Verkrampte grandeur

Met stoere gebaren richting Bosnië, met stoere taal over Schengen en stoer gedrag op Mururoa heeft president Chirac nieuw reliëf gegeven aan Frankrijks intense behoefte anders te zijn dan anderen....

MARTIN SOMMER; SJOERD VENEMA

Om de hoek bij het Louvre, in een klein straatje waar de benzinedamp blijft hangen, zetelt de redactie van het satirische weekblad Le Canard enchaîné. De geketende eend wordt dit jaar tachtig en doet zijn reputatie nog steeds eer aan. Ditmaal met onthullingen over de appartementen die president Chirac zichzelf als burgemeester van Parijs voor een wel heel zacht prijsje had bedacht.

Het geschrijf zal niets opleveren, verzucht hoofdredacteur Claude Angeli. Zoals Mitterrand nooit last kreeg met zijn afluisterpraktijken en de medewerkers die links en rechts om hem heen zelfmoord pleegden. En Giscard d'Estaing nooit last kreeg met de juwelen van Bokassa.

Angeli kijkt aanmerkelijk treuriger dan de inhoud van zijn weekblad doet vermoeden. Hij lijkt grijs en stoffig van vermoeidheid, wat ook kan liggen aan het feit dat het jongste nummer van Le Canard net van de persen is gerold.

'Dit is het land van grote uitspraken, grote privileges en middelmatige politici. In een normaal land zouden Chirac en Juppé nooit aan de macht hebben kunnen komen. Vanwege hun financiële affaires. Maar hier maakt men zich daar niet druk over, het is altijd zo geweest. Met dit verschil dat Mitterrand het intelligenter aanpakte dan zijn opvolger.'

Frankrijk maakt zich zorgen over bommen, zodat alle prullenbakken in Parijs zijn dichtgeschroefd en bij elke metro-ingang drie gendarmes in de tassen en de rugzakken van Amerikanen en Japanners graaien. Aan de nieuwe president heeft het land nog niets opvallends opgemerkt. Hij heeft het oude bureau van De Gaulle in zijn kantoor geïnstalleerd, en praat net als destijds de generaal veel over le grandeur de la France. Dat hij zich niet hield aan zijn verkiezingsbelofte en de BTW inmiddels heeft verhoogd, is ook niet abnormaal.

Des te meer onrust in het buitenland. Nerveuze Eurobeambten in Brussel laten weten dat het helemaal de verkeerde kant opgaat. Met Chirac zakt Frankrijk af naar een Brits aandoende eigenzinnigheid. De president heeft het Verdrag van Schengen over de gemeenschappelijke buitengrens opgeschort. Nederland joeg hij tegen zich in het harnas met opmerkingen over de Haagse drugspolitiek, Oostenrijk riep de Franse ambassadeur op het matje nadat Chirac zich op Majorca had laten ontvallen dat kanselier Vranitzky een broddelspeech had afgeleverd. Chirac bood de Franse kernmacht aan om Europa te beschermen, maar begon zonder de bondgenoten te waarschuwen de proeven in Mururoa. Zeer tot ongenoegen van de Franse ambassadeurs, die alarmtelexen naar huis stuurden over aanzienlijke schade, toegebracht aan la Patrie.

Het Britse dagblad The Guardian schreef een week geleden over 'de grootste crisis van de laatste 25 jaar' in de Europese Unie, mede als gevolg van het 'onvoorspelbare gedrag van de Franse president, dat het Frans-Duitse bondgenootschap bedreigt'. Misschien was dat artikel wat te alarmistisch van toon, maar niettemin: wat bezielt Frankrijk, en wat bezielt Chirac?

Over dat laatste koestert in elk geval de linkse elite weinig illusies. Chirac heeft de mening van degene die hij het laatst gesproken heeft, luidt het vernietigende oordeel van hoofdredacteur Angeli van Le Canard. En degene die hij tegenwoordig het vaakst spreekt is zijn havik-achtige adviseur Villepin.

Hoofdredacteur Angeli: 'Meestal beloven kandidaten in een campagne van alles, en moeten ze dan later terugkrabbelen. Chirac is erger. Die is in staat om twee volkomen tegenstrijdige dingen te beloven, en zelfs in allebei te geloven.'

Al op het lyceum stond op zijn rapport: 'Meer spontaan dan bedachtzaam. Zou veel beter kunnen met wat meer nadenken.' Begin jaren vijftig ventte hij de communistische krant l'Humanité uit. Later werd hij rechts en tot verbazing van vriend en vijand passeerde hij tijdens de campagne van dit voorjaar de socialistische kandidaat Jospin weer aan de linkerkant. Angeli: 'Een vooraanstaand gaullist, wiens naam ik niet zal noemen, zei over Chirac: als je hem te paard om een boodschap stuurt, vergeet hij niet alleen de boodschap, maar ook het paard.'

Pierre Lellouche, adviseur van Chirac op het gebied van buitenlandse zaken en defensie, denkt daar uiteraard anders over. Het is een zegen dat de indolente status-quo-politiek van Mitterrand is verruild voor de daadkracht van Chirac, zegt hij. 'Mitterrand wilde geliefd worden, Chirac gerespecteerd.' Lellouche vindt dat het te vroeg is om van een radicale wijziging te spreken in het buitenlands beleid. 'Zoals Napoleon al zei: de buitenlandse politiek is ingebed in de geschiedenis en geografie van naties', citeert hij prompt. ,Je verandert je buitenlandse politiek niet zoals je van auto verwisselt. Chirac begint ook nog maar net.'

Lellouche, een invloedrijke hardliner in Chiracs gaullistische partij RPR, houdt van verrassende combinaties, zoals ook blijkt uit de inrichting van zijn ruime kantoor op het Parijse stadhuis. Een verzameling plastic miniatuur-raketten en onderzeeboten op zijn bureau en in de hoek, een marmeren buste van baron Haussmann met een scheefgezakte soldatenhelm op het hoofd bij het venster. Zeven jaar diende Lellouche burgemeester Chirac, die nu is verhuisd naar het Elysée. Lellouche zit er nog steeds, mogelijk omdat hij er een scherpe tong op nahoudt.

Geen twijfel mogelijk, er zijn aanzetten voor een andere koers van Chirac. Neem Bosnië en de hervatting van de kernproeven. 'De impuls voor wat we nu beleven in Bosnië komt van Chirac', stelt Lellouche, 'Ook al hebben de Amerikanen vervolgens behendig de diplomatieke overwinning naar zich toe getrokken.'

De ironie wil dat Chiracs verkiezingscampagne uitsluitend op binnenlandse problemen was gericht. Sinds hij president is, heeft Chirac ook nog niet één grote rede gehouden over de buitenlandse politiek. 'Maar het buitenland klopte nu eenmaal aan.' Nog voordat hij goed en wel zijn intrek had genomen in het Elysée, kreeg hij te maken met de gijzeling van blauwhelmen in Bosnië.

Mitterrand was de architect van de humanitaire VN-hulp zonder voldoende bescherming in Bosnië. Chirac heeft daartegen jarenlang geageerd. Zijn oproep tot een gezamenlijk massief optreden van het Westen tegen de Serviërs was dan ook een logisch gevolg van zijn eerdere opvattingen.

Maar zijn stijl - door Lellouche 'hoekig en recht voor zijn raap' genoemd - keerde zich tegen Chirac. De krijgshaftige taal werd in het buitenland versleten voor een rookgordijn, dat de Fransen in staat zou stellen zich schielijk uit het Bosnische wespennest terug te trekken.

Uiteindelijk heeft het initiatief van de Franse president geleid tot de gezamenlijke Frans-Brits-Nederlandse Force de Reaction Rapide, en na lang aandringen tot een actievere opstelling van de Amerikanen in het conflict.

'Chirac heeft Clinton ervan overtuigd dat er voor de Verenigde Staten een rol viel te spelen waar hij electoraal voordeel uit kon halen. Daardoor is de zaak in beweging gekomen en hebben de Amerikanen uiteindelijk het initiatief overgenomen', zegt Lellouche.

Helaas voor Frankrijk pakten de ontwikkelingen in Bosnië anders uit. Nadat Chirac in juni en juli eerste viool had gespeeld, werd hij in augustus overstemd door de Kroaten. Die zagen hun kans schoon en veroverden de Krajina op de Serviërs. Lellouche: 'En diplomatiek heeft Frankrijk dat heel slecht gespeeld. We hebben de Amerikanen er gewoon met de bal vandoor laten gaan, Maar ze zijn eenvoudig beter in het spel met de media. Op dat terrein valt nauwelijks tegen hen op te boksen.'

De meest uitgesproken breuk met de lijn van voorganger Mitterrand loopt bijna fysiek door het atol Mururoa. Ook hier heeft Lellouche weinig waardering voor de vorige president. 'Iedereen wist dat we nog proeven moesten doen voor het definitieve verbod, waaraan Frankrijk zich heeft gecommitteerd. Omdat Mitterrand, tussen twee haakjes de president die het grootste aantal proeven op zijn naam heeft staan, het land niet heeft voorbereid op het einde in 1996.

'Chirac vindt het niet leuk en vindt ook niet dat het een groots gaullistisch gebaar is. Maar het is eenvoudig in het belang van het land. Het verschil tussen Shell en de Franse republiek is dat wij er niet zijn om de consument een plezier te doen, maar de moed moeten hebben om ook beslissingen te nemen tegen protestgolven in. Het is veel gemakkelijker te zeggen: ik houd niet van de atoombom, dan uit te leggen dat afschrikking noodzakelijk is en waarom.'

Greenpeace of niet, de Fransen reageren betrekkelijk onverschillig op de atoomproeven in Mururoa. Voor een manif tegen de proeven, die woensdag bij de Bastille zou worden gehouden, was de Franse Mobiele Eenheid op volle sterkte uitgerukt. Maar een demonstratie liet zich op het uitgestrekte plein niet ontdekken.

De Nobelprijswinnaar Claude Simon schreef een groot stuk in Le Monde: 'Alles (en onder alles versta ik elke geloofwaardige verdedigings- en afschrikkingsmaatregel) liever dan weer een bezetting'. En onder Parijse defensiespecialisten is het aanbod aan Duitsland om samen de knop te delen niet met hoongelach onthaald, zoals in het buitenland.

Het Franse equivalent van Clingendael heet IFRI (Institut Français des Relations Internationales) en is gevestigd in een bescheiden straat in de buurt van Montparnasse. Beslist niet bescheiden zijn de veiligheidsmaatregelen. Voor de deur staat dertig meter hek op straat om te voorkomen dat er een bomauto wordt geparkeerd. Elke deur gaat met een pasje open en zelfs de lift werkt alleen op een soort creditkaart.

Boven zetelt adjunct-directeur Dominique Moïsi in een kamer waarin enkele reprodukties een voorkeur voor Italië verraden. Voor Moïsi is de Franse kernmacht niet per se iets van het verleden, en zou het mogelijk moeten zijn om met Duitsland tot een vergelijk te komen. Er moet toch iets van een Europese defensiemacht ontstaan.

'Maar toen Chirac in mei bekendmaakte dat hij proeven ging doen, heb ik meteen gezegd: daarvan kun je de gevolgen niet overzien, omdat de regels van het spel sinds de Koude Oorlog veranderd zijn.' En inderdaad bleek dat Frankrijk de diplomatieke, politieke en ook de economische kosten van de proeven ernstig had onderschat. Na de Koude Oorlog hebben met name de media een invloed gekregen waarmee Parijs onvoldoende rekening heeft gehouden, erkent ook Chiracs adviseur Lellouche.

'Op politiek gebied spelen nieuwe machten een rol, niet-gouvernementele organisaties als Greenpeace, die dank zij de media binnen een kwartier hun boodschap in alle uithoeken van de wereld kunnen brengen.'

Gecombineerd met de krachtige protesten van de landen uit de Pacific, heeft dat in Parijs geleid tot het gevoel dat de nieuwe mode Frankrijkje-pesten heet. Lellouche: 'Met een nieuwe variatie op Pascal: ''Ik mep op de Fransen, dus ik besta''.' Een holle lach klinkt door de ruime stadhuiskamer, gevolgd door een flinke scheldpartij op de nieuwe maagdelijkheid van de Australiërs, de hypocrisie van de Nieuw-Zeelanders en vooral van de Japanners die 'de geschiedenis willen herschrijven en wegpoetsen dat zij twintig miljoen Chinezen hebben vermoord'.

De weigering van Chirac om rekening te houden met wie dan ook (de eerste proef werd gehouden enkele weken na de herdenking van vijftig jaar Hiroshima) past in een Franse traditie die men men een mooi woord 'emmerdisme' noemt: schijt-hebben-aan. Frankrijk heeft een geschiedenis van arrogantie, legt Moïsi uit. Frankrijk is altijd bereid om in te grijpen, troepen te sturen. Of het nu om de Comoren gaat, om Ruanda of om Bosnië. Frankrijk wil laten zien dat het niet bang is om geweld te gebruiken.

Moïsi: 'Wij hebben een klassieke bestuurscultuur, de alom aanwezige macht van de staat, in de vorm van de politieke klasse, de diplomaten, de militairen. Duitsland en Engeland hebben dat niet, daar neemt de macht een economische vorm aan. Frankrijk is altijd geobsedeerd geweest door de klassieke visie op macht. Voor een deel van de politieke klasse betekent Frans zijn anders zijn. Het Franse kernwapen is daarvan vanouds het symbool. ''Du faible au fort'' van De Gaulle betekende dat een relatief zwakke macht toch in staat was een veel sterkere tegenstander in bedwang te houden. Een middengewicht kon het opnemen tegen een zwaargewicht.'

Het einde van de Koude Oorlog en vooral de vereniging van Duitsland hebben aan die genoeglijke positie van Frankrijk een tamelijk bruusk einde gemaakt, temeer omdat oude wonden sindsdien weer begonnen te stinken. De diepgaande behoefte van Frankrijk anders te zijn dan anderen (Chirac op de eerste dag van zijn presidentschap: 'Frankrijk moet weer een baken zijn voor alle volken ter wereld') heeft volgens Moïsi te maken met de onverwerkte militaire nederlagen, in de Tweede Wereldoorlog, in Indochina, in Algerije.

'We zijn in 1940 in een maand opgerold door de Duitsers en sindsdien heeft Frankrijk een probleem met zijn identiteit. Pas onder Mitterrand is het debat over Vichy geopend, en nu blijkt dat Duitsland de oorlog beter heeft verwerkt dan Frankrijk. Tot gisteren hoorden wij bij de winnaars, met een zetel in de Veiligheidsraad, met een kernwapen, we konden interveniëren als we dat wilden, we konden Duitsland controleren. Nu is Duitsland groter dan wij en heeft het bovendien de oorlog beter verwerkt.'

Chirac mag de naam hebben van een wildeman en een vlerk, in de relatie met Duitsland heeft hij zich tot nu toe voorzichtig opgesteld. Niet alleen ging hij meteen na zijn inauguratie bier en kopkaas tot zich nemen met Kohl, steeds opnieuw bevestigen de Fransen hun toewijding aan de politieke samenwerking en de economische en monetaire unie (EMU).

Als we Lellouche mogen geloven, is voor Chirac de Europese munt geen ideologisch geladen onderwerp. In tegendeel: de Euromunt zou de positie van Europa kunnen versterken ten opzichte van de dollar en de yen. 'Wij gaan om die munt geen geloofsoorlog voeren op het gebied van de soevereiniteit. Het bewijs daarvoor is dat de rechtse meerderheid een jaar geleden de Banque de France onafhankelijk heeft gemaakt.'

Heel wat minder zachtzinnig is Chirac met het Verdrag van Schengen omgesprongen. Vooral Nederland heeft zich voor het vrije verkeer binnen de Schengen-grenzen sterk gemaakt; vooral Nederland kreeg van Chirac om de oren in verband met het levendige drugsverkeer tussen Rotterdam en Lille.

De weigering zich aan Schengen te binden past in het Franse emmerdisme. Moïsi: 'Er is een contradictie tussen de leidersambities van Frankrijk en de realiteit. We zeggen dat we jullie beschermen met ons kernwapen, maar we vertrouwen jullie niet genoeg om ons door jullie douaniers te laten beschermen.'

Onder vorige regeringen werd Schengen steeds getraineerd met het smoesje dat de computers nog niet in orde waren. Die schaamlap heeft Chirac niet meer nodig. Lellouche: 'Schengen is een typisch voorbeeld van een technocratische vlucht vooruit. Op papier is het een mooi idee om de grenzen te vervangen door een gezamenlijke buitengrens. Kijk maar naar Amerika. Maar anders dan in de VS hebben wij verschillende wetten over terrorisme, over drugs en over nationaliteitenkwesties. Dat kan niet werken. Als Frankrijk het laatste land is dat drugsgebruik straft, dan gaat de smokkel zich op Frankrijk concentreren, omdat daar geld te verdienen is.

'Als een kind van een vluchteling uit Sri Lanka dat hier geboren wordt, automatisch de Franse nationaliteit krijgt en zijn neefje in Duitsland nooit de Duitse nationaliteit, dan weet ik wel naar welk land die vluchteling gaat. We kunnen niet doen alsof onze neus bloedt. Dit zijn essentiële problemen, aan die rotzooi moeten we onmiddellijk een einde maken.'

Met andere woorden: de zes maanden uitstel die Chirac al had bedongen voordat de Franse grenzen opengaan, zullen worden verlengd, waarschijnlijk tot Sint Juttemis. Pierre Lellouche knikt: we zullen te maken krijgen met een Europa à la carte, van een groep landen die een gezamenlijke defensiepolitiek voert, en een groep die een gemeenschappelijke munt heeft. Die groepen vallen niet noodzakelijkerwijs samen.

Het Europa dat vervolgens opdoemt heeft premier Alain Juppé eerder dit jaar geschetst. 'Een synthese van drie grote visies: Duitslands behoefte aan federalisme, dat zijn energie richt op de interne aangelegenheden van Europa; de etatistische traditie van Frankrijk, die de Europese identiteit profileert ten opzichte van de buitenwereld; en het bijzondere wereldbeeld van de Britten, vastbesloten om het beste van de eigenheid van elk land te bewaren.'

Dominique Moïsi, gevraagd naar zijn idee over de toekomst van Frankrijk en Europa: 'Als Frankrijk een bemiddelende rol kan spelen tussen Duitsland en Groot-Brittannië, zou het mooi zijn. Maar ik ben bang dat het zal uitdraaien op een versplintering in plaats van een bundeling. Europa is slecht uit de Koude Oorlog gekomen en Frankrijk nog slechter. Ik ben pessimistisch, zowel over de toekomst van Frankrijk als over die van Europa.'

Martin Sommer

Sjoerd Venema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden