Analyse

Verkiezingen in coronatijd als lakmoesproef van de vertrouwenssamenleving

Zowel Mark Rutte, Wopke Hoekstra, als Sigrid kaag zetten de afgelopen campagne vol in op een diffuus vertrouwen. Geert Wilders en Thierry Baudet vertegenwoordigen samen het gestolde wantrouwen. Het tamelijk mistige thema was in coronatijd het enige dat ertoe deed.

Mark Rutte  Beeld Getty
Mark RutteBeeld Getty

Natuurlijk is Mark Rutte meer dan tevreden met deze uitslag. Weliswaar stond hij zes weken geleden nog op 43 zetels in sommige peilingen, het zijn er met een slag om de arm 36 geworden. De VVD is nu viermaal achtereen de grootste, en inmiddels de doorzonwoningpartij van heel Nederland geworden.

Rutte heeft het vertrouwen gekregen dat hij vroeg; dat tamelijk mistige thema vertrouwen was in coronatijd het enige dat ertoe deed. SCP-directeur Kim Putters heeft vaker gezegd hoezeer de pandemie de lakmoesproef is voor de vertrouwenssamenleving die Nederland altijd is geweest.

Rutte mikte op de behoefte aan continuïteit, vastigheid, pragmatisme. Geen experimenten. Half februari vond nog 63 procent van de ondervraagden hem betrouwbaar. Daarop was zijn hele campagne gericht. Hij vroeg geen steun voor de VVD, of voor het partijprogramma. Het woord liberalisme is de hele campagne niet gevallen. Alles draaide om de staatsman die ons uit de woestijn zou leiden.

Riskant thema

Maar vertrouwen is ook een riskant thema, vooral als de tastbare prestaties omstreden zijn. Voor de andere lijsttrekkers was Rutte de te kloppen man, wiens falen op concrete onderwerpen breed werd uitgemeten. Neoliberalisme, flexbanen, onderwijs, de zorg, het beurzenstelsel, het klimaat, Rutte had het allemaal gedaan. Ook in de media was het ineens gedaan met de collectieve bewondering. Rutte werd de laatste weken de man die te lang was blijven zitten, terwijl hem ook de toeslagenaffaire flink werd aangerekend. Zo bezien heeft hij het er met dit resultaat wonderlijk goed vanaf gebracht.

In zijn laatste spotje vroeg Rutte zelfs niet meer om steun maar riep hij alleen op om te gaan stemmen. De partijdigheid ontstegen, suggereerde dat. Sigrid Kaag van D66, die een geweldige overwinning boekte, had precies zo’n partijloze advertentie om vooral te gaan stemmen. Ook zij mikte op een diffuus vertrouwen, gezag, verantwoordelijkheid en nieuw leiderschap en was nauwelijks concreter dan Rutte. Ook voor haar was dat een risico, want voor het pragmatische en dus altijd wat fletse D66 gold immers de formule dat regeren halveren betekende. Des te bijzonderder is de prestatie die Kaag heeft geleverd.

Veelbelovende nieuweling

Kaag deed het goed in het debat en kreeg de premie van de veelbelovende nieuweling, ondanks vier jaar ministerschap. Zij was de enige met de boodschap dat de wereld groter is dan Nederland. Als de Europapartij Volt er niet was geweest, had Kaag mogelijk nog meer zetels gehaald.

Een flink deel van de winst van D66 moet te danken zijn aan het CDA. Bij de christendemocraten is het vertrouwen te paard vertrokken. Wopke Hoekstra trachtte een betrouwbare minister van Financiën neer te zetten. Hij was de enige die zei dat het financieel niet uit kan, anders dan Rutte en de anderen die allemaal beloofden niet te zullen bezuinigen.

Hoekstra had last van zijn onervarenheid en van friendly fire. Pieter Omtzigt, nummer twee van het CDA, stelde het falen van politiek en ambtenarij in de toeslagenaffaire steenhard aan de kaak, en ontzag daarbij zijn eigen partijleider niet. CDA-kiezers, die niet bekend staan om hun stelselkritiek, moeten er tot in het stemhokje het hunne van hebben gedacht.

Gestolde vertrouwen

Geert Wilders belichaamt met Thierry Baudet het gestolde wantrouwen. Als je JA21 van Eerdmans erbij op mag tellen, levert dat ongeveer 29 zetels op. Dat is precies het reservoir van Fortuyn en een hele volkspartij van bozen en ontevredenen, die inmiddels verzameld links van PvdA, GroenLinks en SP overvleugelt. Het treurspel van deze verkiezingen heeft zich ter linkerzijde voltrokken. Wat als verzachtende omstandigheid kan gelden, is dat de behoudende partijen er vandoor zijn gegaan met linkse ideeën als als bedrijfsbelasting en verhoging van het minimumloon.

De reactie daarop bij zowel GroenLinks als de Partij van de Arbeid was om nog verder links af te slaan, met nog hardere kritiek op het neoliberalisme en het bedrijfsleven, en door het nog meer in de diversiteit en de groene sfeer te zoeken. Voor de grote meerderheid van de kiezers was dat geen aantrekkelijke propositie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden