Nieuws Verkiezingen Turkije

Verlies van Ankara en Istanbul is gevoelige klap voor Erdogan

De Turkse regeringspartij AKP heeft de verkiezingen in de hoofdstad Ankara verloren. Waarschijnlijk ook die in Istanbul, de grootste stad van het land. Het verlies van Ankara is een gevoelige klap voor president Erdogan. Bij Istanbul zou de blamage nog groter zijn. Beide steden zijn 25 jaar bestuurd door Erdogans AK-partij.

Aanhangers van oppositiepartij CHP vieren de overwinning in Ankara. Beeld EPA

Maandagmiddag 1 uur stond burgemeesterskandidaat Ekrem Imamoglu van de oppositiepartij CHP in Istanbul volgens de kiesraad ruim 25 duizend stemmen voor op zijn rivaal van de AKP, oud-premier Binali Yildirim. Op dat moment was 99,95 procent van de stemmen geteld. Zondagavond had Yildirim, rijkelijk voorbarig, al de overwinning opgeëist.

De volgende dag gaf Yildirim toe dat Imamoglu voor stond, maar volgens hem waren er 300 duizend ongeldige stemmen. Met zo’n miniem verschil is de kans groot dat nog lange tijd onduidelijkheid blijft bestaan over de definitieve uitslag in Istanbul. De partijen hebben drie dagen om beroep aan te tekenen. Waarschijnlijk zal de AKP dat doen.

Zelfs in Ankara, waar CHP’er Mansur Yavas ruim won van AKP-kandidaat Mehmet Ozhaseki (50,9 tegen 47,1 procent), had de AKP maandag al bezwaar aangetekend in diverse districten. Volgens een partijwoordvoerder kan dat nog tot een ander resultaat leiden.

In heel Turkije kon zondag worden gestemd voor nieuwe burgemeesters, en dat liep uit op een ongemeen spannende strijd tussen kandidaten van de AKP en de CHP. De AKP heeft vooral in de steden kiezers verloren. ‘Het volk heeft gekozen voor de democratie’, zei CHP-leider Kemal Kilicdaroglu.

De regeringspartij moest toezien dat de CHP de burgemeestersposten veroverde in zeven van de twaalf grootste steden. Het westelijke Izmir, de derde stad van het land, viel opnieuw toe aan de oppositie. De stad is een kemalistisch bolwerk en wordt al jaren bestuurd door de CHP.

Grootste partij van Turkije

Ondanks de tegenvallende resultaten blijft de AKP met ruim 44 procent van de stemmen wel de grootste partij van Turkije. Landelijk behaalde de Volksalliantie (de coalitie van de AKP met de rechts-nationalistische MHP) ruim 51 procent. Dat is 3 procentpunten minder dan bij de parlementsverkiezingen van juni vorig jaar.

President Erdogan legde in een verklaring zondagavond de nadruk op dat feit: zijn regeringscoalitie heeft haar meerderheid behouden. Hij sprak zelfs van een ‘ruime marge’.

Tegelijk echter gaf hij toe dat de Volksalliantie steken had laten vallen, vooral in de steden. ‘We hebben op diverse plaatsen de harten van de mensen veroverd, maar zijn daarin niet geslaagd in steden waar we hebben verloren. We hebben onze plannen niet goed kunnen overbrengen.’ Volgens de president ‘hoort dat nu eenmaal bij democratische verkiezingen, dat moeten we accepteren’.

Erdogan beloofde meer zijn best te zullen doen om de economie aan te jagen. ‘We hebben een lange periode voor ons waarin we economische hervormingen gaan doorvoeren, zonder de principes van de vrije markt op te geven’, zei hij.

Falend economisch beleid

Het verlies van Ankara, de regeringszetel, en van de metropool Istanbul, het economisch hart van het land, heeft grote symbolische betekenis. Kiezers zijn waarschijnlijk bij Erdogan weggelopen vanwege zijn falende economische beleid. Voorheen won hij verkiezingen vooral omdat de Turkse economie onder hem opbloeide. De werkloosheid is gestegen tot 13,5 procent, de inflatie tot boven de 20 procent. De nationale munt, de lira, daalde vorig jaar eenderde in waarde en beleefde vorige week opnieuw een inzinking.

De Koerdisch gezinde HDP deed het in het Koerdische zuidoosten van het land slechter dan verwacht. In een aantal steden moest ze de overwinning laten aan de AKP. In slechts acht van de 81 provincies behaalde de HDP de meerderheid. Wel kreeg de partij Diyarbakir weer in handen, de grootste stad in Koerdisch gebied.

Smalend commentaar

Erdogan gaf op zijn persconferentie zondagavond smalend commentaar op het resultaat van de centrumlinkse HDP, die hij beschouwt als een instrument van de verboden Koerdische beweging PKK. ‘Onze Koerdische broeders (hij bedoelde de kiezers, red.) hebben laten zien dat ze niet zullen buigen voor een terroristische groep of degenen die uit de struiken tevoorschijn komen met steun van terroristen.’

In Zuidoost-Turkije waren de afgelopen 2,5 jaar bijna honderd HDP-burgemeesters door de regering ontslagen en veelal gevangengezet, omdat zij banden zouden hebben met PKK-terroristen. Erdogan heeft eerder gedreigd dat weer te doen met nieuwgekozen HDP-burgemeesters.

Op landelijk niveau zal de verkiezingsuitslag niet direct gevolgen hebben. Erdogan heeft als president een mandaat tot aan de verkiezingen van 2023, net als het parlement. De Turkse kiezers hebben hem en zijn partij echter duidelijk gemaakt dat zij de steun van het volk niet als vanzelfsprekend kunnen beschouwen. Aanhoudende onvrede over de economie kan het machtsbolwerk van de AKP van onderaf aanvreten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden