Vernieuwend ballet toont fantastisch niveau van dansers

Homo Ludens van Juanjo Arqués draait om de noodzaak van in beweging blijven, het uitproberen. Pas dan kom je tot creatie, vernieuwing. De choreografieën, blijvertjes of niet, tonen het fantastische niveau van de dansers.

Michaela De Prince en James Stout in Homo Ludens.

Moet ballet vernieuwen, en zo ja, hoe? Op de conferentie Positioning Ballet, een lovens-waardig initiatief van Het Nationale Ballet, werd hierover afgelopen weekend gesproken door leiders en kenners van grote balletgezelschappen wereldwijd. Achterliggende gedachte: het ballet aantrekkelijk houden voor publiek én voor choreografen en dansers, die de dansvorm immers levend moeten houden.

Heeft een balletgezelschap nog 19de- en 20ste-eeuwse klassiekers nodig op zijn repertoire? En wat is de canon van dat erfgoed precies, en hoe verhoudt die zich tot nieuw werk? Zou ballet meer moeten samenwerken met choreografen die juist niet vanuit de ballettechniek vertrekken, en meer moeten doen met nieuw gecomponeerde muziek?

Meer vragen dan antwoorden, maar dat vernieuwing in Nederland belangrijk is, bewees Het Nationale Ballet met twee programma's: Made in Amsterdam 1 & 2, een huzarenstukje dat artistiek leider Ted Brandsen eerder, in 2012, leverde met Present(s) 1 & 2. Op het menu: acht choreografieën die na 2005 in zijn opdracht zijn gemaakt, waaronder drie wereldpremières. Blijvertjes of niet, ze geven een interessant beeld van de fascinaties van balletchoreografen en het fantastische niveau van de dansers.

Made in Amsterdam 1 & 2

Dans
Door: Het Nationale Ballet en Het Balletorkest
Met: o.a. nieuw werk van Juanjo Arqués, Ernst Meisner en David Dawson
1/2 en 12/2, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. Daar t/m 4/3

Een sterke relatie met muziek heeft ieders voorkeur. 'Muziekballetten' gaan daarin het verst, zij draaien primair om de vertaling van de structuur van een compositie. Zo ontleedt Christopher Wheeldon Poulenc elegant, Krzysztof Pastor kruist de degens met Schnittke en Górecki en Hans van Manen converseert beheerst met Britten, waarbij hij als geen ander wat menselijkheid aanbrengt in de choreografie. Ton Simons gebruikt Mozart (en video's van Rineke Dijkstra) om de menselijke kwetsbaarheid te accentueren en Alexej Ratmanski eert de liefde op Tsjaikovski.

Homo Ludens van Juanjo Arqués draait om de noodzaak van het in beweging blijven, het uitproberen. Pas dan kom je tot creatie, vernieuwing. Spil zijn fluitist Sarah Ouakrat met muziek van Dalbavie en danser Young Gyu Choi. Samen sturen zij het aangenaam speelse spel voor vijf vrouwen, vijf mannen en vijf schommels die uit de coulissen zwaaien. Choi zet dansers in gang, in nieuwe combinaties, andere richtingen en reeksen acrobatische lifts. Zijn fantasie stopt pas met de laatste ademstoot van Ouakrat.

Op sterk ritmische muziek van de jonge componist Joey Roukens gaat het heldere In Transit van Ernst Meisner over de keerzijde van beweging: we rennen en vliegen - bij hem vooral in horizontale en verticale lijnen - zonder werkelijk contact te maken. Niettemin ontstaan er diverse mooie de duetten, die mooi resoneren tegen de massa achter hen, maar uiteindelijk is het de onrust die het telkens wint.

David Dawson concentreert zich in Citizen Nowhere op eenzaamheid, nu mensen en ook landen zich meer terugtrekken, zich naar binnen keren. Edo Wijnen danst deze solo prachtig, onnadrukkelijk virtuoos, gevoelig, met besef van het hier-en-nu. Nietig in het heelal is hij, net als de held van Le petit prince. Letters, cijfers, een danseres en enkele dialogen tussen de vos en de slang uit dat boek dwarrelen voorbij op een gigantisch projectiescherm. Het enige waarop hij altijd kan terugvallen zijn de rust, kracht en balans van zijn eigen lichaam. De mogelijkheden van de dans zijn zo gek nog niet.

Bekijk hieronder de trailer.

Klaproos tussen narcissen

De westerse balletwereld is nog steeds vrij blank. Meer kleur zou er niet misstaan.

In de lawine van onderwerpen op de conferentie Positioning Ballet, kreeg het onderwerp culturele diversiteit de meeste bijval. 'I was a ballerina and I am still black', zo begon de Afro-Amerikaanse Theresa Ruth Howard haar keynote speech ironisch. De westerse balletwereld is overwegend blank of licht gekleurd, wil ze maar zeggen, en representeert daarmee niet onze samenleving, maar oude schoonheidsidealen, definities van kunst en maatschappelijke hiërarchieën. Het is een al lang lopende discussie. In modern ballet is een zwarte danser geen probleem, maar het 18de-eeuwse boerenmeisje Giselle gedanst door een zwarte ballerina: is dat nodig of moet je het oude beeld koesteren zoals je een Michelangelo koestert? De Sierra Leonees-Amerikaanse Michaela DePrince noemt zichzelf 'een klaproos in een veld narcissen'. Zij is een trots boegbeeld en rolmodel van Het Nationale Ballet.

Zo'n twintig jaar geleden, in 1999, vroeg de toenmalige artistieke leiding danseres Monique Duurvoort nog of ze haar huid lichter wilde schminken, omdat ze anders zo detoneerde tussen de witte zwanen in Het Zwanenmeer. Het bolwerk der klassieken het Mariinsky Ballet (voorheen Kirov) gaat anno 2017 niet verder dan één Koreaan in het solistentableau. Los van de artistieke bereidheid, is er het probleem van de aanwas: ballet is nog steeds vooral een hobby van welopgevoede blanke meisjes. Met name in de VS ontplooien gezelschappen initiatieven om 'klaprooskinderen' te enthousiasmeren en scouten. De nieuwste missie van Het Nationale Ballet: islamitische jongeren in Amsterdam-West bereiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden