Verloren missie

Bobsleeër Dirk Arend Glas (37) staat al veertien jaar aan de vaderlandse top en was deelnemer aan twee Olympische Spelen....

Twee maanden na de Spelen van Turijn zit Arend Glas in een Gronings kantoor met archiefkasten en goedkope vloerbedekking - het administratieve centrum van Team Glas. Een grote kerel van honderdtien kilo met gemillimeterde haren. Hij hangt ogenschijnlijk rustig voorover op het tafelblad, de handen gevouwen, de ellebogen breed, armspieren werken tegen de stof van zijn trui. Arend heeft zijn leven aan het bobsleeën gegeven. Is door veel mensen tegengewerkt, maar heeft toch maar mooi op twee Olympische Spelen de vaderlandse eer verdedigd. Als dank dreigt hij de sportgeschiedenis in te gaan als de rechtsextremistische bobslee'r die niet kan sturen.

Vlak voor de Olympische Spelen van Salt Lake City in 2002 stuurde iemand een anonieme fax naar het ANP. Arend was een fascist, stond erop: hij was lid geweest van CP'86. Het nieuws haalde alle kranten, zodat Arend een paar weken 'in een extreme hel leefde' - niet meer sliep, een pet droeg om zijn kale hoofd te verbergen en geen Duits meer durfde te spreken in het openbaar. Even leek het onzeker of Nederland nog wel zin had om hem naar de Olympische Spelen te zenden, maar al snel gaf Arend een verklaring uit waarin hij zijn gedrag weet aan 'jeugdige nieuwsgierigheid'. In dezelfde beweging nam hij 'voor zover nodig, afstand van de politieke ideeën van de Centrum Partij'.

Tijdens de derde afdaling op de Spelen brak een draadje dat normaal gesproken nooit breekt. Daardoor kon Arend de duwbeugel niet inklappen en een goede eindklassering wel vergeten - Nederland I werd teleurstellend zeventiende. Na de finish bleef hij nog een tijd naast de viermansbob staan, vertwijfeld naar het draadje in zijn handen starend. Verderop vertelden zijn remmers aan journalisten dat ze een nieuw team gingen oprichten. Zonder die Arend Glas met zijn, volgens een collega-piloot, 'ongezonde interesse in WOII-lectuur'.

'Met rechts-extremisme is het als met seksuele intimidatie', zegt hij. 'Of het waar is of niet, doet er niet meer toe - zodra het geschreven staat, ben je weg.' Ondanks dat sommige remmers andere bezigheden zochten en sponsor BEN-Telecom terugkwam op het besluit om zijn gezicht op posters te plaatsen, wist hij zich vier jaar later met een nieuw team toch voor de Spelen van Turijn te kwalificeren. Ook daar ging iets mis. De remmers maakten fouten bij het instappen, die Arend met goed sturen niet meer kon corrigeren; zestiende plek.

Als piloot staat Arend internationaal hoog aangeschreven. Zeven van de acht afdalingen gingen goed. Maar van zijn aanwezigheid in Turijn zullen tv-kijkers en krantenlezers zich vooral de opmerkingen van teamchef Ed Verheijen herinneren. Zonder dat hij een klap van bobsleeën afweet, zei Verheijen dat Arend niet goed had gestuurd. Dat ie daarom maar even met Rintje Ritsma had gesproken, want die 'hield zo erg van autosport en snelheid'. En dat Rintje het over vier jaar in Vancouver maar moest proberen.

Maart is traditioneel een rustmaand in het bobsleeseizoen, maar deze is een speciale. Arend bevindt zich op een scharnierpunt in zijn leven. Hij is een afgestudeerd bedrijfseconoom, maar hij leeft nog als een student. Als je wilt presteren, moet je sleuren, trekken, alles op alles zetten. Maar in Nederland is er geen waardering voor wat hij doet en willen mensen hem neerhalen zodra zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt. Iemand als Rintje Ritsma heeft de uitstraling om een commerciële ploeg om zich heen te verzamelen. Arend heeft dat minder. Hij is moe, vooral mentaal.

Veertien jaar achter elkaar trainde hij zes tot tien keer per week. De rest van zijn tijd ging op aan regeldingen: wedstrijden, trainingskampen, achter sponsors aanzitten. Hij heeft prestaties neergezet, hij werd bijvoorbeeld vierde op het Europees Kampioenschap van 2002. Maar nu ziet Arend heel even geen uitdaging meer. 'Ik heb ervaring. Ik leg rustig uit hoe we het moeten doen. Maar soms lijkt het wel of er niet naar mij wordt geluisterd.' Het is niet leuk, maar hij weet ook wel: 'Het is een vicieuze cirkel. Geen aandacht voor de sport betekent geen sponsors, geen geld geen prestaties, en zonder prestaties weer geen aandacht.'

Er is veel oud zeer, zegt hij. Er is irritatie. Maar als hij zich boos maakt, vinden mensen hem intimiderend. 'Mensen zeggen vaak: 'Je kijkt niet vrolijk.' Maar mijn natuurlijke gezichtsuitdrukking is nu eenmaal geen grijns.' Wanneer collega's klagen over zijn opstelling, zegt hij: 'Natuurlijk vallen er wel eens harde woorden als er dingen niet goed geregeld zijn. Maar daar moet je tegen kunnen als mannen onder elkaar - we zijn toch geen wijven?' Vanmiddag schenkt hij kaneelthee in papieren bekertjes en spreekt hij kalm en zelfverzekerd. Heel soms geeft de opflakkerende frustratie zijn zinnen een explosieve energie. Dan gaat het bijvoorbeeld over de bobsleebond.

Omdat deze BSBN verlies draaide, mocht Arend de 15.000 euro prijzengeld van het seizoen 2002 niet zelf houden. Hij spande een arbitragezaak aan, die twee jaar duurde en gewonnen werd. Aan het einde daarvan zei een vertegenwoordiger van de bond: 'Je mag tienduizend hebben. Als je het niet aanneemt, traineren we de zaak totdat je niets meer aan het geld hebt.' Daarna werd hij uit de kernploeg gezet, met alle financiële gevolgen van dien, omdat hij 'niet in de toptien van de wereld stond, zoals de vrouwen'. 'Internationaal is daar natuurlijk hard om gelachen.' Met geleend geld wist hij zich toch voor Turijn te kwalificeren. Hierna konden ze nog maar één ding tegen hem ondernemen: in het contract van een vrouwencoach werd opgenomen dat die 'niets mocht doen om hem sneller te maken'.

Vroeger was Arend geen gemakkelijke vent. Hij veranderde pas toen hij lid werd van het Groninger studentencorps en dingen moest doen als een dag voor geestelijk gehandicapten zorgen - 'Voor mijn ontwikkeling is dat goed geweest.' Voor die tijd was hij moeilijk, aanwezig. Hij wilde altijd gelijk hebben en kon slecht tegen zijn verlies. Ook was hij een beetje dwars. Een groot deel van Nederland, maar ook wel van het schoolplein in Joure, was tegen de komst van Amerikaanse kernwapens. Aan de muur van zijn slaapkamertje hing geen 'Nee-bedankt'-spandoek, maar een vlag van de NAVO.

Arend is rechts, altijd al geweest. Bij de gemeenteraadsverkiezingen stemde hij VVD, landelijk zal hij voor iets fortuynistisch kiezen. Alleszins fatsoenlijk dus, maar in zijn jeugd 'kon je nog niet zeggen dat het merendeel van de criminaliteit wordt gepleegd door onze vrienden de allochtonen'. Als puber ging hij vaak naar anti-kernwapendemonstraties om er met tegenstanders te discussiëren. Hij was lid van de ordedienst toen Wiegel sprak op een bijeenkomst van het Oud Strijders Legioen. 'Ik was politiek geïnteresseerd', zegt hij. 'Ik vroeg overal informatie op. Daarom ben ik op mailinglijsten van de CP terechtgekomen. Ik heb ook folders van marxisten en christendemocraten in huis gehaald.'

Het verklaart misschien nog niet waarom hij in 1993 contributie aan de CP overmaakte, zoals de Volkskrant beweerde, maar toch zijn er twee zaken die je met een beetje goede wil in zijn voordeel zou kunnen uitleggen. CP'86 werd pas in 1998 verboden en was tot die tijd dus een legale partij. Bovendien zou hij het boekje van de antifascistische organisatie Kafka - de bron van de anonieme fax - helemaal niet hebben gehaald als hij niet net Nederlands bobsleekampioen was geworden; de tol van de roem. Arend is een liefhebber van geschiedenis. Hij leest graag over de Tweede Wereldoorlog - 'niet de gewone, maar de Waffen-SS is een absolute elite-eenheid'. Maar dit is niet het hele verhaal. Het hele verhaal is dat sport veel belangrijker voor hem is en hij ook graag leest over veldslagen en de Amerikaanse Burgeroorlog.

Hij deed aan zwemmen, turnen, stijldansen, tennis, voetbal en roeien - werd in bijna alle disciplines wel eens clubkampioen, maar haalde in geen van deze sporten de absolute top. Toen kwam het bobsleeën, het mooiste wat er is. 'Als je het vergelijkt met een auto die met 140 kilometer per uur over een smal weggetje met bochten en bomen rijdt, krijg je een klein beetje een beeld. Je staat boven, je hart bonkt, de adrenaline dwarrelt voor je ogen en je weet dat het onderweg alleen maar sneller zal gaan. En dit', zegt hij en knipt met een tussenpauze van nog geen halve seconde twee keer met zijn vingers, 'is het verschil tussen een crash en een perfecte bocht.'

Van de 160 afdalingen die hij sinds 1992 jaarlijks maakte, kwam hij er gemiddeld maar één of twee ondersteboven beneden - 'just another day at the office'. Of hij de komende jaren nog veel en hard door het ijskanaal zal sleeën, weet hij niet. Hij heeft natuurlijk nog zijn zelfontwikkelde bobstartbaan, die je kunt huren voor teambuilding-projecten en evenementen als de Golden Clinics, die olympische sporters in Nijmegen aan sponsors geven. Achter de schermen hengelt Arend voorzichtig naar een positie als topsportcoördinator en bondscoach. Met hem is het als met Rintje Ritsma, zegt hij: 'Het zou doodzonde zijn als mannen met onze ervaring voor de sport verloren zouden gaan.'

Op de eerste mooie dag van het jaar staat een tweemansbob voor de entree van ijsbaan Triavium in Nijmegen. Binnen zitten vertegenwoordigers van de grote sponsors van de Olympische ploeg - Unilever, Ernst & Young, Randstad - in oranje fleecetruien aan een lunch van soep met broodjes. Onder begeleiding van de echte olympische sporters mogen zij de hele middag schaatsen, ijshockeyen en bobstarten. De levende pop Robijntje is er ook. Tijdens de Spelen was hij de officiële mascotte van de Nederlandse ploeg. Het is het publiek en de tv-kijkers nauwelijks opgevallen, en ook vandaag laten zijn strapatsen de deelnemers koud.

Over de vijver buiten is de bobstartbaan gebouwd, een stalen gevaarte van drieënhalve meter hoog en zeventig meter lang, waarop je in een tweemansbob met een vaartje van veertig kilometer per uur natuurgetrouw een start kunt beleven. Tussen de trappelende deelnemers, werknemers en relaties van de sponsors, staat ook 'de Randstadjongen' met wie Arend indertijd nog in de collegebanken heeft gezeten. Over Arend zegt hij: 'Het kan treurig worden als je te lang doorgaat. Maar, kom op, op een gegeven moment moet je gewoon iets anders gaan doen'. Daarom heeft hij tegen hem gezegd: 'Kom eens praten. Wij van Randstad zitten tenslotte in het werk.'

Voordat hij voordoet hoe het moet, houdt Arend een vrolijk praatje over baan en risico's - 'dit is geen kermisattractie', 'teken daarom vooraf een vrijwaring', 'en luister goed naar de instructies'. Daarna, als alles loopt, gaat hij op een stalen buis zitten, de ellebogen op de knieën, geconcentreerd naar een punt tussen zijn voeten kijkend. Hij vindt het niet zo leuk om te horen, maar er hangt soms een sfeer van onbenaderbaarheid om hem heen. Gelukkig lost die op zodra je een stap in zijn persoonlijke ruimte zet. Dan ontspant de huid rond zijn ogen en legt hij een grote hand op je schouder, die erop blijft liggen terwijl hij naar een flesje sportdrank reikt en in de handen drukt, zodat je even later aan een flesje Gatorade loopt te zuigen met het gevoel alsof een ijsje hebt gekregen.

De begeleiding van de bobstarts laat hij over aan andere Nederlandse bobbers. Onder hen ook Kitty van Haperen, onderdeel van de tweede vrouwentweemansbob. 'Mensen vergeten wel eens dat Arend het bobsleeën in Nederland op de kaart heeft gezet', zegt ze. 'Hij krijgt alles voor elkaar. Als je iets wilt, dan bel je Arend.' En, vlak voordat ze wegschiet: 'Soms slaat hij wel een beetje door in dat leiderschapachtige.' Vanwege de uitstraling dragen de bobbers overigens allemaal het officiële Asics-tenue van de Nederlandse ploeg. De sporters zijn trots op zulke pakken; in Groningen kon je er Arend ook wel eens buiten het seizoen in naar de sportschool zien lopen.

Als iedereen na enkele uren is uitgebobstart, gaat het met de hele ploeg naar binnen. Daar, op de ijsbaan, geven de olympische schaatsers namelijk een uitgebreide demonstratietraining. Werknemers en relaties verzamelen zich met worstenbroodjes en digitale camera's achter de boarding, terwijl de schaatsers in groepjes hun Steigerungen maken. Dit is de wereld van Arend Glas - sport, publiek, ijs en collega's, een wereld waarvan hij nooit afscheid zou willen nemen, al moet hij volgende maand beginnen met solliciteren. Dan komen de schaatsers voor een laatste rondje door de bocht gevlogen. Iedereen is erbij: Erben Wennemars, Bob de Jong, Sven Kramer. Rintje Ritsma rijdt voorop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden