Verkwanselt Rutte met dividendbelasting liberaal erfgoed?

De kwestie Peter de Waard

Foto de Volkskrant

De door dit kabinet zo vermaledijde dividendbelasting is liberaal erfgoed. De belasting werd precies honderd jaar geleden ingevoerd door de liberale staatsman en minister van Financiën Willem Treub, die in 1914 ook de Wet op de Inkomstenbelasting tot stand had gebracht, met voor het eerst een progressief tarief.

Een jaar voor de invoering van de Wet op de Dividend- en Tantièmebelasting had Treub nog voor de rechtbank gestaan vanwege een overspelige relatie met een Haagse dame en een erotische correspondentie met een minderjarig meisje. Maar dat deed weinig af aan zijn status. Ministers verkeerden nog niet in een glazen huisje en er was al helemaal geen #MeToo. Bij zijn dood in 1931 kreeg Treub, die als liberaal ergens tussen de huidige coalitiepartners VVD en D66 zweefde, alleen lof voor het feit dat hij naast inkomsten uit arbeid ook inkomsten uit vermogen had belast.

En de wet zou - aangepast- de tand des tijds doorstaan. In honderd jaar zijn er nooit multinationals geweest die vanwege deze belasting hun hoofdkantoor hebben verplaatst. Zelfs niet toen PvdA-minister Anne Vondeling van Financiën in 1965 het tarief voor de dividendbelasting van 15 naar 25 procent verhoogde. In datzelfde jaar ging ook de vennootschapsbelasting van 46 naar liefst 47 procent (die belasting wordt nu verlaagd van 25 naar 21 procent). Koninklijke Olie, Philips, Akzo, Unilever en KLM bleven in Nederland. Als ze al hun hoofdkwartier verplaatsten was het vanuit de provincie naar Amsterdam.

In 2006 besloot toenmalig staatssecretaris Joop Wijn de dividendbelasting weer te verlagen tot 15 procent, zodat Nederland fiscaal een van de meest concurrerende economieën werd. Ter vergelijking: Spanje heeft een dividendbelasting van 19 procent, België 23 procent, Oostenrijk, Duitsland en Denemarken 27 procent, Frankrijk en de VS 30 procent en Zwitserland 35 procent.

Tien jaar later staart Rutte III zich blind op de ene uitzondering. Groot-Brittannië - het land waarmee Nederland de hoofdkantoren van Shell en Unilever deelt - kent de heffing niet. En dus riep de premier vrijdag: 'Als we die belasting niet schrappen, gaan we België achterna. Daar hadden ze vroeger veel multinationals. Nu is er maar één internationaal opererend bedrijf over: AB InBev. De rest is vertrokken.'

Hiermee bruskeerde hij de Belgen die ook Solvay, UCB, Bekaert en Umicore hebben.

Dat Shell en Unilever voor de afschaffing lobbyen is nog geen reden daaraan toe te geven. Het kabinet begint hiermee een nieuwe race to the bottom. Het vijzelt de status van belastingparadijs nog verder op. Of erger nog: Nederland ontpopt zich als een staatsaasgier die nu al rondcirkelt boven het kadaver dat achterblijft na de Brexit.

Misschien moeten de huidige liberale partijen ook de inkomstenbelasting schrappen, zodat Nederland zich daadwerkelijk in het rijtje Monaco, Bermuda, Qatar en de Kaaiman-eilanden schaart.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over