nieuws Vermogens

Vermogens gegroeid door eigen huis, maar de verschillen zijn groot

Door de gestegen huizenprijzen zijn de vermogens van de Nederlandse huishoudens verder gegroeid. De onderlinge verschillen zijn daarbij groot. Drie op de tien huishoudens (vooral jongeren) had per 1 januari 2017 geen of een negatief vermogen. De bovenste 10 procent (vaak ouderen) had bijna 1.000 miljard euro aan bezittingen.

Huizen in aanbouw op Zeeburg, Amsterdam. Beeld Pauline Niks

Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek vandaag presenteert. Het doorsnee vermogen van een Nederlands huishouden kwam op 1 januari 2017 uit op 28.300 euro, ruim 6.000 euro meer dan een jaar eerder. Volgens het CBS zit die gestegen waarde vooral in de huizenprijzen. Bijna zes op de tien huishoudens had in 2017 een eigen woning. Die eigen woning was goed voor bijna 60 procent van het totale vermogen.

De cijfers over de vermogens liggen gevoelig. De inkomensongelijkheid in Nederland is relatief klein en stabiel, maar de vermogensongelijkheid is groot. De eigen woning speelt daarin een grote rol. De onderste 10 procent huishoudens had in 2017 per saldo een negatief eigen vermogen van 51 miljard euro. Volgens het CBS komt dit doordat deze groep veel woningbezitters telt met een hogere hypotheekschuld (146 miljard euro) dan de totale waarde van hun woningen (106 miljard euro). Dit zijn vooral jonge huishoudens, die nog vermogen moeten opbouwen.

65-plussers hoogste vermogen

De onderste dertig procent van de huishoudens heeft vooral schulden, of in elk geval geen vermogen. Daarna loopt het vermogen langzaam op, tot een uitschieter bij de hoogste 10 procent. Per 2017 had die 951 miljard euro aan bezittingen, bijna 50 miljard meer dan een jaar eerder. Daar stond 142 miljard euro aan schuld tegenover. Die bijna 1.000 miljard euro aan bezittingen van de hoogste 10 procent bestond voor ruim eenderde uit de eigen woning. Eenvijfde kwam van de waarde van het belang in het eigen bedrijf, 15 procent ervan stond op de bank- of spaarrekening.

Volgens het CBS zijn de hoogste vermogens vooral te vinden bij 65-plussers. Ze bezitten vaak een eigen huis en hebben de hypotheek bijna of helemaal afgelost. Begin 2017 was het doorsnee vermogen van een 65-plus huishouden 113 duizend euro. Ruim een op de tien van die huishoudens had een vermogen van meer dan een half miljoen euro. Slechts 4 procent van de ouderen had een negatief eigen vermogen. Bij huishoudens met een kostwinner jonger dan 25 jaar hadden volgens het CBS vier op de tien huishoudens meer schulden dan bezittingen, bij de 25- tot 45-jarige huishoudens was dat een derde.

De jongere huishoudens zitten ook nog met een gestegen studieschuld. Die was per 1 januari 2017 opgelopen tot 15,5 miljard euro: 1,6 miljard meer dan een jaar eerder. Zo’n 1,1 miljoen huishoudens hadden een studieschuld, 82 duizend meer dan in 2016. Ook de doorsnee hoogte van de schuld steeg, van 7.400 naar 8.100 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden