Verkiezing is niet zozeer een kennis- maar een karaktertest

Op een zijveldje van het wereldtoneel lopen kandidaten warm om volgend jaar tot president van de VS te worden gekozen. Hillary Clinton wacht op haar kroning bij de Democraten. Bij de Republikeinen loopt een elftal langs de lijn. Behalve Jeb Bush, broer van ex-president George W. Bush, zijn ze onbekend. Maar een van hen zal toch op het paard worden gehesen. Al eens gehoord van Scott Walker, gouverneur van Wisconsin?

Een Republikeinse kandidaat moet het, waarschijnlijk, opnemen tegen een Clinton met mondiale naamsbekendheid. Toch hebben de Democraten in het 'post-Obamatijdperk' een probleem. De partij is een gerontocratie. Vicepresident Joe Biden is 72, voormalig Congresvoorzitster Nancy Pelosi 74, Democratisch leider in de Senaat Harry Reid 75. Clinton is op verkiezingsdag volgend jaar november 69. Haar grootste bedreiging is metaalroest: 'Clinton-vermoeidheid'.

Bij de Republikeinen lijkt de kandidaat te komen uit de kring van succesvolle gouverneurs. Er zijn ook senatoren met presidents-ambities, zoals Ted Cruz, Rand Paul en Marco Rubio, maar zij missen bestuurservaring. Dat is precies wat Republikeinen president Obama, die direct vanuit de Senaat in het Witte Huis belandde, verwijten. Onder de groep van gouverneurs vallen Jeb Bush (ex-gouverneur Florida), Chris Christie (New Jersey) en Scott Walker (Wisconsin) op.

De zuurstof van elke verkiezingscampagne is geld en daar heeft Bush de sterkste papieren. Zijn vader en broer waren president en de familie kent geldschieters met diepe zakken in Manhattan, Florida en Texas. Christie leidde tot recent de Vereniging van Republikeinse Gouverneurs. Hij verzorgde de fondsverwerving voor Republikeinse kandidaten in publieke functies. Al doende bouwde hij ook een donorkring op voor zichzelf.

Scott Walker mist nog grote geldschieters, maar hij komt deze week naar Manhattan om vermogende bewonderaars te leren kennen. Hij heeft namelijk iets dat de anderen missen: bezieling voor het conservatieve voetvolk dat volgend jaar in voorverkiezingen de doorslag geeft. Ik heb Walker enkele jaren geleden getroffen op een conferentie van Amerikaanse conservatieven. Het viel me op hoe perfect hij in alle hokjes paste.

Hij is 47, uit het Midwesten en hij bedient het grootste deel van het Amerikaanse (fiscaal, sociaal en militair) conservatisme. Hij heeft als gouverneur van Wisconsin een reputatie opgebouwd door de macht van overheidsvakbonden te beperken. Walker werd in 2010 gekozen, maar vakbonden dienden een petitie in om een vervroegde verkiezing af te dwingen. Ze wilden hem afzetten. Walker won, hoewel vakbonden en Democraten alles in de strijd wierpen. In 2014 werd Walker normaal herkozen in een staat die traditioneel Democratisch stemt.

Voor conservatieven is hij een held, terwijl Bush 'oude koek' is en Christie een 'bullebak'. Geen van beiden spreekt tot de verbeelding. Het is niet verwonderlijk dat Walker na een optreden in buurstaat Iowa, waar volgend jaar de eerste krachtmeting tussen kandidaten plaatsvindt, op de radar verschijnt.

Geld is in Amerika goed, maar ook relatief. Obama moest het in 2008 opnemen tegen Clinton die een volle oorlogskas had. De Republikeinse senator John McCain werd in 2008 presidentskandidaat hoewel zijn campagnekas regelmatig leeg was. Volgend jaar staan de gebroeders Charles en David Koch, eigenaars van een groot consortium, klaar met bijna 900 miljoen dollar om een Republikein in het Witte Huis te krijgen. Walker prijkt prominent op hun lijstje.

Een probleem van deze gouverneurs is dat ze wereldberoemd zijn in hun staat, maar onbekend daarbuiten. Christie is met een 'handelsdelegatie' van New Jersey in Londen geweest. Walker deed hetzelfde, maar gaat ook naar Israël waarmee hij twee vliegen in een klap vangt: hij meet zich een 'internationaal profiel' aan met een onomwonden keuze voor Israël en doet meteen een beroep op Joodse donoren in de VS.

Walker is in drie bikkelharde verkiezingscampagnes flink doorgelicht. Er zullen niet snel lijken uit de kast vallen in de afdeling 'geld, drank en vrouwen'. Enig minpunt is dat hij zijn universitaire opleiding niet heeft afgemaakt. Maar Ronald Reagan en Harry Truman hadden ook geen diploma en werden toch historische presidenten. Ze waren geen intellectuelen, maar volkse 'gezond verstand politici'. In de Amerikaanse 'low information society' is een verkiezing niet zozeer een kennis- maar een karaktertest.

De voorverkiezingen volgend jaar zijn kort en krachtig. Scott Walker, onthoud de naam.

Derk Jan Eppink is senior fellow bij het London Policy Center in New York


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.