Verloren zwerver in eigen land

Joshua Ferris heeft veel gemeen met zijn voorbeeld Jonathan Franzen. In zijn nieuwe roman voert hij een typische New Yorker op.

Van Joshua Ferris (36) was al bekend dat hij talent had. Zijn debuut Then We Came to the End (2007) was een overtuigende zedenschets van het moderne kantoorbestaan; alleen de televisieserie The Office brengt de werkvloer beter in beeld.


Toen The New Yorker hem presenteerde als een van dè jonge Amerikaanse schrijvers, maakte hij de reputatie waar met het tragikomische verhaal The Pilot, dat niet goed afloopt. En ook De naamlozen, het nieuwe boek van Ferris, is als een enorme, trage draaikolk. Je merkt het niet steeds als je er in drijft, maar de beweging omlaag, naar de peilloze treurnis op de bodem, is onvermijdelijk.


In de VS wordt Ferris soms vergeleken met Jonathan Franzen, die andere chroniqueur van het gezinsleven in de buitenwijk. Franzen maakte furore met The Corrections (2001) en Freedom (2010). Ferris noemt Franzen ook als een voorbeeld. Naast een vage uiterlijke gelijkenis en hetzelfde type moderne bril delen de twee schrijvers een vermogen om iets essentieels van 'middle America' in woorden te vangen. Dat The Unnamed nu is vertaald, terwijl de geprezen debuutroman die eer niet kreeg, zal te maken hebben met Ferris' reputatie van Groot Jong Talent.


In De naamlozen schetst Ferris het soort man dat New Yorkers kennen: een murmelend wezen dat op straat voorbij schiet, in zichzelf gekeerd, op weg naar een bestemming die alleen hij kan zien.


Deze Tim leidt aanvankelijk een aangenaam bestaan met een 'nog steeds mooie' vrouw, een mollige tienerdochter en een baan als topadvocaat in Manhattan. Hij noemt zijn echtgenote liefhebbend 'banaan'. 's Avonds keert hij tevreden terug naar het ruime huis in suburbaan New York. Maar Tim moet lopen, en dat is een probeem. 'Het is terug', zegt hij al vroeg in het boek tegen zijn vrouw Jane. 'Het' is een afwijking zonder naam, een dwangneurose waardoor Tim op onverwachte, ongepaste momenten opeens moet gaan wandelen tot hij er bij neervalt. Letterlijk. Met de focus van een pitbull verlaat hij het kantoor.


Tim eindigt uren later in een fastfoodrestaurant of een park, verkleumd en vuil, diep in slaap. Het is moeilijk te zeggen wat wonderlijker is: dat hij de doelloze wandelingen overleeft, of dat altijd iemand met zijn vrouw of de politie belt.


De 'conditie' wordt steeds erger. Tim blijft nachten en dagen weg. Artsen kunnen niets doen. De enige manier om hem te beschermen is barbaars: hem vastketenen aan bed. Geleidelijk glijdt Tim weg in een staat van radeloosheid.


Jane gaat uiteindelijk aan de drank, wanneer ze beseft dat ze haar man echt kwijt is. Hij doorkruist Amerika te voet, een verloren zwerver in eigen land. Ferris beschrijft knap hoe een gewoon, herkenbaar leven kan wegzakken in een drijfzand van onbeantwoorde vragen.


Hoewel zijn problemen vreemd en extreem zijn, roept het thema herkenning op: de liefde, hoe groot en diep ook, kan soms geen redding bieden. Jane blijkt Tim niet te kennen op het wezenlijkste niveau. Ze kàn hem niet kennen. Niemand kan iets doen tegen het verlies dat vanaf de eerste pagina's in de lucht hangt. Tim is de hoofdpersoon, maar Jane is degene met wie we mee voelen.


Na haar strijd met de drank krijgt ze ook nog kanker. Dit alles terwijl ze op Tim blijft wachten, als een onverbeterlijke engel die geen 'nee' kan aanvaarden.


Jane vlucht in de alcohol, weg van haar rouw en pijn, en Ferris maakt dit aannemelijk. Begrijpelijk zelfs. Het is duidelijk dat Ferris de vernietigende kracht en de verleiding van de drank erg goed kent.


In een interview na zijn uitverkiezing door The New Yorker had Ferris het volgende antwoord op de vraag wat het geheim van goede fictie is: een verhaal dat er inherent op aandringt om herlezen te worden. Dat nu doet De naamlozen niet. Eén keer is genoeg; Ferris is geen Jonathan Franzen.


Maar hij kan wel schrijven. De beklemming is bij hem in goede handen. Leuk en licht is het allemaal niet, maar dat is Tims leven in de suburb evenmin.


Joshua Ferris: De naamlozen. Uit het Engels vertaald door Peter Abelsen. Anthos; 320 pagina's; € 19,95. ISBN 978 90 4141 708 4.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden