spelen. Als ik dat niet wist, zou ik geen plaat van hem maken.

'Het lijkt op wat een chef-kok doet. Als je kip gaat bereiden, voeg je er ingrediënten aan toe, maar kip blijft kip. Je kunt het nooit als vis laten smaken: dat zou onzin zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden