Verleden

Gerry Adams, wiens naam een tijdlang vaker in Nederlandse kranten opdook dan die van de Duitse bondskanselier of de president van Frankrijk - namelijk dagelijks - is voor even terug in de spotlights. Hij dacht dat het verleden voorbij was, maar dat bleek niet zo te zijn. Het reisde met hem mee en het sprong hem ineens op de nek.


Gerry Adams werd erbij gelapt door een stem uit het graf. Om het nog luguberder te maken, was het ook nog een bekende stem, die van een oude vriend, Brendan Hughes. De man die op 21 juli 1972 verantwoordelijk was voor het bijna gelijktijdig ontploffen van 22 bommen in Belfast, waarbij 9 doden en 130 gewonden vielen.


Brendan Hughes, overleden in 2008, beweert dat Gerry Adams als IRA-chef in Belfast opdracht gaf tot moord op een jonge weduwe met tien kinderen.


Het is een interessant experiment dat ze uitvoeren op Boston College: laat betrokkenen bij een gruwelijke periode in de geschiedenis praten over wat ze hebben meegemaakt en beloof ze dat hun getuigenis pas na hun dood openbaar zal worden gemaakt. Is misschien ook leuk voor de Nederlandse politiek, zodat we ooit uit de mond van Mark Rutte kunnen horen wat hem in 2014 écht bewoog.


Gerry Adams is vermoedelijk een oud-terrorist, maar ook een van de vormgevers van de vrede in Noord-Ierland. Toen het duo John Hume en David Trimble in 1998 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg voor hun bijdrage aan het Noord-Ierse vredesproces, stond Adams er een beetje beteuterd bij. Dat was niet helemaal onterecht: zijn bijdrage aan de beëindiging van de Troubles was minstens zo groot als die van Hume en Trimble. Alleen wilde het Nobelprijscomité niet het risico lopen een moordenaar op het podium te nodigen.


De Troubles, ze zijn buiten Noord-Ierland al bijna vergeten. De dertig jaar van het eind van de jaren zestig tot het Goede Vrijdag-akkoord van april 1998 waarin protestanten en katholieken elkaar nietsontziend naar het leven stonden over de toekomst van hun hoekje Ierland.


Er vielen in die periode 3.500 doden. Eén daarvan heette Jean McConville. Ze is, bijna 42 jaar nadat ze werd vermoord, uit haar graf herrezen en spuwt Gerry Adams in het gezicht. Ze wil gerechtigheid.


In Noord-Ierland barst het van tragische verhalen vol wreedheid. Toen ik er voor de eerste keer kwam, sliep ik in La Mon House, een hotel even buiten Belfast. Het was een hotel met een verhaal. Tijdens een bruiloftsfeest in februari 1978 pleegde de IRA een aanslag met een brandbom die twaalf mensen het leven kostte en tientallen anderen verminkte.


In de tijd van die aanslag was Martin McGuinness de opperbevelhebber van de IRA, dezelfde McGuinness die nu vice-premier van Noord-Ierland is. Die naam had gemaakt als de 21-jarige organisator van de bommencampagne die zijn stad Derry in een rokende puinhoop veranderde na de roemruchte Bloody Sunday van 1971. Adams was vermoedelijk lid van de Army Council, het hoogste orgaan binnen de IRA.


Adams en McGuinness waren de glimmer twins van de IRA, die een uiterst succesvolle tactiek van praten en bombarderen hanteerden: ging het met de onderhandelingen niet naar de zin van Sinn Fein, dan ontplofte er een bom. Ze hebben beiden altijd ontkend lid te zijn geweest van de IRA.


Het gevulde verleden van McGuinness zwijgt nog.


Ik nam van La Mon House een taxi naar de Lower Falls, een katholieke wijk waar Gerry Adams die middag campagne ging voeren. Ik stelde me voor en zei waar ik logeerde.


'Goed hotel', zei hij, alsof er geen verleden bestond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden