Vernietigen en vernieuwen

De vooruitzichten voor 2013 zijn somber. In een serie van zes artikelen gaat de Volkskrant op zoek naar het licht aan het einde van de tunnel. Lonkt er herstel voor de huizenmarkt, de welvaart, de arbeidsmarkt, de export, de subsidiegebruikers en de banken?Vandaag: subsidie. Kan er uit de bezuinigingen toch iets goeds ontstaan? Tekst:

MICHAEL PERSSON

Eigenlijk bedoelde Joseph Schumpeter het heel anders. Toen de Oostenrijks-Amerikaanse econoom in 1942 zijn theorie van 'creatieve destructie' op papier zette, had hij het over creativiteit die tot destructie leidt - in die volgorde. Hij doelde op een proces van cyclische innovatie, waardoor oude industrieën sterven en nieuwe geboren worden.

Vervolgens gingen de neoliberalen ermee aan de haal. Zij begonnen het begrip te gebruiken als excuus voor elke bezuiniging of reorganisatie waarmee zij bedrijven zogenaamd tot meer efficiëntie en een hoger rendement dwingen. Daarmee hebben zij de betekenis 180 graden omgedraaid: het is nu destructie die tot creativiteit moet leiden, en niet andersom.

Ironisch genoeg zitten de neoliberalen daarmee weer iets dichter bij de allereerste bedenker van het begrip: Karl Marx. Hij voorzag dat het kapitalisme zichzelf steeds vernieuwde door zichzelf te vernietigen - al dan niet met behulp van een oorlog. Dus vragen wij ons af, met Marx en zijn kapitalistische navolgers: komt er ook iets nieuws voort uit de huidige crisis? Sijpelt er hoop uit de puinhopen?

Voor een antwoord zochten we in sectoren die het hardst en het duidelijkst door de crisis zijn getroffen. Vier sectoren die zeer afhankelijk zijn van overheidsgeld, en door bezuinigingen gedwongen de zaken heel anders moeten gaan aanpakken. Bij defensie, ontwikkelingshulp, in de kunst en bij de omroep probeert men het, op bepaalde plekken. We geven vier voorbeelden.

Daarmee is niet gezegd dat zo'n vondst hét antwoord is op de destructieve bezuinigingen - voor je het weet wordt zo'n voorbeeld gebruikt als excuus om verder af te breken. Steek maar in de fik, er verrijst toch wel weer een Phoenix uit. Nee, dat zeggen we niet.

Maar het is iets.

'Het was boodschappen doen met een Ferrari'

Defensie

'Ik doe nu mijn eigen was', zegt kapitein-luitenant ter zee Chris van den Berg, commandant van het nieuwe marineschip Hr. Ms. Holland. 'Vroeger hadden we daar een hofmeester voor.' Het is een typerende verandering bij de marine, een van de defensieonderdelen die door de bezuinigingen worden getroffen. Met minder mensen de taken zo goed mogelijk doen, is het devies.

Daar horen andere schepen bij. Kleiner, lichter bewapend, efficiënter bemand, flexibeler inzetbaar, slimmer vooral. De Holland, nu nog in het dok bij de werf Damen Schelde in Vlissingen voor de laatste aanpassingen, is het eerste schip van die nieuwe generatie; er volgen er nog drie. Zie het liggen: een schip met de lijn van een luxejacht, strak, zakelijk. Toch heel wat anders dan zijn voorgangers, de acht zwaar opgetuigde M-fregatten, met al hun raketten en ronddraaiende radars op zoek naar de onzichtbare vijand.

'Het was even wennen', zegt Van den Berg. 'We kunnen hiermee niet mee in de klassieke oorlogvoering. We kunnen geen raketten afschieten, geen torpedo's in het water gooien. Maar we zijn wel beter toegerust voor het lagere deel van het geweldsspectrum.'

Het lagere geweld: antipiraterij, drugsbestrijding, kustwachtoperaties. Tot dusver werden daar de grote fregatten op afgestuurd. Maar wat moeten die met hun luchtafweergeschut in Somalië? 'Het was boodschappen doen met een Ferrari', zegt Van den Berg. De Holland daarentegen heeft speciaal voor dit soort operaties een soort schuifdeur waaruit speedboten met mariniers kunnen worden gelanceerd.

Meer nieuwigheid aan boord: een kraan om eigen voorraden aan boord te hijsen, twee containers waarin spullen kunnen worden meegenomen voor noodhulp. 'We zijn onafhankelijker geworden, we hebben minder snel een haven of andere schepen nodig', zegt Van den Berg. 'Dat voelt prettig.'

De 76-mm boordkanonnen zijn tweedehands, overgenomen van Denemarken. De lichtere wapens zijn wel nieuw, en wel zo handig, want op afstand bestuurbaar: vroeger zat er achter elke mitrailleur een bemanningslid, in weer en wind - nu zit er eentje achter een paar beeldschermen op de brug. De operationele kosten, voornamelijk brandstof en bemanning, zijn gehalveerd, schat Van den Berg.

Omdat er nog maar vijftig man aan boord zitten in plaats van honderdvijftig is het werk breder geworden. Wie de ene dag in de machinekamer zit, is de volgende dag verantwoordelijk voor de radarsystemen. De hiërarchie is minder, mensen voelen zich sneller verantwoordelijk. Van den Berg heeft ook minder last van zuilen: opvarenden trekken zich niet zo ver terug in hun eigen groep. 'Mensen kunnen zich niet meer verschuilen. Je ziet ze opbloeien.'

'Het geld is er gewoon - elders'

Ontwikkelingshulp

Arme mensen zijn er nog steeds, maar arme landen zijn er steeds minder. Ofwel: de armen wonen in steeds rijkere landen. Die constatering bracht Robert Wiggers tien jaar geleden op een lumineus idee: waarom zou het geld voor ontwikkelingshulp niet gewoon in de zich ontwikkelende landen zelf kunnen worden opgehaald?

Het begon als een aardig idee, maar is pure noodzaak aan het worden. Want rijke mensen zijn er nog wel, maar rijke landen steeds minder. Doordat de geldkraan voor ontwikkelingssamenwerking in Nederland steeds verder wordt dichtgedraaid, moéten hulporganisaties wel op zoek naar andere fondsen.

En die zijn dus gewoon te vinden in de voormalige derde wereld, zag Wiggers (56), die werkt voor hulporganisatie Wilde Ganzen. In landen als India, Brazilië, China en Kenia groeit een middenklasse die best wat wil doen voor zijn medemens. Alleen: hoe vinden die elkaar?

'Het geld is er gewoon', zegt Wiggers. 'Dus heb ik gezegd: wij gaan lokale partners helpen dat geld uit die markt te halen.'

Dat is ontwikkelingswerk-nieuwe-stijl: niet alleen meer zelf fondsen werven, maar collega's dáár trainen dat te doen.

Wilde Ganzen injecteerde deze nieuwe tactiek in het programma Action for Children (dat bijvoorbeeld speelplaatsen voor kinderen financiert) en ging met zusterorganisaties in Brazilië, Zuid-Afrika, India en Kenia aan de slag. De methode wierp zijn vruchten af: het rendement van de fondsenwerving daar is drie keer zo hoog als hier. Wanneer hier een euro wordt gestoken in een collecte-actie, hoort dat minimaal 4 euro op te leveren. Elke geïnvesteerde euro daar brengt zeker 12 euro in het laatje.

Natuurlijk hebben de klassieke armen in de klassiek arme landen nog steeds klassieke hulp nodig, zegt Wiggers. 'Maar de armen in ontwikkelende landen hebben evenveel recht op hulp. Nederlanders geven daar niet snel aan.'

Het lokale bedrijfsleven speelt een belangrijke rol in de fondsenwerving. De Braziliaanse oliemaatschappij Petrobras bijvoorbeeld steunt het Action for Children-programma - na te zijn binnengehengeld door de Brazilianen zelf. 'Dat is de enige manier', zegt Wiggers. 'Als Nederlandse hulporganisatie kom je daar niet binnen. De nationale trots is te groot.'

Wiggers beseft dat de nieuwe rol als fondsenwerftrainer tijdelijk is. 'Hulporganisaties kunnen op deze manier, afgeslankt, in deze landen nog tien jaar vooruit. Maar op een gegeven moment is het afgelopen. Dan doen die landen het zelf.'

'Slimmer omgaan met sponsoring'

Publieke omroep

Mattias Schut zou het wel weten: meer commercie bij de publieke omroep. Laat Heineken gewoon een programma sponsoren. 'Er is overal reclame. Als je daar wat slimmer mee om zou gaan, zou dat een prima alternatief zijn om de publieke omroep te financieren.'

Schut (38) is een van de directeuren van tv-productiebedrijf annex reclamefilmmaker CCCP. Hij bedacht met zijn collega's innovatieve tv-programma's als Rambam en 6Pack, en won vorige week nog een Gouden Loeki voor zijn reclame voor lekker lang bellen met Telfort. 'Die twee werelden lopen in elkaar over. Creëren is universeel. Wij gebruiken mensen en ideeën uit de ene wereld voor de andere.'

CCCP werkt goedkoper dan andere programmamakers voor de publieke omroep. Allereerst doordat ze weinig overhead hebben. 'Geen duur pand of receptionistes', zegt Schut. Ten tweede omdat ze die overhead ook nog eens delen met de reclameafdeling.

De reclamewereld bleek voor CCCP een bron van talent. Ooit begon Jeroen van Koningsbrugge zijn televisiecarrière als Citroënverkoper in door CCCP gemaakte reclamespotjes - daarna werd hij bekend, mede dankzij het door CCCP gemaakte satirische programma Draadstaal. Nu hebben ze grote plannen met Patrick Stoof, de ex-miljonair in het Telfort-spotje. 'Een inspirerende kerel, daarmee willen we een nieuw tv-programma maken', zegt Schut.

CCCP maakte naam met het guerrillaprogramma 6Pack, waarin presentatoren illegale geintjes uithaalden en bijvoorbeeld inbraken op de nachtprogrammering van SBS6. Het bleek een project voor Heineken te zijn. 'Heineken wilde in het vizier komen van een jonge, eigenwijze doelgroep, en daarvoor bedachten we dit programma. We zeiden: het is niet nodig om de hele tijd een biertje in beeld te brengen. Zo had je er als kijker geen enkele last van.'

Volgens Schut valt bij 80 procent van de programma's wel een link te leggen met een bedrijf, zonder dat de kijker er last van heeft. 'We zouden dat zo graag doen voor de publieke omroep. Slim produceren is het samenbrengen van commercie en entertainment. De bezuinigingen zijn doodzonde. Het zou zo jammer zijn als de publieke omroep niet de kans krijgt te overleven.'

'We betalen met muziek'

Kunst

'Het is vooral verschrikkelijk leerzaam', zegt contrabassist Wilmar de Visser van het Radio Filharmonisch Orkest over het nieuwe concertpodium dat hij laat bouwen. 'Neem zo'n lessenaar voor bladmuziek. Die moeten we kopen. Dat kost dus geld. In het Concertgebouw staat-ie er gewoon. Je wordt je enorm bewust van de waarde van spullen, en de waarde van geld.'

De Visser (40) is een van de mensen achter Splendor, een nieuw podium voor klassieke muziek in Amsterdam. Met een stuk of vijftig gelijkgestemde topmusici verbouwt hij het voormalige badhuis aan de Nieuwe Uilenburgerstraat tot een muziekparadijsje met twee zalen en een zolder, waar zij de muziek gaan maken zoals zij dat willen: kleinschalig en intiem. De muzikanten tussen het publiek - al dan niet met een biertje in de hand. 'We hebben net veertig strandstoelen aangeschaft', zegt De Visser. 'Lekker, bij minimal music. We hebben de vrijheid om het helemaal te doen zoals wij willen.'

In een sector die desastreus wordt getroffen door de bezuinigingen wordt Splendor als een streepje licht tussen de wolken gezien. Iemand noemde het initiatief 'de Arabische lente in cultuurland'. Vooral het feit dat er kennelijk nog geld voor is gevonden, stemt hoopgevend.

Het geld komt van donateurs die jaarlijks 100 euro betalen. Met 1.250 donateurs moet de exploitatie rond zijn; er zijn er nu duizend. Nu, tijdens de verbouwing, krijgen ze honderd keer per jaar een 'muzikale tegenprestatie': een recital of ander optreden van een van de Splendor-musici. Straks, na de verbouwing, krijgen ze onbeperkt toegang tot het podium.

Voor de verbouwing hebben de musici obligaties uitgegeven van 1.000 euro per stuk (van de 255 zijn er nog een stuk of twintig over). Investeerders krijgen hun geld over tien jaar terug. Rente krijgen ze niet, wel een concert aan huis. Wie één obligatie heeft, krijgt één muzikant. 'We betalen met muziek', zegt De Visser.

De financiering draait dus om crowdfunding - De Visser spreekt over 'de economie van het goede gevoel'. 'Donateurs, obligatiehouders, musici: iedereen voelt zich er goed bij.'

Aan de andere kant: het project vergt veel van de musici. 'Je moet ook heel veel doen buiten muziek maken. Normaal heb je het alleen over maat 2 die je een beetje zachter moet spelen. Nu heb ik het over de netwerkbekabeling en de bierleiding. Ik vind dat leuk, maar dat geldt niet voor iedereen.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden