Verkiezingen voor een niet-gekozen premier

Uitgedaagd door zijn opponenten van CDA en VVD, pleitte PvdA-leider Bos aan de vooravond van de verkiezingen voor een gekozen-minister president....

Door Lidy Nicolasen

'Vals, vals, vals. Een leugenachtig lokkertje', zegt de zoetgevooisde stem van Jacob Kohnstamm. Ironie gedrenkt in cynisme. Kohnstamm is van D66, was staatssecretaris op Binnenlandse Zaken. Is gepokt en gemazeld in het staatsrecht, pleitbezorger van de eigen kroonjuwelen, waaronder dat van de gekozen minister-president. Misschien dat hij daarom met zoveel autoriteit kan aarzelen. Want die gekozen minister-president, hoe graag hij dat zelf ook zou willen, die komt er nooit. 'Politieke partijen zijn veel te bang om die macht aan de kiezer af te staan. Dat zullen ze niet doen.'

Zijn cynisme geldt de hernieuwde discussie over het kiesstelsel. Er was nog een dag te gaan tot de verkiezingen van 22 januari toen PvdA-leider Wouter Bos zijn tegenstrevers uitdaagde de gekozen minister-president te omarmen. Het was vooral om te pesten. CDA en VVD hadden toch zo halsreikend uitgekeken naar de PvdA-kandidaat voor het premierschap, zo hartstochtelijk een debat met die kandidaat gewenst? Nou dan.

Weinig kans dat de partijen er nu, aan de tafel van informateur Donner, op terugkomen. Bos wist dat tevoren, CDA-leider Balkenende kon domweg de uitdaging afwimpelen. Geen wonder dat Kohnstamm met nog meer overtuiging zegt dat het electorale systeem leugens uitlokt, dat de verkiezingen niet gaan waarover ze gaan. Hoog tijd voor verandering dus.

Op 22 januari koos het Nederlandse volk een parlement. 'Wie zegt u? Verhagen? Is dat mijn volksvertegenwoordiger?', kan Kohnstamm niet nalaten jennend te vragen. Het ging niet om Verhagen, het ging om geen enkele volksvertegenwoordiger, het ging om het Torentje. Wie moet er minister-president worden? Balkenende? Zalm? En als het Bos niet is, wie dan van de PvdA en waarom mag die zijn mond niet opendoen?

Het heet 'zweven', sommigen spreken over geëmancipeerd gedrag, maar een feit is dat geen kiezer meer verblikt of verbloost bij de term 'strategisch stemmen'. Zij die gruwen van rood of zij die Balkenende uit het Torentje willen zetten, bedienen zich er dankbaar van. De kiezer stemt om de macht. Het stapje naar de gekozen minister-president is dan nog klein. De kiezer is er klaar voor, Pim Fortuyn zei het een jaar geleden D66 al na.

En de machthebbers? Hoe groot is hun angst de macht uit handen te geven? 'Ach angsthazerij, dat is een beeld dat D66 graag oproept, het is geen argument. Burgers denken dat ze meer te zeggen krijgen, maar dat is niet zo. Dictators laten zich altijd direct kiezen en vervolgens heeft het volk het nakijken', zegt Patrick van Schie, directeur van de liberale Telderstichting.

En uitgerekend op de dag dat Bos de gekozen premier uit de hoed tovert, hekelt zijn partijgenoot Klaas de Vries de aangekondigde initiatiefwet van D66 op dit onderwerp. Het zal griezels met geld aan de macht brengen, suggereert De Vries in zijn dagboek. Letterlijk schrijft hij: 'Merkwaardig die hang van een partij, die de nuance zoekt, naar macht voor sterke en populistische mannen met rijke sponsors.'

De animo houdt niet over, bij links en rechts niet. James Kennedy, Amerikaans historicus en binnenkort verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, gelooft dat staatkundige hervormingen alleen in revolutionaire tijden hun beslag kunnen krijgen. Vorig jaar had het misschien gekund, toen Fortuyn de boel op z'n kop zette. Nu is het momentum voorbij, denkt hij. 'In de laatste tachtig jaar is er veel veranderd in Nederland, maar niet in het staatsbestel. De cultuur van plooien en schikken is sterk. Men overlegt liever dan het aan de kiezer over te laten. Je kunt ook niet garanderen dat een gekozen premier effect heeft, dat de kiezer zich dan meer bij de politiek betrokken weet. De kiezer in Nederland is al heel erg betrokken. In mijn land, Amerika, mag je alles kiezen, zelfs de sheriff, maar de politieke interesse is niet groot.'

We schrijven 1926. A. Cohen Stuart pleit in zijn Koloniale Studiën voor een 'krachtiger constructie van het uitvoerend gezag' door de minister-president rechtstreeks te laten kiezen. Toen al. Ook in de jaren erna blijft het thema niet onbesproken.

Maar in 1959 is het de gewoonste zaak van de wereld als een commissaris van de koningin plotseling de vraag krijgt voorgelegd: wil jij niet premier worden? Getuige het dagboek van de Brabantse commissaris van de koningin De Quay. 'Vanmorgen Romme. Men verwacht wel een rechtse meerderheid. - Romme, Beel en v.d. Brink doen het niet. Nu de vraag of ik dan Premier wil worden. Eerst zien of de dokter het verbiedt. En zo niet? Ik noemde enkele andere candidaten, betere. O.a. Kolfschoten, Steenberghe, Sassen, Witte, Cals. . . hij vond ze allen in deze situatie minder geschikt, vooral met het oog op later, als weer samengaan met de P.v.d.A. nodig is. O,o, wat wordt het. Ga toch niet direct nee zeggen. (. . .) Er is nog iets als plicht.' Drie kandidaten hebben de beker dan al aan zich voorbij laten gaan.

Peter Rehwinkel, oud-PvdA-Kamerlid, opent met dit citaat zijn proefschrift De minister-president, dat ook alweer uit 1991 dateert. Sinds De Quay heeft de premier een steeds grotere rol gekregen. De lijsttrekker is bijna per definitie de kandidaat-premier en laat zich daarop voorstaan in verkiezingscampagnes. 'Kies de minister-president, kies Den Uyl' of 'Laat Lubbers zijn karwei afmaken' of 'Kies Kok'.

Heden ten dage kijken we op als de lijsttrekker (Bos) een ander (Cohen) aanwijst als kandidaat-premier. Het is net zo gewoon geworden de kiezer te vertellen met wie men wil regeren. Balkenende wil het liefst met de VVD, maar die belofte lijkt niet waar te maken. Daarom spreekt Kohnstamm van een leugenachtig systeem, van een particratie. 'Vóór de verkiezingen moet je zo helder mogelijk positie kiezen. In de nacht van de verkiezingen sla je vervolgens als een blad aan de boom om.'

Kennedy blijft het van een afstand 'verbijsterend' vinden dat Balkenende, met 28 procent van de stemmen, vanzelfsprekend de nieuwe premier is. 'Waarom denken Nederlanders in die termen? Het kan heel goed zijn dat die andere 72 procent Balkenende juist niet wil. Ik denk dat politieke partijen voor de verkiezingen informeel afspraken moeten maken, dat het aan hun is duidelijkheid te geven.'

De geschiedenis heeft een voorbeeld, Kennedy blijkt er gecharmeerd van. In 1972 zorgden PvdA, D66 en PPR voor een kleine revolutie door nog vóór de verkiezingen een schaduwkabinet te presenteren. Den Uyl was de premier. Nederland stemde ook toen niet in meerderheid links, dus er kwam te weinig steun voor dit kabinet. Het initiatief raakte in de vergetelheid en werd nooit herhaald.

Hoe moet men zich dat voorstellen, een gekozen minister-president? De meest gangbare opvatting is gebaseerd op ideeën van D66. Daarbij vindt de verkiezing plaats in twee rondes. In de eerste ronde mag iedere kandidaat meedoen. In de tweede ronde komen de twee kandidaten met de meeste stemmen tegen elkaar uit, nadat eerst verkennende coalitiebesprekingen zijn gevoerd. De winnaar neemt zijn intrek in het Torentje en formeert een kabinet. De Koning(-in), die nu de informateur aanwijst, heeft daarin nagenoeg geen rol meer of slechts een adviserende.

De kiezers moeten voor het parlement een afzonderlijke gang naar de stembus maken. Dat kan tegelijkertijd met de premierverkiezing, maar ook halverwege een kabinetsperiode. De partij van de premier hoeft niet noodgedwongen ook de grootste te zijn in het parlement. Nu ondervinden kleinere partijen nadeel van de strategische keuzes die hun potentiële aanhang maakt. Die aanhang kan bij gescheiden verkiezingen voor premier en parlement met een gerust hart voor de eigen club kiezen.

Voorstander Kohnstamm: 'Je voert twee campagnes. In de campagne voor het parlement zal CDA-lijsttrekker Maxime Verhagen zich sterk kunnnen maken voor het terugdraaien van de wetgeving over euthanasie. In de campagne om de premier moet CDA-kandidaat Jan Peter Balkenende zich noodgedwongen voorzichtiger uiten, omdat hij straks verder moet met óf PvdA óf VVD. Die twee hebben nog geen jaar geleden de euthanasiewet gemaakt. Je krijgt een dualistischer systeem, waardoor het debat in de Kamer zal plaatsvinden, niet in het Torentje.'

Het gaat voorstanders als Kohnstamm om een scheiding tussen de macht en de controle op de macht. Om de herkenbaarheid van parlement en regering als twee grootheden. De een maakt beleid, de ander controleert. Nu lopen beide zaken door elkaar, omdat parlementsverkiezingen nu in feite premiersverkiezingen zijn.

Fervente tegenstanders geloven daar niet in, ze vrezen zelfs het ergste. Patrick van Schie is zo iemand. Hij is historicus van huis uit, druk bezig met een proefschrift over het Nederlandse liberalisme in de eerste vier decennia van de 20ste eeuw. Van Schie zweert bij de liberale principes van checks and balances, van macht en tegenmacht om de machthebber onder controle te krijgen.

Een direct gekozen premier doet geen recht aan die traditie, zal de democratie uithollen, zegt hij. 'Het is verkeerd de kiezer twee organen te laten kiezen. Welke is van groter gewicht? Je krijgt straks een gekozen premier niet meer weg, die blijft vier jaar zitten omdat hij zich altijd zal beroepen op zijn eigen mandaat. Een premier heeft al veel macht. Dat versterk je alleen maar door hem rechtstreeks te kiezen. Burgers zullen hun greep op de macht verliezen en dat ondermijnt de democratie.'

Er zijn niet veel voorbeelden in het buitenland. In Israël kwam er met het aantreden van Benjamin Netanyahu voor het eerst een direct gekozen premier. 'Prompt kwam er een einde aan het vredesproces', schrijft Klaas de Vries in zijn dagboek. Ook de Knesset, het Israëlische parlement, had het moeilijk met de heerschappij van Netanyahu en trok de macht weer enigszins naar zich toe.

Hans Hillen, socioloog van huis uit, inmiddels columnist maar vooral bekend als oud-parlementariër voor het CDA, vindt zo'n mislukt voorbeeld prettig. Hij is vooral tegen. Niet om zwaarwichtige redenen. Hillen vindt een gekozen premier ongezond voor de Nederlandse verhoudingen, waar de partijen elkaar in omvang nauwelijks ontlopen. Een meerderheid is voor geen enkele partij weggelegd. Hij gelooft bovendien niet zo erg in de onafhankelijkheid van kiezers. Wie eenmaal voor Balkenende heeft gekozen, vermoedt Hillen, zal ook bij de Kamerverkiezingen het CDA-vakje rood kleuren. Al met al een ramp voor kleine partijen.

Hillen zweert bij de huidige kabinetsformatie, een geheimzinnig topberaad waar de toon wordt gezet voor de hele kabinetsperiode. 'Het zijn politiek strategische schaakmomenten waar partijen elkaar serieus aftasten. De impact van een kabinetsformatie is heel groot. Een eigen mandaat van de premier werkt verstarrend. Je kunt dan als parlement wel het kabinet wegsturen, maar niet de premier, daarvoor heb je nieuwe verkiezingen nodig.'

Net als Van Schie stelt Hillen de vraag wat ten tijde van politieke patstellingen zwaarder moet wegen: parlement of premier. Net als Van Schie verhult hij allerminst zijn angst voor dictators, voor brutalen, die hun kans schoon zien, om te beginnen bij de gekozen burgemeester. 'Mentaal hebben we een gekozen burgemeester allang geaccepteerd, maar de praktische bezwaren klinken steeds luider. Je moet vermogend zijn, wie kan anders de campagne betalen? Je moet belangengroepen achter je hebben, onroerend-goedspeculanten of je moet een Heinsbroek zijn. Het burgemeestersschap dreigt een hebbedingetje voor de rijken te worden, dat is levensgevaarlijk.'

Een tikkeltje overdreven, vindt Peter Rehwinkel, omdat je natuurlijk vantevoren een paar afspraken moet vastleggen. Bijvoorbeeld dat het primaat bij het parlement ligt, ten stelligste in tijden van conflicten. 'De gekozen premier is juist nodig om het parlement een duidelijker en uitdrukkelijker legitimatie te geven. Dan maakt het niet zoveel uit of ook de premier een groter eigen mandaat krijgt.'

Toch fronste ook hij zijn wenkbrauwen toen PvdA-leider Bos met de gekozen premier op de proppen kwam. 'Een heel origineel geluid', zegt hij, niet zonder gevoel voor understatement. Er staat geen letter over in het verkiezingsprogramma. Rehwinkel, tot voor kort de PvdA-specialist op dit terrein, is voorstander, maar een aarzelende. Niemand hoeft van hem een geloofsbelijdenis te verwachten. Ook hij vermoedt dat politici bang zijn macht af te staan, hun privilege kwijt te raken. Hij kent de bezwaren van de tegenstanders, doorslaggevender is dat hij ze ook begrijpt.

Wat hem irriteert is dat zij proberen de boel terug te draaien, waar Rehwinkel de feitelijke ontwikkelingen wil vastleggen in het geschreven recht. Zo is het altijd gegaan: wetgever en staatsrecht hollen achter de werkelijkheid aan. Zo werd pas in 1983 voor het eerst in de geschiedenis de functie van minister-president in de Grondwet vastgelegd. De 'eerste onder zijn gelijken', hoewel dat toen ook al niet meer klopte.

Rehwinkel noemt de premier 'gelijke onder eersten'. 'We zijn heel veel verder, ook door Europa. De topconferenties van de Europese Raad krijgen steeds meer gewicht. Daar zitten de regeringsleiders bijeen, de Chiracs, de Blairs, de Schröders. Niet zo heel lang geleden hadden de premier en de minister van Buitenlandse Zaken nog mot over de vraag wie Nederland in het buitenland vertegenwoordigt. Die strijd is beslecht. Wij moeten het ook belangrijk vinden dat onze premier op voet van gelijkheid kan omgaan met andere regeringsleiders.'

Het is een voordeel dat uitstijgt boven de problemen die de tegenstanders zien, zoals de gezagsverhouding tussen Kamer en kabinet bij een rechtstreeks gekozen minister-president. Die problemen zijn in wetgeving te ondervangen, denkt Kohnstamm, denkt Rehwinkel. Wat anders? Een andere politieke cultuur op het Binnenhof, zegt Van Schie. Het parlement zoekt het teveel in details, maakt zich daardoor onnodig kwetsbaar. 'Niemand herkent je dan nog als volksvertegenwoordiger, terwijl je het toch nooit kunt winnen van de minister en diens ambtenaren. Die race moet je niet eens willen aangaan. Jij moet de kiezer de grote lijnen laten zien, de keuzes die je maakt.'

Hillen spoort parlementariërs aan wat flinker te worden, zich niet te laten betuttelen door televisie, soapster-allures achterwege te laten, te zorgen voor ervaring en verder te kijken dan de emoties van de dag. 'Iedereen zegt Fortuyn maar na dat de politicus ver van de massa afstaat. Hou op, er is niks zo gewoon als een politicus. Die draagt ook plastic tasjes op de markt, die heeft ook een petje op, die staat ook in de tram en in files, wordt ook aangerand. Maar politieke problemen zijn te ingewikkeld om af te doen in Jip en Janneketaal. Wie die illusie heeft, doet de problemen tekort.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden