Opinie

'Verkiezingsdebat is te amateuristisch'

De kwaliteit van de lijsttrekkersdebatten is bedroevend. Toch kun je ze gemakkelijk nieuw elan geven. Dat betoogt Roderik van Grieken.

Lijsttrekkers voor de Tweede Kamerverkiezingen (VLNR) Sybrand van Haersma Buma (CDA), Alexander Pechtold (D66), Jolande Sap (GroenLinks), Diederik Samsom (PvdA) en Arie Slob (CU) in gesprek met presentatoren Dominique van der Heyde en Ferry Mingelen tijdens het eerste tv-verkiezingsdebat, uitgezonden op Nederland 1 door de NOS. Beeld anp

Het eerste debat in een serie van acht lijsttrekkersdebatten op weg naar de verkiezingen op 12 september heeft deze week plaatsgevonden. En direct is er een hoop kritiek te horen. Waarom zo veel debatten? Waar waren Rutte, Roemer en Wilders? Wordt de kiezer wel wijzer van al dat gehakketak tussen politici met hun grootse beloften? Allemaal terechte vragen.

Nederland heeft nog een hoop te leren wanneer het gaat om het organiseren van verkiezingsdebatten. En, hoewel de lijn stijgend is, kunnen ook de politici nog beter presteren. Een aantal basale misvattingen moeten hiervoor uit de weg worden geruimd.

Pijler
Laten wij beginnen met het belang van verkiezingsdebatten vast te stellen. Zij zijn een belangrijke pijler onder onze democratie. Politici kunnen aan de burger uitleggen welke toekomst zij met het land voor ogen hebben, welke keuzes zij belangrijk vinden en waar en waarom zij van mening verschillen met hun opponenten. Politici die het in de beleving van de kiezer goed of slecht doen tijdens debatten, worden daar vaak voor beloond op de verkiezingsdag.

De eerste misvatting komt voor rekening van de programmamakers. Die verkeren in ons land nog altijd in de overtuiging dat verkiezingsdebatten vooral leuk moeten zijn om naar te kijken. Vanuit dat vertrekpunt wordt van alles gedaan om de debatten op te leuken. Zo zagen wij woensdagavond vakantiefoto's, filmpjes en enthousiast applaudisserend publiek.

Ook wordt regelmatig de ludieke openingsvraag of quizvraag gebruikt om er vooral maar voor te zorgen dat er in een prettige sfeer over de grootste crisis van meerdere generaties kan worden gesproken. Het is een enorme misvatting.

Ondenkbaar
In andere landen, zoals de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk zou het ondenkbaar zijn om ook maar een vleugje amusement in de programmaopzet te vlechten. Terecht verkeert men daar in de overtuiging dat een verkiezingsdebat een serieuze zaak is die over de toekomst van het land gaat. Amusement is echt niet nodig om de kijker aan het debat te binden. De kijkcijfers in die landen zijn minimaal gelijk aan die in Nederland.

De tweede fout zit in de opzet van de debatten. Met acht partijen een zinnig debat voeren in anderhalf uur is moeilijk. Wat dat betreft hebben de Amerikanen, Britten en Fransen het een stuk makkelijker. Maar juist omdat het zo moeilijk is, moet het grondig worden voorbereid en uitgevoerd. En dat gebeurt onvoldoende.

Meestal worden vier of vijf politici in blokjes van een minuut of tien bij elkaar gezet en wordt een abstract onderwerp als 'de zorg', 'bestuurbaarheid van het land' of 'Europa' aangekaart. Vervolgens is het aan de politici om, zonder enige afbakening of structuur, elkaar vliegen af te vangen. Af en toe wat bijgestuurd door de debatleider. Dit is vragen om chaos en totale onduidelijkheid voor de kijker. Een goed debat kent een duidelijk afgebakend en concreet onderwerp in de vorm van een vraag of een stelling en daarnaast structuur in de vorm van spreektijden en spreekvolgorde. Dit schept helderheid maar zorgt ook voor een eerlijk verloop van het debat.

Je kunt niet met vier mensen in tien minuten zonder structuur debatteren over 'de zorg'. Wat wel kan is aan de hand van een duidelijke stelling, waarvan je weet dat de debatterende partijen er over van mening verschillen, het debat voeren. 'Leefstijl mag van invloed zijn op de eigen bijdrage aan verleende zorg'.

Vervolgens krijgen alle deelnemers de kans om zonder interruptie kort hun standpunt te geven en vervolgens onder strakke leiding op elkaar te reageren. Dit helpt de kijker om inzicht te krijgen in waar partijen voor staan binnen een actueel en relevant vraagstuk en waar en waarom ze het met elkaar oneens zijn. En dat is het doel van het debat; de kijker informeren.

Ander vak
Dan de debatleiders. Stuk voor stuk gerenommeerde journalisten die gewend zijn politici scherp te interviewen. Helaas is dat een ander vak dan het objectief leiden van een debat. Zodoende staan ze regelmatig hinderlijk in de weg of brengen zelfs schade toe aan een eerlijk debatproces. Ferry Mingelen bestond het woensdagavond om Jolande Sap, nadat zij een vakantiefoto van een ruïne had laten zien, te vragen of zij deze als symbool zag voor de staat van haar eigen partij. In ieder ander land zou dit door vriend en vijand onacceptabel worden gevonden, maar wij vinden het volstrekt normaal.

Het zijn scheidsrechters die tijdens de Champions League-finale af en toe vrolijk een balletje mee trappen. Dat is niet hun taak. Zij moeten er alleen voor zorgen dat het debat goed te volgen is voor de kijker en dat alle deelnemers gelijke kansen krijgen. En dat zo onzichtbaar mogelijk.

Chaos
Tot slot de regie over de reeks van verkiezingsdebatten als geheel. Die ontbreekt. Na een chaos van onderhandelingen tussen partijen onderling en de verschillende omroepen worden wij de komende weken getrakteerd op maar liefst acht(!) lijsttrekkersdebatten. Dit op zichzelf zorgt er al voor dat kiezers moe worden van politici. Het is veel te veel.

In de VS wordt ruim voor de verkiezingscampagne tussen politieke partijen onderhandeld hoeveel debatten er zullen plaats vinden, wie er aan mee mogen doen en waar en wanneer ze zijn. Dit leidt altijd tot drie of vier debatten die keurig verdeeld worden over de campagne en over de omroepen. Dit alles is in het belang van zowel de partijen als de kiezer. Bij ons zijn de verkiezingsdebatten handelswaar voor de omroepen zonder dat het belang van de kiezer voorop staat.

Generaties zijn in ons land opgegroeid zonder ooit goed kennis te maken met de elementaire beginselen van de retorica. En zo kan het dat er nog steeds lijsttrekkers zijn die onvoldoende voorbereid beginnen aan een televisiedebat met twee miljoen kijkers, met het idee dat ze op basis van dossierkennis en een paar centrale campagneslogans het wel zullen redden. Het heeft de afgelopen tien jaar meerdere keren geleid tot tenenkrommende confrontaties tussen lijsttrekkers die hun huiswerk wel goed hadden gedaan, in combinatie met retorische vaardigheid, en opponenten die vreselijk te kijk werden gezet omdat zij zich niet goed hadden voorbereid.

En standaard was de reactie van de achterban van de politicus die onderuitging dat al die retorische trucs, oneliners en korte spreektijden van een minuut een schande zijn. Het tegendeel is waar. Een politicus die niet in staat is om in dertig seconden de essentie van zijn standpunt helder en overtuigend te presenteren, beschadigt de kwaliteit van het debat.

Met het verkiezingsdebat moet door alle betrokkenen heel serieus worden omgegaan. Het is één van de belangrijkste parels van onze democratie waar wij trots op moeten zijn

Roderik van Grieken is directeur van het Nederlands Debat Instituut.
Deze week verschijnt van de hand van de auteur het boek Een feest van de democratie. De regels voor een goed verkiezingsdebat

 
Hou toch op met het stoppen van amusement in lijsttrekkersdebat
 
Politicus moet snel essentie van zijn boodschap kunnen geven
 
In ieder ander land zou dit door vriend en vijand onacceptabel worden gevonden, maar wij vinden het volstrekt normaal.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden