Vernieuwing oogt geforceerd bij jong talent Linning

Pas 25 jaar en nu al min of meer een klein oeuvre-programma: Nanine Linning weet hoe ze de zaken moet organiseren....

Ondertussen vindt ze ook nog tijd om in het freelance-circuit een eigen productie uit te brengen met nieuw werk voor vijf dansers en hernemingen van eerdere successen. Zelfs een film van een van haar solo's maakt deel uit van het programma. Zo krijgt de toeschouwer zicht op karakteristieken binnen haar dansidioom en ontdekt hoe Linning zich probeert te vernieuwen (al pakt dat geforceerd uit).

De film van Solo Version 5.0 (2000) vormt de opmaat van de avond. Regisseuse Jellie Dekker speelt met afstand en nabijheid: ze laat de camera cirkelen om de kleine dartele Mirjam ter Linden. In de zwart-wit-beelden krijgen trillingen van nek en schouderbladen evenveel aandacht als de draaiende patronen die Ter Linden uitvoert in het felle licht van staande lampen. Al kijkt het oog zich scheel op de steeds wisselende scherptediepte, duidelijk wordt hoe helder en eenvoudig en tegelijkertijd krachtig Linnings taal is.

Benen en armen strekken zich diagonaal, rompen hellen over naar de vloer, heupen draaien en voeten verspringen voortdurend van plek. Met deze bewegingen spint Linning een fascinerend web van onzichtbare lijnen die telkens anders door het licht worden gevangen. Daarbinnen houdt ze ruimte voor speelse details, blijkt ook uit het daarna volgend live duet van Ter Linden en Iris Reyes (Karpp. . .?, 2001). Soms synchroon, soms gespiegeld maar altijd bewust van elkaars nabijheid en vescheidenheid circelen de twee meiden over de vloer. In het heldere parcours dat Linning voor hen heeft uitgezet en dat naadloos interfereert met de strijkkwartetten van Jacob ter Veldhuis, verliezen ze elkaar nooit uit het oog.

Des te opmerkelijker is het dat de choreografe in het nieuwe quintet haar klare taal op de proef stelt door de uithoeken van excentrieke bewegingen op te zoeken. De dansers doen alsof ze typen op een computer, slaan elkaar onder de oksels en sluipen rond als ninja's kort voor een gevecht. Onderwijl bespieden ze elkaar en springen ze af en toe schuin op een rug. Dit alles in het kille schijnsel van een draaiende bouwlamp, die slechts spaarzaam wordt ondersteund door schelpwit theaterlicht.

De bliebjes, blubjes en belletjes op band versterken de vervreemding: alsof je een speelhal nadert. Maar net zo kil en doods als de associatie met gokautomaten, zo metalic en afstandelijk oogt deze Warp/Marble (in de verte geïnspireerd op het syndroom van Gilles de la Tourette).

De vijf kleuren grijs in de kostumering versterken de roestvrijstalen atmosfeer die dit werk uitstraalt. Je mist warme tegenkleuren en spannende contrapunten. Bovendien blijft het concept waarin deze drie mannen en twee vrouwen elkaar op de huid zitten opgesloten in een vaag soort gekte. De noodzaak van deze grilligheid geeft Linning niet prijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.