Verona legt de fundamenten voor een splitsing van de EU

Formeel zijn afgelopen weekeinde in het Palazzo Giusti geen besluiten genomen. Maar de informele ministerraad van Financiën heeft wel gepoogd de eerste contouren te tekenen van een Europa met twee snelheden....

PETER DE GRAAF

Van onze correspondent

VERONA

Want als de Economische en Monetaire Unie in 1999 wordt gevormd met een beperkt aantal landen, krijgt de Europese Unie te maken met een splitsing (tussen 'ins' en 'outs') die gevaarlijk kan zijn. Harde afspraken over voortdurende financiële en monetaire samenwerking moeten voorkomen dat de interne markt wordt opgeblazen.

De kernbegrippen van Verona zijn: convergentie en monetaire stabiliteit. De Europese lidstaten, zowel in als buiten de EMU, moeten enerzijds een strak fiscaal beleid blijven voeren om de onderlinge verschillen te verkleinen. Daartoe kan het stabiliteitspact van de Duitse minister Waigel als leidraad dienen.

Het stabiliteitspact stelt regels voor begrotingsdiscipline binnen de EMU. Maar het verdient aanbeveling dat ook de voorlopige 'outs' het pact onderschrijven. Het wordt een soort 'herenakkoord' over gezond beheer van overheidsfinanciën, waarvoor geen aanpassing van het Verdrag van Maastricht nodig is.

Anderzijds moeten de wisselkoersen van de landen buiten de EMU in toom worden gehouden. Een nieuw Europees Monetair Stelsel (EMS), met de euro als ankermunt, moet voorkomen dat valuta's al te zeer uit de band springen, waardoor de concurrentieverhoudingen op de interne markt worden verstoord.

Het EMS-2 wordt zo gemodelleerd dat de grootste last bij de centrale banken van de landen buiten de EMU komt te liggen. De Europese Centrale Bank in Frankfurt zal in eerste instantie slechts sporadisch ingrijpen om zwakke valuta's te ondersteunen. Daarmee wordt voorkomen dat de ECB met massale interventies de stabiliteit van de euro ondermijnt.

Het nieuwe EMS wordt dus 'asymmetrisch': de centrale banken van de 'outs' hebben meer verplichtingen om de monetaire stabiliteit te waarborgen dan de ECB. Bovendien worden interventies op de wisselmarkten nadrukkelijk niet beschouwd als redmiddel voor zwakke valuta's. Rentebeleid en aanpassingen van de wisselkoers zijn betere instrumenten.

Voor de ECB is wel een belangrijke, sturende rol weggelegd in het EMS-2. Naar het voorstel van Bundesbank-president Tietmeyer krijgt de Europese centrale bank het initiatiefrecht om aanpassingen van wisselkoersen voor te stellen.

De ECB in Frankfurt wordt de waakhond over de monetaire stabiliteit. Ze kan het Monetair Comité van de EU bijeenroepen om een gewenste devaluatie (of revaluatie) van een nationale munt te bespreken. De uiteindelijke beslissing daarover blijft echter in handen van de politiek.

Tietmeyer pleit voor een scherp en vooral alert monetair beleid. Er moet voortaan 'vroegtijdig' worden ingegrepen als wisselkoersen ontsporen.

Het EMS-2 wordt ook een 'flexibel' systeem. Het gaat niet meer uit van rigide bandbreedtes en interventieverplichtingen. Door die rigiditeiten werd drie jaar geleden het oude EMS immers opgeblazen door speculanten.

In eerste instantie wordt in het nieuwe systeem een ruime koersmarge vastgesteld, waarschijnlijk 15 procent, zoals nu ook al het geval is. Maar landen die economisch goed presteren, kunnen hun wisselkoers geleidelijk binnen nauwere marges brengen, bijvoorbeeld naar 6 en 2,25 procent.

Ze gaan dan een bilaterale afspraak aan met de ECB. Naar mate landen aan de convergentiecriteria van de EMU voldoen en hun valuta in een nauwere marge hebben zitten, zal ook de ECB meer doen om de betreffende wisselkoers stabiel te houden.

Convergentiebeleid, stabiliteitspact en EMS-2 hangen in het Europa met twee snelheden nauw met elkaar samen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat alle lidstaten toetreden tot de EMU. Maar zolang dat nog slechts een droom is, moeten regelingen worden getroffen om te voorkomen dat de EU zelf wordt opgeblazen.

De grote vraag, die ook in Verona onbeantwoord bleef, is: welke sancties kunnen of moeten worden opgelegd aan lidstaten die uit de pas lopen. Waigel wil wanprestaties sneller afstraffen dan in het Verdrag is afgesproken. Maar de 'automatische' sanctieregeling die hij voor ogen heeft, vindt bij veel collega's geen genade.

Ook de Franse minister Arthuis wenst een hardere aanpak van de slechte leerlingen in de klas. Landen die zich niet houden aan hun 'convergentieprogramma', mogen niet meer rekenen op cohesie- en structuurfondsen uit Brussel. Bovendien moet bij devaluaties de EU-hulp automatisch worden aangepast aan het nieuwe koersniveau. Want nu ontvangt een devaluerend land per saldo meer geld uit Brussel, omgerekend in nationale munt.

Over de concrete invulling van de stabiliteitsafspraken zal nog wel enige tijd worden gebakkeleid. Maar in Verona zijn wel de eerste fundamenten gelegd voor het toekomstige EMS en de Europese samenwerking in een gesplitste EU.

Peter de Graaf

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden