Verloren zoon WILLEM JAN VAN VOLLENHOVEN BANKIER (1934-2006)

Willem Jan van Vollenhoven was een echte Rotterdammer. Commercieel directeur van de Havenbank én jongerenwerker...

DOOR PETER BRUSSE

Willem Jan van Vollenhoven, op 12 september op 71-jarige leeftijd overleden, was bankier, drummer, broer van Pieter die hem Schimmel noemde; en was met hart en ziel betrokken bij het wel en wee van Rotterdam en de Rotterdamse havens. Hij was een heer van stand, tiptop gekleed, groot, joviaal en recht voor zijn raap. Hij adviseerde het havenbedrijf, was een drijvende kracht van exclusieve zakenclubs als de WTC- en Marineclub, en genoot ervan om in weekenden te werken met jongens en meisjes die het moeilijk hadden, ‘lekker met de poten in de blubber’.

Hij was actief in buurt- en jeugdwerk in Katendrecht, de zeekadetten en jongerenprojecten als de Loopplank, de Boei en de Steiger. Toen hij weer eens voor een groep invalide kinderen een haventocht had georganiseerd en het feest plotseling niet doorging zat hij met veertig tompouces; waaraan hij zich als troost maar ongans heeft gegeten. Hij hield van eten en drinken en heeft prinses Juliana eens gevraagd wat langzamer te eten, ‘dan kan ik ook wat binnenkrijgen.’ Als haar bord leeg was werden prompt alle borden weggehaald.

Hij werd in Schiedam geboren. Zijn vader had een bedrijf dat dekzeilen voor schepen, zonneschermen en vlaggen maakte. In de vakanties moesten de zonen meehelpen in de haven. Van de bootwerkers hebben ze veel geleerd. Op school wilde het met Willem Jan niet vlotten, drummen in een jazzband was belangrijker.

Toen hij zijn rijbewijs haalde, kreeg hij van zijn ouders een Volkswagen Kever en kon hij de band rijden. ‘We hadden altijd lol, op een keer moest Willem Jan zo lachen dat hij de auto aan de kant moest zetten’, zei vriend en klarinettist, Ben Vrauwdeunt. Na Nijenrode, dat hij niet afmaakte, kwam hij in het bedrijf van zijn vader dat een paar jaar later werd verkocht. Hij trok naar Brabant, reisde veel, zwierf over de wereld en keerde als Verloren Zoon terug naar Rotterdam. Hij werd commercieel directeur van de HBU, de ‘havenbank’.

Hij had gevonden wat hij zocht.

Hij kende iedereen, was de ideale matchmaker die mensen en bedrijven samenbracht, ontving vele erepenningen onder meer van de Stad Rotterdam, bevorderde de Nederlands-Belgische handelsbelangen, werd lid van de (van oorsprong Belgische) Orde van de Prins, ter bevordering van de Nederlandse taal en cultuur en van het Bataafs Genootschap voor proefondervindelijke wijsbegeerte. Jarenlang zat hij in een bijbelclub, was nooit te beroerd om te werken, mensen te helpen en te feesten. Als geen ander kon hij André van Duin imiteren.

Hij hield van kamperen, had twee zonen en een dochter, twee stiefkinderen uit een tweede huwelijk en was ontroerd verrast toen er nog een derde zoon bleek te zijn uit een relatie van vóór zijn huwelijk.

Die oudste zoon, die hij nooit eerder had gezien, werd ogenblikkelijk met zijn gezin in de familieschoot opgenomen. Hij was niet familieziek, maar bood Pieters zonen bij hun huwelijk een tocht door de havens aan. ‘Hun roots liggen ook in Rotterdam.’ Voor Pieter was Willem Jan, zoals hij treffend zei ‘mijn enige broer.’ De laatste jaren zagen zij elkaar veel, Pieter die vijf jaar jonger is, wilde alles weten van vroeger.

Geplaagd door een zwak hart, had Willem Jan nog zijn vaarbewijs willen halen; om met vrouw, kinderen en kleinkinderen door de haven te varen en te kijken naar de grote schepen. Een vriend zei: ‘Willem Jan had eigenlijk zeeman moeten worden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden