Verkwikkende reis langs engelen en demonen

Zomervakantie: de tijd om uzelf bij te spijkeren in die culturele onderwerpen waarover iedereen het de laatste tijd heeft. Maar waar te beginnen? Volkskrantspecialisten helpen u op weg.
Deel V: Begrijp de wereld dankzij de verbeeldingskracht van Fantasy.

1. De immens succesvolle The Lord of the Rings-trilogie zou eigenlijk niet op een fantasy-kijklijst hoeven te staan. Toch halen veel toeschouwers nog steeds hun neus ervoor op. Fantasy, zo luidt immers het wijd verbreide vooroordeel, is escapistische kost voor kinderen, nerds en naïeve boekenwurmen.

Volgens een fantasy-veteraan Guillermo Del Toro (Hellboy, Pan's Labyrinth), die een tijd lang in beeld was als regisseur van de twee films naar Tolkiens Rings-prequel The Hobbit, gaat het bij fantasy juist om zeer wezenlijke zaken. In interviews benadrukt hij dat we niet zonder onze verbeelding kunnen om de wereld om ons heen te vatten - en dat fantasiewezens nu eenmaal deel uit maken van die verbeelding. 'Op hetzelfde moment dat we fabels begonnen te vertellen, verzonnen we de eerste engelen en demonen', aldus Del Toro.


Fantasy - en daaronder kun je grofweg alle films verstaan die in zekere mate een loopje nemen met de natuurwetten van onze wereld - geeft de verbeelding vrij spel. En dat is een groot goed. De beste fantasyfilms zijn verkwikkende ervaringen, en nooit vrijblijvende droomvluchten; zelfs niet wanneer we in hartje Middle-earth belanden met The Lord of the Rings, of met de volgend jaar te verschijnen eerste Hobbit-film.


The Lord of the Rings


Peter Jackson, 2001-2003


Distributeur: A-Film


2. Wie bij fantasy denkt aan visueel overdonderende, maar levenloze computeranimaties, zou eens een flinke stap terug in de filmgeschiedenis moeten zetten. De special effects van een film als The Thief of Bagdad mogen dan misschien niet meer helemaal overtuigen, ze blijven magisch in hun ambachtelijkheid en inventiviteit.

Natuurlijk heeft het niets met het werkelijke Midden-Oosten te maken, het Hollywood-Bagdad waar Douglas Fairbanks als dief en versierder huis houdt. Maar wat is het zalig om met Fairbanks in magische touwen te klimmen, op gevleugelde paarden te stappen, schone dames uit harems te schaken, naar de bodem van de zee te duiken en, natuurlijk, op een vliegend tapijt langs de gevels van Bagdad te racen. De bouw van de sprookjesstad kostte een fortuin, en vanzelfsprekend ging ook veel geld op aan de trucages: van de bijna schattige draak tot het vliegende tapijt, dat daadwerkelijk tientallen meters hoog door Bagdad vliegt.


The Thief of Bagdad


Raoul Walsh, 1924


Distributeur: Living Colour Entertainment


3. Ook een hedendaagse fantasyfilm kan magische taferelen en geweldige special effects bieden zonder daarmee aan charme of diepgang in te boeten. Zie bijvoorbeeld het ondergewaardeerde Bridge to Terabithia, waarin puber Jesse met zijn buurmeisje Leslie een compleet koninkrijk vol trollen, elfjes en vriendelijke reuzen creëert - maar alleen achterblijft wanneer zij in die sprookjeswereld om het leven komt.

Leslie's dood verandert Terabithia in een grauw, afgestorven oord. Hoe kan Jesse het verlies van zijn vriendin accepteren? Hoe komt Terabithia ooit weer tot bloei? Erg mooi hoe regisseur Gabor Csupo die vragen gelijk op laat lopen. De slotscène, waarin Jesse voor het eerst zijn kleine zusje meeneemt en haar Terabithia weer bij elkaar laat fantaseren, is ontzettend ontroerend. Het meisje wenst dat er paarse bloemen groeien, en in de verte wil ze een kasteel met veel torens en wapperende vlaggen. En zo wordt Terabithia kleuriger en vreedzamer dan ooit tevoren. Klinkt kitscherig. Maar dat is de film niet, omdat Csupo in zijn verfilming van Katherine Patersons gelijknamige roman elke snaar uiterst gevoelig en smaakvol bespeelt.


Bridge to Terabithia


Gabor Csupa, 2007


Distributeur: RCV


4. Fantasyfilms hebben vaak kinderen als hoofdpersonage, zoals de vele bewerkingen van Lewis Carroll's Alice in Wonderland. Maar dat wil nog lang niet zeggen dat die films ook voor kinderen zijn bedoeld: wat het jonge meisje in Louis Malle's Alice-parafrase Black Moon meemaakt, is echt alleen voor volwassen ogen bestemd.

De beeldschone heldin stuit op het door militairen geteisterde platteland op een melancholieke eenhoorn, een bedlegerige oma die in een onbegrijpelijk taaltje met haar gigantische rat communiceert, blote elf-achtige kinderen, en nog veel meer bizars. Een apocalyptische droomfilm is het, door Malle zelf omschreven als een 'mythologisch sprookje dat zich in de nabije toekomst afspeelt'. Hij wilde met de film ook ingaan op de 'ultieme burgeroorlog: die tussen mannen en vrouwen'. Dik dertig jaar na dato blijft de film even oogstrelend als vervreemdend, en een van de meest originele (en ongeziene) variaties op het vertrouwde Alice-thema.


Black Moon


Louis Malle, 1975


Distributeur: Lumière Pictures


5. Fantasyfilms zijn niet per definitie spectaculaire Hollywoodblockbusters. Het arthouse-circuit kent genoeg films die hun eigen regels opleggen aan de werkelijkheid. Misschien wel de mooiste arthouse-fantasyfilm is Stalker van Andrei Tarkovsky, een variant op de Tovenaar van Oz, met Russische melancholie, hypnotiserend-dromerige taferelen en mistige landschappen in plaats van Technicolor.

Alles draait in Stalker om de Zone, een afgezet bunker-niemandsland waar volgens de geruchten al je wensen vervuld kunnen worden - zolang je maar écht in de Zone gelooft. De schrijver en wetenschapper die in de film door hun gids ('stalker') worden meegevoerd, kunnen dat niet: beide wimpelen de magie van de Zone nuchter weg. Hun geloofsorgaan is afgestorven, concludeert de gids verslagen.


Als toeschouwer moet je hetzelfde traject afleggen, zonder hulp van overtuigende special effects. De film gaat van zwartwit over op kleur zodra de Zone betreden wordt, dat is alles. Wie zich onvoorwaardelijk aan Tarkovsky's film overgeeft, maakt echt een onvergelijkbare reis. Anders blijven de personages een stel rondscharrelende idioten die het soldaatje spelen nog steeds niet zijn verleerd.


Stalker


Andrei Tarkovsky, 1979


Distributeur: Moskwood


6. Extra interessant zijn films als The Green Mile die lange tijd met beide benen op de grond staan, en dan opeens een fantastische wending nemen. Interessant omdat ze kijkverwachtingen op de schop gooien, en ook een publiek bereiken dat niets met fantasy heeft.

Aanvankelijk gedraagt de film zich als een exemplarisch gevangenisdrama, met Tom Hanks als hoofdcipier Paul in een cellenblok met tot de dood veroordeelden. De eerste barsten in het realisme ontstaan met de komst van gevangene John Coffey, een zwarte man die zo reusachtig is dat hij in vrijwel geen enkel shot compleet te zien valt.


Maar dat biedt nauwelijks voorbereiding op de scènes waarin Coffey, middels handoplegging, Paul van zijn blaasontsteking geneest en een doodgetrapte muis tot leven wekt. Hemels licht gloeit op in zijn handen, en naderhand spuwt Coffey ziekte en dood letterlijk uit: een aswolk lijkt het wel, maar het zou ook een zwerm kevertjes kunnen zijn. Regisseur Frank Darabont laat doelbewust in het midden wat er precies gebeurt, erop vertrouwend dat zijn publiek de extreme koerswijziging pikt. De inmiddels klassieke status van deze puike Stephen King-bewerking heeft Darabonts gelijk bewezen.


The Green Mile


Frank Darabont, 1999


Distributeur Warner Home Video


7. Fantasy is natuurlijk geen typisch westers fenomeen: over de hele wereld worden films gemaakt die de natuurwetten tarten. Zoals House of the Flying Daggers, een uitmuntend vechtepos in de beste wuxia-traditie.

Wuxia, oorspronkelijk een literatuurgenre, draait meestal om de ongelooflijke avonturen van vrijzinnige martial arts-vechters.

Al in films uit de jaren twintig blijken de strijders bovenmenselijk sterk en nemen ze het niet zo nauw met de zwaartekracht. Dankzij de hedendaagse digitale technieken kunnen ze in films als Zhang Yimou's House of Flying Daggers uitbundiger tekeer gaan dan ooit: onbeschrijflijk virtuoos is de zogenaamde Echo Game, waarin de blinde heldin luistert hoe haar tegenstander kiezelsteentjes tegen tientallen trommels gooit, en al die trommels in de juiste volgorde aanslaat met haar wapperende gewaad - tot ze al zwiepend en zwaaiend met een mes naar hem uithaalt, en het echte gevecht kan beginnen. In slow motion springen en zweven ze om elkaar heen, met zwaarden die krullen alsof ze smelten. Op zo'n moment kun je eigenlijk je ogen niet geloven.


House of Flying Daggers


Zhang Yimou, 2004


Distributeur: RCV


8. In Nederland is fantasy dan weer een ondergeschoven kindje. Oorlogsdrama's, romantische komedies, hier en daar een horrorfilm of thriller, maar fantasy, daar wagen Nederlandse regisseurs zich niet zo snel aan - behalve wanneer ze Jos Stelling of Alex van Warmerdam heten. Óf het moet om een jeugdfilm als Minoes gaan, want dan kijkt niemand er raar van op als de werkelijkheid een koprol maakt.

Minoes, waarin een kat chemisch afval oplikt en in Carice van Houten verandert, is een van de beste Nederlandse fantasyfilms van de afgelopen tien jaar. Annie M.G. Schmidts roman, een soort Kleine Zeemeermin op pootjes, werd voorbeeldig geënsceneerd door Vincent Bal; de film is nu eens vertederend, dan weer erg grappig, en zet je soms aan het mijmeren over wat dat nou inhoudt, mens zijn - zeker wanneer Minoes verliefd wordt op de verlegen maar charmante journalistTibbe (Theo Maassen) en moet kiezen of ze nog wel terug wil naar haar voormalige kattenbestaan. Ook een pareltje als Minoes toont aan dat 'fantasy' helemaal geen scheldwoord hoeft te zijn.


Minoes


Vincent Bal, 2001


Distributeur: Warner Home Video


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden