Opinie

'Vermijd spanning tussen generaties, angst en woede bij ouderen is te begrijpen'

Ouderen zijn het slachtoffer van een absurd lage rekenrente. Een reële rente is voor iedereen beter, schrijft Martin van Rooijen namens Koepel Nederlandse Verenigingen van Gepensioneerden.

50PLUS-lijsttrekker Henk Krol (R) op het Binnenhof in Den Haag de dag na de verkiezingen. Beeld anp

Yvonne Hofs heeft een polariserend artikel geschreven. Zij verwijt ouderen dat ze bang zijn en boos. Zij voert dat terug op egoïsme van de 60-plussers. Maar zij onderzoekt niet waar die angst nu vandaan komt.

De oorsprong van de bezorgdheid van ouderen zit hem in het samenlopen van twee zaken: de noodzaak om de overheidsfinanciën weer in evenwicht te brengen en de veronderstelling dat ons unieke pensioenstelsel, niet houdbaar is.

De sanering van de overheidsfinanciën verloopt meer dan ons lief is via verhoging van de belastingen. Natuurlijk wordt er ook bezuinigd, maar het meest zichtbaar is toch de verhoging van belastingen, accijnzen, het eigen risico in de zorg, etc. Het is een bewuste keuze van het kabinet daarbij de werkenden te ontzien. Daarom worden mensen zonder werk, arbeidsongeschikten, werklozen, bijstandsgerechtigden en ja, ook gepensioneerden, harder getroffen.

De langdurige discussie over de vermeende onhoudbaarheid van het pensioenstelsel en, als gevolg van de lage dekkingsgraden van pensioenfondsen, het niet indexeren van de pensioenen en zelfs het verlagen ervan wordt ervaren als een extra aanslag op de koopkracht. Het is een verlies dat boven op de lastenverzwaringen komt. Het wordt ook niet begrepen, omdat het pensioenvermogen alsmaar groter wordt.

 
De levensverwachting is sinds 1960 toegenomen met niet meer dan 4 jaar

Grote onrust en angst over de toekomst
Deze twee gebeurtenissen zorgen voor grote onrust en angst over de toekomst. Voor mensen met een heel goed pensioen, zoals in het voorbeeld gebruikt door Yvonne Hofs, mag die angst overdreven worden genoemd en misschien zelfs onterecht. Maar we vergeten dat de gepensioneerden van nu een gemiddeld aanvullend pensioen hebben dat lager ligt dan 800 euro per maand bruto. Samen met de AOW is het een redelijk pensioen, maar het laat niet veel ruimte voor bezuinigingen. Politici maken ons duidelijk dat de problemen van het Rijk nog lang niet zijn opgelost. Tegelijkertijd worden gepensioneerden geconfronteerd met dreigende aantasting van het stelsel waarop hun pensioen is gebaseerd.

Daar komen die angst en die woede vandaan. En het zou Yvonne Hofs gesierd hebben daar aandacht aan te besteden. Nu is een spanning gecreëerd tussen generaties, die misschien aardig is voor de publiciteit, maar geen bijdrage levert aan het gevoel van veiligheid waarnaar ouderen zo verlangen.

Natuurlijk willen ouderen inleveren, graag zelfs. Uit de reacties op het artikel blijkt dat ook. Laten we een constructieve discussie hebben over de beste manier om uit de problemen te komen. Zowel voor de overheidsfinanciën als voor het pensioenstelsel.

 
Nu is een spanning gecreëerd tussen generaties, die misschien aardig is voor de publiciteit, maar geen bijdrage levert aan het gevoel van veiligheid waarnaar ouderen zo verlangen.

Onwaarheden
Jammer genoeg wemelt het ook van de onwaarheden in het artikel. Dat is misschien van secundair belang, maar het vraagt om een weerwoord. Want Yvonne Hofs baseert zich zogezegd op de feiten.

Neem de rekenrente. Er zijn buiten Nederland zes landen in Europa die een vergelijkbaar pensioenstelsel hebben. Landen als België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zweden en Noorwegen kennen ook een rekenrente. Hoewel de verplichtingen in deze stelsels onvoorwaardelijk zijn (en in Nederland voorwaardelijk) wordt toch een hogere rekenrente gekozen, meestal gebaseerd op verwachte rendementen.

Alleen Nederland, met relatief het hoogste pensioenvermogen en niet gegarandeerde uitkeringen, hanteert een discontovoet die gebaseerd is op onmiddellijke liquidatie: alle verplichtingen moeten te allen tijde overgedragen kunnen worden aan een verzekeraar. Dat is absurd. Een stabielere rekenrente, die een relatie heeft met het rendement, is logischer en ook beter voor de nationale economie. Het gaat per slot van rekening om een virtuele berekening. De vraag moet zijn: heeft het pensioenfonds voldoende geld om alle toekomstige aanspraken uit te keren? Dat is een vraag naar de kasstroom, niet, zoals nu wordt berekend naar de balans.

Wat veel erger is: hield men zich maar aan de voorzichtige lage rente die nu is vastgesteld. Voor het berekenen van de dekkingsgraad gebruikt men deze lage rente, maar voor berekening van de premie en bij overdracht wordt een hogere rente gebruikt. Nu de premie op een hogere rente wordt uitgerekend dan de verplichtingen, worden jaarlijks honderden miljoenen overgeboekt van de reserves van pensioenfondsen naar de nieuwe verplichtingen, om het populair te zeggen van oud naar jong.

 
Nu de premie op een hogere rente wordt uitgerekend dan de verplichtingen, worden jaarlijks honderden miljoenen overgeboekt van de reserves van pensioenfondsen naar de nieuwe verplichtingen, om het populair te zeggen van oud naar jong.

Niet te veel blindstaren
Het is waar dat het vermogen op zichzelf deels wordt bepaald door de hoogte van de rente. Als de rente gaat stijgen, daalt het vermogen, dus we moeten ons niet te veel blindstaren op die 1.000 miljard euro.

Stijgt de rente, dan daalt de waarde van de obligaties. Overigens maken obligaties maar ongeveer 40 procent uit van het totale vermogen, waarvan Nederlandse laagrentende staatsobligaties een klein deel vormen. Een verhoging van de rente heeft dus een beperkt effect op de hoogte van het vermogen. Renteveranderingen wegen veel zwaarder bij de berekening van de verplichtingen. Dat komt doordat bij verplichtingen de contante waarde wordt berekend. Daarbij wordt rente op rente berekend. Daardoor werkt een rentevariatie vijftienvoudig door in de dekkingsgraad. We hebben immers te maken met verplichtingen die 60 jaar kunnen doorlopen. De contante waarde van de verplichtingen daalt ongeveer met 15 procent, waardoor de dekkingsgraad met 15 procentpunten stijgt. Alleen al ten gevolge van de rentestijging met één procentpunt.

Het punt van de levensverwachting is veel minder dramatisch dan Yvonne Hofs veronderstelt. De levensverwachting is sinds 1960 toegenomen met 4 jaar, het meest nog voor de mensen die nu nog niet met pensioen gaan, in populaire taal: voor de jongeren. Dat is opgelost door in één keer in 2010 de verplichtingen dienovereenkomstig te verhogen. Dat kostte 7 procentpunt dekkingsgraad, voor iedereen, jong en oud.

Werkenden en hun werkgevers betalen nu meer premie dan in het verleden. De premie is gegroeid van 9,5 miljard euro naar 30 miljard in de afgelopen 15 jaar. Maar daar hebben de werkenden ook iets voor teruggekregen: een hogere opbouw en een hogere pensioengrondslag. Deze wijzigingen hangen samen met de overgang van het eindloonstelsel naar het middelloonstelsel. Nog een belangrijke constatering: voor 90 procent van de werkenden geldt dat het eindloon gelijk is aan een geïndexeerd middelloon: hun carrière is voltooid uiterlijk op de leeftijd van 38 jaar. Voor verreweg de meesten maakt het dan ook niet uit of we spreken van een eindloon of middelloon.

Maar zij hebben wel een hogere opbouw en een hogere grondslag. Bovendien is de opbouw extra verhoogd om de vut-rechten in te bouwen in het pensioen. Het is dus waar dat werkenden nog vut-premies betalen, maar ze krijgen er ook verhoogde rechten door. Als een volledige opbouw van 40 jaar wordt gerealiseerd, is een pensioen van meer dan 80 procent van het middelloon mogelijk. Dit is bruto. Netto betekent dit meer dan 100 procent! Het is dus niet waar dat jongeren een veel lager pensioen opbouwen dan de huidige gepensioneerden deden. Het is wel waar dat ze langer moeten werken. Daar kan ik geen troostende woorden over spreken.

In 2000 was de pensioenleeftijd in een land als Noorwegen al 67 jaar. Wij zijn in Nederland laks geweest met de aanpassing van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting. De oude Drees had al het plan om de AOW-leeftijd te laten stijgen met de levensverwachting. Het parlement heeft dat toen niet in de wet willen vastleggen. Nu, na meer dan zestig jaar, is het er eindelijk van gekomen.

Laten we de discussie voeren op grond van de feiten en met respect voor elkaar. De gepensioneerden zijn ook ouders en grootouders en zij willen het beste voor hun kinderen.

Martin van Rooijen namens Koepel Nederlandse Verenigingen van Gepensioneerden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden