Verloren jaren MARCO GANS PROFESSOR (1923-2006)

In de oorlogsjaren maakte Marco Gans een strak schema om te overleven: studeren, lezen, slapen en gymnastiek...

DOOR PETER BRUSSE

Professor dr Marco Gans, op 23 april op 82-jarige leeftijd overleden, was de hoogleraar ondernemingsfinanciering die in 1981 bij de president van de Nederlandsche Bank, Jelle Zijlstra het ‘dwaze idee’ opperde een deel van de goudvoorraad te verkopen. Met de opbrengst konden huizen worden gebouwd. Hij nam het initiatief voor het referendum over de stadsprovincie Amsterdam en stemde VVD, D66 en ten slotte GroenLinks. Hij was een man van hoge principes, voelde zich intens betrokken bij de maatschappij en was vurig republikein. Tijdens de oorlog moest hij onderduiken. Emotie en verdriet heeft hij jarenlang onderdrukt, zoals hij ontdekte toen hij na zijn pensioen psychologie ging studeren. Hij zei, gekscherend of niet: ‘Ik ben de enige ter wereld die denkt dat ik geen jood ben.’ Maar ook: ‘Loop ik hier als jood met een kerstboom.’

Hij werd in Arnhem geboren. Zijn orthodox opgevoede ouders hadden met het geloof gebroken en verhuisden opgelucht naar Haarlem, toen ze daar een garen- en bandwinkel konden kopen. Zijn vader stierf vlak voor Marco 7 jaar werd. Op zijn verjaardag lag zijn vader opgebaard in de kamer, omringd door joodse vrienden die sjiwwe (de eerste week van de rouw) zaten. Op school maakten, midden jaren dertig, onderwijzers anti-semitische grappen, waar Marco geen raad mee wist. Twee weken na de Duitse invasie haalde hij zijn eindexamen hbs. Hij wilde niet gaan studeren, nam een baantje in Amsterdam, maar vanwege de razzia’s werd het te gevaarlijk. Hij ging maar terug naar school, intussen een school alleen voor joden. Zijn moeder moest de winkel sluiten en in 1942 dook hij onder. Bij de drogist kreeg hij gifpillen; gratis, de hele oorlog hield hij ze bij zich.

Hij zat maanden opgesloten op een zolderkamertje en ontwikkelde ter overleving een strak schema – studeren, lezen, slapen, gymnastiek – waar hij zelfs niet van afweek, als een vriend hem in het geheim opzocht. Soms moest hij plotseling naar een ander adres, of liep hij weg omdat hij het niet meer uithield. Hij kon roekeloos zijn, ging naar de kapper, maar zwierf ook verloren over straat.

Na de oorlog studeerde hij in een razend tempo economie, liet zich twee keer ontgroenen, maar vond bij geen enkele gezelligheidsvereniging rust. Hij trouwde en uit angst voor een nieuwe wereldoorlog emigreerde hij naar New York. Op Wall Street vond hij geen geluk en hij kwam in 1953 terug. Hij promoveerde op een proefschrift over beleggingsleer, kwam bij Bank Mees, ging brutaal in de stoel van de baas zitten en maakte snel carrière. In 1966 werd hij (voor één dag in de week) hoogleraar bij wat nu de Erasmus Universiteit is. In 1969 gaf hij ‘onbezonnen, als zo vaak’ zijn riante baan op, en begon een adviesbureau. Hij werd bestuurslid van het wetenschappelijk bureau van D66, verzette zich tegen overheidsbezuinigingen en ging onlangs nog te keer tegen het ‘staatscalvinisme’ van premier Balkenende. Marco bleef ongedurig, verhuisde bijna even vaak als in zijn onderduiktijd en wisselde zijn visionair enthousiasme af met grote somberheid.

Hij las veel, ging naar theater, bioscoop en concertzaal; vaak bestelde hij kaartjes voor twee voorstellingen op dezelfde avond, zodat hij op het laatste moment alsnog voor ‘de andere’ kon beslissen. Hij was altijd bezig, probeerde de ‘verloren jaren’ in te halen, diende zijn kinderen en kleinkinderen gevraagd en ongevraagd van advies en zei vlak voor zijn dood, wellicht weer als grap: ‘Mischien had ik toch jood moeten worden’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden