Verlos ons van de literatuur

Iedere criticus weet hoe het voelt...

Aleid Truijens

Die jaloerse blikken. Want hij heeft het goed voor elkaar, de criticus. Elke dag liggen er stapels boeken bij de post, helemaal gratis. Terwijl loonslaven voor dag en dauw door de regen fietsen of zich in forenzentreinen proppen, zet de criticus zich in zijn warme kamer aan het lezen, de benen op tafel. Iedere week oordeelt hij over andermans hartenbloed. Hij vermeit zich in de verbeelding zonder zichzelf te verliezen in de oeverloosheid van het scheppen. Zonder stap buiten de deur te zetten, meet hij zich een wereldbeeld aan, via de denkbeelden van anderen. Hij heeft een publiek waarvan de meeste schrijvers alleen maar dromen. En hij wordt er nog goed voor betaald ook.

Hans Goedkoop, literair criticus voor NRC Handelsblad en biograaf van Herman Heijermans en Renate Rubinstein, weet dat hij bevoorrecht is en hij komt daar als weinigen rond voor uit. Toen hij werkte aan zijn doctoraalscriptie over Heijermans, schrijft hij, voelde hij, een leven opdiepend uit papier, dat hij was waar hij wezen wilde. En toen zijn krant hem in 1994 vroeg om kritieken te schrijven, paginagrote stukken liefst, kwam hij definitief thuis. Hoewel. 'Er kwam een dag', bekent Goedkoop, '(. . .) dat ook een hele pagina te krap werd, en uiteindelijk zat er niets anders op dan te besluiten dat het toch nog maar een maatje groter moest. Vandaar dit boek.'

Dat is een ietwat kokette vaststelling ook in korte stukken kan een essentie scherp worden verwoord , en het blijkt in deze essaybundel, Een verhaal dat het leven moet veranderen, ook niet te gaan om het 'maatje groter'. Wat Goedkoop doet in deze stukken geen verzamelde kritieken maar merendeels nieuwe, of commentaren op oude is verantwoording afleggen. Kijken wat tien jaar lezen, denken en schrijven hem gebracht hebben. Oude oordelen herzien, stommiteiten herroepen en jeugdige dwalingen met erbarmen verklaren.

Goedkoop toont zich het type criticus dat eindeloos zoekt en tobt en dan vlak voor de deadline met de moed der wanhoop op de verzendknop drukt. Om dan een paar dagen erna te schrikken van de onbesuisdheid van zijn woorden in de krant. En weer later vast te stellen dat hij het toch wel bij het juiste eind had, toen. Hij had het alleen een beetje anders moeten zeggen. Vandaar dit boek.

Die werkwijze levert prettig geschreven, ogenschijnlijk relativerende stukken op die toch gedecideerd afstevenen op het eigen gelijk. Goedkoop is een retoricus, maar eentje die laat zien hoe hij het spel speelt.

Zoals veel mensen een geliefde kiezen die niet volmaakt is, zodat er nog wat aan te schaven valt, is Goedkoop het best op dreef in stukken over literatuur die hem in aanleg bevalt, maar toch teleurstelt. Het werk van Joost Zwagerman bijvoorbeeld veelzijdig, in zijn non-fictie bij vlagen briljant, maar in de romans toch 'eigenaardig onpersoonlijk'. Ronald Giphart: onstuitbaar grappig, 'masturberend in taal', maar uiteindelijk in zijn meest serieuze roman, Phileine zegt sorry, op de vlucht voor zichzelf. A.F. Th. van der Heijden: virtuoos, overrompelend en niet te benauwd om actuele gebeurtenissen te verwerken in De tandeloze tijd, maar ook hblijkt een schrijver die de bittere pil verguldt zonder een uitweg te bieden. Thomas Rosenboom? Zijn helden pogen te ontsnappen aan hun isolement, maar hun schepper verhindert dat. Ook Rosenbooms verbeelding is vernietigend: 'het auto-immuunsysteem van de geest'.

Zelfs Frans Kellendonk, in veel opzichten Goedkoops ideale schrijver de enige van de navelstaarders rondom het tijdschrift De Revisor die een uitweg zocht uit de cul de sac van de eigen geest, die oprecht zei te streven naar iets oubolligs als een 'gemeenschap', naar een geloof, al was het maar een geveinsd geloof , zelfs die dappere, gesmade desperado laat het, bij Goedkoops derde lezing van Mystiek lichaam, afweten. Want ook Kellendonk wist niet zo gauw hoe dat te realiseren viel, zo'n gemeenschap.

Zo kort samengevat klinken Goedkoops conclusies botter dan ze zijn, maar het is wel zo dat hij al deze schrijvers hetzelfde verwijt maakt. Zij bieden hem geen uitweg uit het bedwelmende bad van de verbeelding. Geen van hen is bij machte een brug te slaan van de comfortabele werkkamer thuis naar de wereld waar het spookt en weerlicht, waar de doden vallen, de grotemensenwereld out there. Keer op keer blijkt de literatuur geen gids; zij biedt geen reddend visioen.

En dat is wat Goedkoop wel verlangt. Literatuur is voor hem geen doel maar middel. Ekeer verwoordt hij dat agressief: 'Zet je tanden erin en vreet het uit. Laat ervan liggen wat je niet kan schelen en roof mee wat je van waarde vindt. Maak het van jou. Stijg niet op naar de bovenwereld van de literatuur, maar sleur die grommend, zwetend, kletterend en klepelend mee naar je eigen werkelijkheid beneden.' Dat is nog eens een consumentistisch, fraai in de tijdgeest passend leesadvies. Goedkoop schrok zelf van zijn woorden, blijkt uit het essay erna. Toch concludeert hij, na wat sussende nuancering: 'Ik denk dat er (. . .) geen alternatief is voor literatuur die inzicht in de menselijke staat zoekt.'

Het is een eerlijke, eigenzinnige houding voor een criticus. Maar ook een beperkende. Literatuur als panacee voor eigen noden. De onverteerbare resten verdwijnen in de vuilnisbak. Dat literatuur gaat over de wereld, de onze, die waartoe we veroordeeld zijn: okMaar 'de' menselijke staat is iets anders dan antwoord op levensvragen. Andermans verbeelding: soms kijk je ernaar, met afkeer, of met open mond van bewondering, maar kun je er niets mee aanvangen. Er is de schok der herkenning, of de verbijstering van het vreemde. Soms is het alleen de toon die treft. Literatuur is meer dan een handleiding hoe te leven.

Het gekke is: uit Goedkoops stukken over literatuur spreekt een groot verlangen van die literatuur verlost te worden. De weg van bureau naar wereld zou een directe moeten zijn. Misschien wordt het tijd dat hij zelf zijn wereldbeeld ontvouwt, niet langer over de rug van boeken, maar van schrijver tot lezer. Nog een maatje groter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden