Verkunsthallen

De druk voor musea om te scoren is groot, het budget is daarvoor lang niet altijd toereikend. Een reeks musea zucht onder een gat in de begroting....

'Deze tentoonstelling staat los van het Bonnefantenmuseum.' De mededeling is aangeplakt in de entree van de Wiebengahal. Het is maar dat de bezoeker van Het Landschap van de verstedelijking het weet. Het misverstand kan snel ontstaan: het gebouw staat pal op de stoep van het Bonnefanten. Nog niet zo heel lang geleden maakte deze voormalige fabriekshal van de Société Céramique deel uit van het museum.

Het herinnert aan optimistischer tijden in Maastricht. Meer bepaald de periode kort na de opening in 1995 van wat werd genoemd de 'heilige schrijn voor de beeldende kunst', het nieuwe Bonnefanten naar ontwerp van de Italiaanse architect Aldo Rossi. Ruim 180 duizend bezoekers kwamen er op af, het eerste jaar.

Tien jaar verder heeft aan de oevers van de Maas de ontnuchtering al lang weer wortel geschoten. Eenvijfde van het personeelsbestand is verdwenen. De afdeling archeologie is afgestoten. De Wiebengahal, ooit het domein voor stalen platen van minimal artist Richard Serra, wordt naast exporuimte voor het Nederlands Architectuur Instituut ook onderkomen voor het Restauratie Atelier Limburg en callcenter voor woningverhuurder Vesteda.

Hier heeft hij niet veel opzien gebaard, de reeks sombere tijdingen de afgelopen maand uit toonzalen elders in het land. Het Centraal Museum in Utrecht kampt met een tekort van 1,3 miljoen euro. Cultuurwethouder Toon Gispen en voormalig directeur Sjarel Ex wijzen naar elkaar met beschuldigende vinger. Het vernieuwde Van Abbemuseum in Eindhoven krijgt na een jaar platgelopen te zijn de begroting al niet meer sluitend, verantwoordelijk wethouder Tiny van Eerd eist ingrijpen. Het Rijksmuseum voor Oudheden heeft een gat in de boekhouding - over de grootte lopen de meningen uiteen -, het personeel wil af van directeur Renée Magendans, voor het voortbestaan wordt gevreesd. Ook zijn er al tekorten, 350 duizend euro naar verluidt, bij het vorig jaar geopende cultureel centrum CODA in Apeldoorn, waarin het Apeldoorns museum, het archief en de bibliotheek zijn ondergebracht. Oorzaken: bezuinigingen en tegenvallende inkomsten. Eind vorig jaar sloeg Ex zelf alarm over de schuldenlast bij zijn nieuwe werkgever, het museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam.

Déjà vu voor Alexander van Grevenstein, de baas van het Bonnefanten. Hier ligt de ervaring van een vol decennium taai gevecht om de centen. Nog voor de opening van het nieuwe gebouw besloten Provinciale Staten van Limburg, de grootste geldschieter, de tegemoetkoming in de exploitatie niet te verhogen. De budgetten zijn sinds het aantreden van Van Grevenstein in 1987, toen het museum nog in een voormalig warenhuis in de binnenstad zat, niet gewijzigd: 200 duizend euro voor aankopen, 200 duizend euro voor het maken van exposities.

De kosten zijn geëxplodeerd. Ter vergelijking: toen Van Grevenstein nog conservator was in het Stedelijk Museum in Amsterdam volstond een budget van 400 duizend euro om twintig tentoonstellingen te organiseren. Nu heeft hij alleen al 100 duizend euro nodig voor een expositie van nog geen twintig schilderijen van Peter Doig, toch een protégé van het Bonnefanten. Verzekeringspremies zijn vervijfvoudigd, eisen aan beveiliging veel zwaarder geworden, klimaatkisten horen er wel een beetje bij tegenwoordig en heeft het museum toevallig ook nog een jaaroverzicht van de ontwikkeling van temperatuur en luchtvochtigheid in de zaal?

Van Grevenstein: 'En tegelijkertijd is de druk om te scoren giga. Limburg moet op de kaart, exposities dienen laagdrempelig te zijn. Verkunsthallen, zo noem ik het. Maar als er ook maar iets misgaat, ontbreekt het vet om tegenvallers op te vangen.'

Geprobeerd heeft het Bonnefanten genoeg. Van Grevenstein bracht de Benetton-reclame als kunst en stelde met de expositie Smaak media, mode en design aan de orde. Op provinciaal verzoek kwam het accent meer op de regio te liggen. Het verenigingsleven is binnengehaald in de weekeinden, met concerten en theatervoorstellingen. Jongeren mochten museumtaken overnemen. Er is geëxperimenteerd met gratis toegang voor de vaste collectie. Zo laagdrempelig genoeg? Maar tegelijkertijd groeide de kritiek van de buitenwacht. Het Bonnefanten zwalkte, de aankopen voor een hedendaagse collectie waren niet onderscheidend, het ontbrak, kortom, aan smoel en bezoekers. Van Grevenstein: 'Al die experimenten waren reuze interessant en vaak succesvol. Het heeft ons alleen uiteindelijk niet meer toeloop opgeleverd. Cultureel ondernemerschap, ik geloof er niet in. We gaan ons vanaf nu gewoon weer op de kunst concentreren. Een mooie collectie opbouwen, mooie tentoonstellingen maken en educatie. Ik heb altijd gezegd: ik beloof u 100 duizend bezoekers. Daar zijn we nog nooit onder gezakt.'

Gemopper over bemoeizuchtige en gierige politici behoort weliswaar tot de rituelen in de branche, maar de recente berichten over gapende leemtes in de boeken leidt tot grotere bezorgdheid dan gewoonlijk. Niemand gelooft nog in incidenten. De Nederlandse Museum Vereniging, koepel voor ruim vierhonderd van de negenhonderderd instellingen, laat weten hulp aan strompelende musea tot 'speerpunt van beleid'te maken. Volgens bestuurslid Kees van Twist, directeur van het Groninger Museum, balanceren meer musea op de rand dan de afgelopen weken bekend is geworden. Hij noemt het Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis in Leiden, Rijkmuseum Paleis het Loo in Apeldoorn en het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. 'Niet de minsten. Het lijkt zich vooral bij de voormalige rijksmusea voor te doen.' De Mondriaanstichting maakt melding van meer aanvragen voor bijdragen uit het fonds.

Van Twist ziet een 'complex van factoren' als oorzaak. Besluiten subsidies niet langer te indexeren leiden onmiddellijk tot problemen als de kosten blijven stijgen. 'Er is geen weerstand opgebouwd. Bijna nergens is bij een verzelfstandiging een bruidschat meegegeven.' De ambitie om publiekstrekkers te organiseren - vaak de wens van lokale bestuurders - staat op gespannen voet met de personele organisatie. 'Je kunt niet elke keer ad hoc een infrastructuur inhuren.' Een te optimistische schatting van de toeloop is zo gemaakt. Het schrappen van de Melkert-banen betekende nieuwe aderlatingen voor de sector. De begrotingen kraken onder pensioenlasten. Het succes van de museumkaart voedt de tekorten verder: het aandeel van bezoekers die niets of slechts de helft van de entreeprijs betalen neemt nog altijd toe.

Aan de toeloop ligt het niet. Het totaal aan bezoekers is de afgelopen jaren stabiel gebleven, ruim twintig miljoen per jaar. Wel verschuift de belangstelling geregeld. Tot 2001 - een recenter overzicht is er niet - zaten kunstmusea in de lift en verflauwde de interesse voor historie en natuurkunde .

Volgens Riemer Knoop, voorzitter van de Commissie Musea bij de Raad voor Cultuur en adviseur voor culturele instellingen, hebben musea moeite in te spelen op de snelle veranderingen in de samenleving. In de jaren negentig trokken overheden royaal de beurs voor nieuwbouw en uitbreiding. Het Groninger Museum, het Bonnefanten, het Van Gogh, Boijmans van Beuningen, het Centraal Museum, het Van Abbe; er is zo'n twintigduizend vierkante meter aan nieuwe toonruimte bijgekomen. De plaatselijke middenstand en horeca vonden het prachtig, bedrijven popelden om zich als sponsor of vriend van te verbinden aan de prestigieuze instellingen. Knoop: 'De realiteit van vandaag is dat de overheid zich terugtrekt, het bedrijfsleven onder invloed van de kwijnende conjunctuur niet makkelijk meer tot bijdragen is te verleiden en de musea zelf niet over het instrumentarium beschikken om op die ontwikkelingen te reageren.'

Goed, aan de top is de kunsthistoricus al aan het wijken voor de manager, maar onder het personeel is nauwelijks sprake van doorstroming. Museummedewerkers zijn volgens Knoop niet toegerust voor de wereld van markt en bedrijf. Ze weten zich tamelijk veilig onder de paraplu van arbeidsovereenkomsten voor ambtenaren of, na verzelfstandiging, vrijwel vergelijkbare contracten.

Bestuurders en directies tuimelen in zijn waarneming telkens in dezelfde valkuil: ze verzuimen mee te wegen dat de exploitatie van het vernieuwde of uitgebreide gebouw altijd duurder is dan in het oude pand. 'In het nieuwe museum zijn meer zalen, waar meer mensen werken, waar extra beveiliging nodig is, waar meer bezoekers meer onderhoud tot gevolg hebben en ga zo maar door.' En als de directie de jaren na de euforie van de opening de hand ophoudt bij de geldverstrekker, is daar de neiging groot het verzoek te negeren: u bent toch bij de verbouwing al aan de beurt geweest?

Zijn er niet simpelweg te veel musea? Directeur Gitta Luiten van de Mondriaanstichting stelt vast dat de profielen niet altijd even herkenbaar zijn. 'Probeer meer uit te leggen wat je aan het doen bent. Die discussie mis ik.' Wim van Krimpen, directeur van het Gemeentemuseum in Den Haag: 'Het moet wel zo langzamerhand ophouden, ja. Alle slapende musea van vroeger zijn inmiddels wel tot leven gewekt.' Van Twist van het Groninger Museum: 'Probeer heldere criteria voor subsidies te formuleren. Je kunt best iets tot een heel aardig, maar louter particulier initiatief bestempelen.' Alexander van Grevenstein van het Bonnefantenmuseum neemt geen blad voor de mond. 'Saneren!'

De Raad voor Cultuur werkt aan advies over herziening van het museumbestel. Hoe het eruit komt te zien, kan Riemer Knoop nog niet zeggen. Maar hij laat wel doorschemeren dat een van de elementen een 'herschikking van verantwoordelijkheden' onder de betrokken overheden zal zijn. Rijk en gemeenten betalen jaarlijks bijna 300 miljoen aan de museale sector, de provincie draagt 5 procent bij. De musea zelf genereren 10 tot 30 procent van de omzet aan eigen inkomsten.

Knoop vindt dat dat de overheid zich wel wat meer met het bestel mag bemoeien. 'Het is wel erg op afstand geraakt. Zelfs het sturen op toetsbare hoofdlijnen, zoals ooit is afgesproken, is er niet meer bij. Dat is te betreuren. Het is publiek geld. Cultuur wint bij politieke aandacht en debat. Je kunt zaken afstemmen. maar wat aan het doen.' Iedereen is nu Wall drawing#801: Spiral. Een dunne witte lijn klimt gestaag langs de binnenwand van de torenkoepel van het Bonnefantenmuseum omhoog. Complex Forms No 8. Een sculptuur staat op de vloer, ijsschotsen van witgeschilderd hout, driehoeken, vijfhoeken, zeshoeken, vervaardigd uit kubussen.

Zo doet het Bonnefantenmuseum in Maastricht dat tegenwoordig. De gehele bovenverdieping van de toren is gewijd aan de Amerikaanse kunstenaar Sol LeWitt. En wie verder dwaalt, zal meer zalen ontdekken met installaties of ensembles van één kunstenaar. Video's van Roman Signer draaien er in een riante ruimte. Zoals die van een speelgoedhelikopter die nijdig boven een bed bromt, en Na ch t fa h r t , een scherm in de laadbak van een Vespa van de Zwitserse post met opnames van de weg. Joëlle Teurlinckx heeft een zaal geheel groen ingepakt, wat wit is gelaten heeft ineens het karakter van een schilderij gekregen.

Nee, publiekslievelingen binnen de hedendaagse kunst zijn het niet, Alexander van Grevenstein. reer kunstenaars.' Maar wie straks wel tot de hele groten. beaamt directeur 'Midsize, midcaweet behoren ze

Ziedaar bestanddelen van het profiel van het Bonnefanten van vandaag. Wie LeWitt, of Teurlinckx, of Thomas Hirschhorn, onder anderen, wil zien, zal hier naar toe moeten komen. De verdieping lager is gewijd aan oude kunst: vroeg-Italiaanse schilderkunst, middeleeuwse sculpturen en Zuid-Nederlandse schilders uit de 16e en 17e eeuw.

Vreest Van Grevenstein niet het elitaire stempel? 'Daar heb ik nooit van wakker gelegen. Het is geen kermistent, nee, dat klopt. Ik heb het vanaf het begin af aan gezegd: dit is een soort buitenplaats. We laten ons niet meer afleiden door de grillen van de buitenwereld. Hier zijn we bezig met kunst. Dan maar meer cultureel bedelaar dan cultureel ondernemer.'

Hij blikt naar buiten. Op het grind van de binnentuin staan de stalen platen van Richard Serra die enkele jaren geleden nog in de Wiebengahal stonden. Weemoed klinkt in de verzuchting. 'Zo'n aankoop, dat zou nu niet meer lukken. Daar moet je nu te veel voor uitleggen.' n

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden