Vernieuwend geschiedschrijver met liefde voor popmuziek

Historicus Hans Righart schreef in 1995 zijn meesterwerk 'De eindeloze jaren zestig' over de dubbele generatiecrisis van én de vooroorlogse ouders én hun naoorlogse kinderen die 'de wereld opnieuw wilden laten beginnen'....

IN HET gesloten, enigszins deftige wereldje van Nederlandse historici viel Hans Righart op een prettige manier uit de toon. Hij beleed zijn liefde voor popmuziek zonder enige terughoudendheid. Zijn veelvuldige bijdragen aan het publieke debat in de jaren voordat hij ziek werd, waren vrij van elke geleerde gewichtigdoenerij. Hij overleed vorige week,47 jaar oud, aan de gevolgen van een hersentumor. Righart wordt vanmiddag begraven.

Righart vond journalistieke arbeid van even groot belang als historisch onderzoek. Hij schreef van 1992 tot 1996 een column in HP/de Tijd en daarna nog een jaar in De Groene Amsterdammer.

Arbeiderszoon Righart werd tot historicus opgeleid aan de Nijmeegse universiteit. Hij promoveerde in 1986 bij A.F. Manning op De katholieke zuil in Europa. Het vernieuwende van zijn proefschrift was het toepassen van een internationaal vergelijkende, sociaal-wetenschappelijke benadering.

De benoeming in 1988 van de 34-jarige buitenstaander Righart tot hoogleraar politieke geschiedenis in Utrecht kwam voor velen, hemzelf inbegrepen, als een verrassing.

Hans Righart publiceerde in 1995 zijn meesterwerk De eindeloze jaren zestig. Geschiedenis van een generatieconflict. Het is het beste én het leukste Nederlandse geschiedenisboek over die nog steeds tot de verbeelding sprekende periode.

Righart verklaart de heftigheid van de jaren zestig in Nederland uit een 'dubbele generatiecrisis'. Zonder dat ze het zelf in de gaten had, ondermijnde de vooroorlogse generatie de pijlers van het oude, verzuilde bestel, dat soberheid, gehoorzaamheid en arbeidszin veronderstelde. Materiële welvaart en het besef van de onvermijdelijkheid van de modernisering zaaiden twijfel onder de ouderen over de houdbaarheid van de hiërarchische gezagsverhoudingen.

De naoorlogse generatie bleef door verlengde scholing langer jong, wilde eigenlijk niet volwassen worden. Zij kon zich niet met de wereld van de ouderen identificeren en ging op zoek naar mythen en symbolen die zij vond in de Anglo-Amerikaanse rock 'n roll.

Righart: 'Ongrijpbaar, maar ook karakteristiek voor de jaren zestig is de betovering, de waan, de droom, de luidkeels bezongen illusie van We can change the world (Graham Nash op de elpee Songs for Beginners uit 1971). Het is het blakende en overrompelende zelfvertrouwen van een generatie die ervan overtuigd was de wereld opnieuw te kunnen laten beginnen, zonder geschiedenis en zonder schuld.'

De politisering van de jeugdcultuur kwam later pas, toen de studenten politiekje gingen spelen. Righart: 'In plaats van de verbeelding raakte een grimmig soort fantasieloosheid aan de macht.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden