Verkleedpartijen zijn razend populair, wat bezielt deze mensen?

In de nazomer is er elk weekend wel ergens een evenement waarbij mensen episoden uit de geschiedenis naspelen. Wat beweegt ze? 'Het is een vorm van houvast.'

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Duelleren, exerceren, met een handboog schieten, om een aalmoes bedelen met een door de pest weggevreten hand: een beetje re-enactor (naspeler) is er vele weekenden per jaar mee bezig. Voor de semi-professionals, beoefenaren van de zogenoemde deep reenactment, vormen deze optredens zelfs een substantiële bron van inkomsten. Het afgelopen weekeinde troffen vele honderden re-enactors met een voorliefde voor de late Middeleeuwen elkaar in Nijmegen, bij het elfde Gebroeders van Limburg Festival - vernoemd naar de uit Nijmegen afkomstige gebroeders Herman, Paul en Johan van Limburg, die in Frankrijk roem vergaarden als illustrators van manuscripten en getijdeboeken.

Deep re-enactors die de 14de eeuw - de tijd waarin de gebroeders Van Limburg leefden - overtuigend gestalte kunnen geven, zijn in deze tijd niet eenvoudig te contracteren, ondervond festivaldirecteur Uta Meier. In de nazomer is er elk weekend ergens in Nederland wel een evenement dat moet worden opgeluisterd door ridders, pestlijders en valkeniers. Met alle gevolgen voor de prijsontwikkeling van dien: Meier telt voor een re-enactmentgroep al gauw zo'n 5.000 euro neer - exclusief reiskosten.

Het Landelijk Platform Levende Geschiedenis (LPLG) telt momenteel 37 verenigingen die zich toeleggen op de uitbeelding van een specifiek tijdvak. De Tweede Wereldoorlog, waaraan het verschijnsel re-enactment in Nederland zijn bestaan ontleent, spreekt nog steeds het meest tot de verbeelding. Maar de historische belangstelling van de re-enactors lijkt zich te verbreden. Zo is er een gezelschap dat figureert als gevechtseenheid van de DDR Volksarmee en zijn er schutters uit het 's-Hertogenbosch van 1830, huurlingen uit de 14de eeuw (de Compagnie van Cranenburgh), 18de-eeuwse piraten, Romeinse legionairs, Vikingen, Amerikaanse pioniers en soldaten uit de Napoleontische tijd.

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Beeld Guus Dubbelman

Stedelijke elite

De meeste re-enactors doen het, naar eigen zeggen, 'voor de lol'. Na een weekendje vechten op de hei is het lichaam moe, maar het hoofd leeg. In een tijd die zo anders, zo minder aangeharkt is dan de onze, kunnen zij de zinnen verzetten. Maar sommige re-enactors kennen ook een maatschappelijke functie toe aan hun bezigheid. 'Zo'n festival is voor de deelnemers en de toeschouwers een vorm van houvast, van saamhorigheid', zegt de Nijmeegse stadsgids Martin van Leth, die tijdens het Gebroeders van Limburg Festival als Martinus van den Lindenhout door het leven gaat. 'Hoe groter de wereld, hoe groter de belangstelling voor het eigen verleden.' Kennis van het verleden kan bijdragen aan de waardering van het heden. Ook dat is meegenomen.

De opkomst van de re-enactment in Nederland valt samen met de opkomst van de amateurarcheoloog en de professionalisering van de amateurhistoricus. Mensen met een historische belangstelling ontwikkelen zich van consumenten tot producenten. Ze tekenen de geschiedenis van hun familie, van hun dorp of hun straat op. Musea trekken publiek met de belofte dat een bezoek een - al dan niet interactieve - 'belevenis' is. Levensecht spektakel, zoals de musical Soldaat van Oranje, trekt al jaren volle zalen. Geschiedenis moet in de meest letterlijke zin van het woord tastbaar worden. Re-enactments voorzien in die behoefte.

Op het Gebroeders Van Limburg Festival zijn de meeste figuranten light re-enactors: vrijwilligers die tegen betaling van een schappelijke huurprijs een paar dagen mogen rondlopen in een min of meer authentiek tenue. Dus geen machinaal vervaardigde Suske & Wiske-outfits van synthetische materialen, maar handgestikte creaties van wol en linnen.

Martin van Leth draagt met zwier het tenue van gildemeester, compleet met schoenen waarvan de punten omhoog krullen - net als op de Middeleeuwse miniaturen. Het hedendaagse schoeisel van stadswacht Jan van der Zant kan zijn goedkeuring niet wegdragen. Hij is zich ervan bewust dat Nijmegen in de tijd van zijn alter ego Martinus van den Lindenhout overwegend werd bevolkt door paupers, en dat de meeste kwalen toentertijd onbehandelbaar waren. Toch had hij best in die tijd willen leven. Als lid van de stedelijke elite wel te verstaan.

Beeld Guus Dubbelman

Ambitie

Zelfs pestlijder Henk Burgers is minder stellig in zijn afwijzing van de Middeleeuwen dan je op basis van de zwarte plekken en open wonden op zijn huid zou verwachten. Zijn kompaan Henny de Waal, eveneens ten dode opgeschreven na het verlies van een hand bij een ongeval, heeft zelfs het gevoel de reincarnatie te zijn van zo'n beklagenswaardige middeleeuwer. En dat deert hem niet. Beiden maken deel uit van de Lotus Groep Overasselt, die figuranten levert bij de enscenering van calamiteiten in alle soorten en maten - ten behoeve van de opleiding van trauma-artsen. Burgers heeft inmiddels veel ervaring als brandwondenpatiënt en als slachtoffer van een steekpartij.

Nijmegenaar Frans Meijer, een light re-enactor met de ambitie deep re-enactor te worden, woont het festival bij als toeschouwer. Kritisch monstert hij de materialen van de tenten, het wapentuig en de schragentafels in het Valkhofpark. Volledige authenticiteit is onbereikbaar, zegt hij. 'Zelfs de beste re-enactor moet concessies doen. Het gebruik van moderne materialen is onvermijdelijk.' Zo is de pees van zijn eigen handboog van dacron en niet van vlas, zoals ten tijde van de Slag bij Azincourt (1415). Hoezeer dit wapenfeit hem ook fascineert, hij is blij er niet bij te zijn geweest. 'Er werd beestachtig gevochten. Niet zozeer met lange zwaarden, maar met hamers, bijlen en korte dolken. Als je als harnasdrager een klap op je pantsering kreeg, beperkte dat de ademhalingsruimte.' Hij geeft zijn kinderen wat geld voor een versnapering. De Honderdjarige Oorlog is alleen mooi voor het nageslacht.

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Duitsers moeten verliezen

De Romeinen waren al bedreven in re-enactment (re-enscenering) van historische gebeurtenissen. Om het thuisfront te laten zien wat de legionairs vermochten, werden gewonnen veldslagen nagespeeld. Tijdens de Middeleeuwen hadden riddertoernooien een soortgelijke functie. Op de passiespelen, waarvan The Passion een nieuwe verschijningsvorm is, werd het lijdensverhaal van Jezus van Nazareth getoond. In de Verenigde Staten spelen re-enactors al sinds de late 19de eeuw de indianenoorlogen en de veldslagen uit de Amerikaanse Burgeroorlog na. In de jaren zestig van de vorige eeuw raakten in Groot-Brittannië re-enactments in zwang. Na de intocht op 5 mei 1980 van veteranen uit de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam kwam ook in Nederland de re-enactment tot ontwikkeling. Wehrmacht-uniformen zijn daarbij sinds kort niet meer taboe. Met dien verstande dat hun dragers worden geacht elke veldslag te verliezen. Daar moeten ze tegen kunnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden