Verlengstuk van de huiskamer

Botequim is in Brazilië een nationaal symbool zoals de pub dat is in Groot-Brittannië. Het is een straatbar, voortgekomen uit een magazijn met zakken meel in de deuropening en worsten aan het plafond....

door Ineke Holtwijk

Wat doe je als je favoriete bar opgeheven dreigt te worden? Je drinkt mee met de allerlaatste ronde en zoekt een ander café? Mis! Als je inwoner van Rio de Janeiro bent en Alfredo Melo heet, koop je hem. Stamgast Melo, van beroep douane-agent, hoorde het rampnieuws op zaterdagavond en maandagochtend zat hij met de eigenaar van Bip-Bip (spreek uit Biepie-Biepie) bij de notaris.

Het akkoord waarmee de ruimte, achttien vierkante meter en zes tafeltjes op steenworp afstand van het strand van Copacabana, van eigenaar verwisselde, was opmerkelijk. De helft van het bedrag werd voldaan in natura: een tegoed van twintigduizend glazen whisky. Na jaren 'vrij' drinken bleef de voormalige eigenaar komen en bestellen. Alfredo, klein van stuk, maar groot van hart, gaf geen kik en schonk door zonder ooit een cent te vragen. 'Bip-Bip is de enige bar zonder winstoogmerk', zegt de eigenaar.

Zonder Bip-Bip, tabernakel van fuifend links, kon Melo zich zijn leven niet voorstellen. In Rio, waar mensen doorgaans krap wonen en het leven zich veel meer dan in Nederland op straat afspeelt, is de buurtkroeg de dependance van je eigen huis. Daar zie je vrienden, doe je flirts op, maak je muziek met bekenden en onbekenden, lees je de krant wanneer hij nog nat is van de pers, draag je poëzie van eigen makelij voor en kun je ook ver na middernacht een PF (prato feito), zoiets als een dagschotel, bestellen.

Botequim noemt men in Brazilië zo'n straatbar. De botequim is een nationaal symbool zoals de bistrot in Parijs is, de pub in Groot-Brittannië, de Spaanse cantinas en de confiteria in Buenos Aires. Maar de botequim is zonder twijfel de laagdrempeligste. Letterlijk en figuurlijk. De meeste botequims hebben ramen noch deuren, maar ijzeren rolluiken tot op het trottoir die 's ochtends met veel geratel opengedraaid worden. En het publiek is gevarieerd. Je treft er de chirurg van het ziekenhuis om de hoek, maar net zo goed de vuilnisman en de travestieten die verderop 'werken'. Wijlen Tom Jobim, componist, had zijn favoriete straatbar net als Brazilië's romancier Joao Ubaldo Ribeiro.

Botequims figureren veelvuldig in liedjes. 'De botequim is mijn huis', schreef Noel Rosa, componist in de eerste helft van de vorige eeuw. Of sambazanger Ze Keti: 'Op iedere hoek leg ik aan; als het even kan ga ik iedere botequim binnen en componeer ik nog een samba.' Het bekendste lied - geen samba evenwel - dat aan een cafétafel werd gecomponeerd, is A Garota de Ipanema (The girl of Ipanema).

Maar de botequims hebben het moeilijk. De avondverkoop van drank raakten ze kwijt door de supermarkten die eerst tot tien uur 's avonds en nu 24 uur geopend zijn. De afgelopen jaren verloren ze nog meer klandizie door de tot snackbar omgebouwde busjes die 's avonds overal in de stad hotdogs met bier serveren langs het trottoir.

Om 'de ziel van de democratie op zijn Braziliaans' (citaat uit een krant) in het zonnetje te zetten, heeft de gemeente Rio enkele jaren geleden een prijs geïntroduceerd voor de beste botequim. Tenslotte werd het genre in deze stad geboren. En burgemeester Luis Paulo Conde is van mening dat 'de botequim de stad menselijk houdt'. De jaarlijkse verkiezing verloopt anarchistisch, maar democratisch net als de botequim zelf. Overal in de stad staan bussen waarin mensen hun stembiljetten kunnen deponeren. Dit jaar stemden twintigduizend mensen. Sommige bars hebben tegenwoordig zelfs fanclubs.

Het woord botequim komt van botica - waar je het Franse boutique nog in hoort - en dat was rond de vorige eeuwwisseling een magazijn met zakken meel en bonen in de deuropening en worsten aan het plafond. In Rio was het traditie om na de markt bij de botiquinha langs te gaan voor de resterende boodschappen. Meestal werd staand bij de toonbank een stuk worst of een pekelvlees geproefd. Om het gastvrij onthaal te onderstrepen kwam dan ook een aangebroken fles cachaca, suikerrietrum, of wijn onder de toonbank te voorschijn.

Tot de dag van vandaag heeft de ware botequim nog iets van een kruideniersmagazijn. Er is altijd een weegschaal en minstens een heiligenbeeld. Het eten staat in grote metalen bakken achter het glas en wordt bij voorkeur staand genuttigd. Stapels kratten of bierfusten in de hoek mogen. Net als posters van blote meiden en voetbalteams. Kom je planten tegen, een pastelkleurig wandje, air-conditioning en klinkt er een prettig muziekje uit boxen, loop dan snel door. Je hebt te maken met een neo-botequim. De ware botequim is lawaaiig en chaotisch. De wc is krap en negen tegen tien dat de wand van tegels is.

Ultieme test of je met een waarachtig exemplaar te doen hebt: de klanten worden aangesproken met hun bijnaam en je weet na een uur zitten nog niet wie de baas is. 'Het geheim van een goede botequim is dat de eigenaar aan een tafel zit en meedrinkt met zijn gasten', meent Vilson Paim, die de advocatuur jaren geleden vaarwel zei om aan het strand van Rio een botequim te beginnen.

'Na dertig jaar beginnen vaste klanten zich te gedragen als werknemers', zegt Jose Ramos, die wanneer zijn tachtigjarige moeder een dag vrij neemt haar Bar Brotinho overneemt. Bij Bip-Bip gebeurt dat na een paar bezoeken al. De klanten openen eigenhandig de vrieskist, grijpen een fles bier en zetten een streep in het schrift dat altijd op de balie ligt. Het draagt bij tot het familiegevoel dat de ware botequim kenmerkt.

In Bip-Bip - een grote stemmentrekker in de gemeentelijke wedstrijd - wordt zelfs regelmatig vergaderd. Een actie voor de straatkinderen. Een optocht om de rancho, voorloper van de samba, nieuw leven in te blazen. En waarom staan daar pakken wegwerpluiers in de hoek? Die zijn voor een bejaarde zangeres met continentieproblemen. Bijdrage van de kameraden van Bip-Bip. Een keer per jaar heeft de familie Bip-Bip een bonenmaaltijd ter ere van Alfredo Melo's verjaardag. Meer dan honderd man, inclusief kinderen, aan lange tafels. En in de hoek een berg blikken en zakken rijst en bonen, gedoneerd door de gasten voor het straatkinderenproject dat de bareigenaar koestert.

Eén keer per week wordt in Bip-Bip poëzie voorgelezen. En minstens twee keer per week is er een jamsessie. Bij gebrek aan ruimte verhuizen de luisteraars dan naar het trottoir, of ze hangen op de motorkap van geparkeerde auto's. De muziek is altijd klasse. Als het de bareigenaar, een kenner en liefhebber, namelijk niet bevalt, grijpt hij bulderend in. 'Ophouden, mensen. 't Lijkt nergens op.' De botequim sluit als de baas naar bed wil en zijn colbertje aantrekt dat aan een spijker boven de koelkist hangt. Niemand protesteert ooit.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden