Verkeerde diagnosen en vreemd declaratiegedrag

Patiënten en collega's van Marion Blonk, interniste bij het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven, klagen over haar medische prestaties. En dan zijn er rare declaraties. Een collega maakt de zaak aanhangig en raakt zijn baan kwijt. Blonk mag blijven.

Het is 2001 als een cardioloog uit het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven op een zondagmiddag een opmerkelijk zinnetje sist naar een diabetespatiënte. De 41-jarige vrouw is met hartproblemen en misselijkheid op de eerste hulp beland. Haar hart klopt te snel, ze zweet, ze geeft voortdurend over en ze weet niet waar ze het zoeken moet van ellende.


Zodra de cardioloog hoort wie de interniste is van de patiënte, fluistert hij haar toe, zo zacht dat niemand van zijn collega's het kan horen. 'U moet weg bij die vrouw, direct.'


De patiënte en haar man kijken verbaasd op. Het is een tekst die ze niet uit de mond van een cardioloog verwachten. Het gaat over de arts die de vrouw al jaren behandelt: internist Marion Blonk.


Volgens echtgenoot Marius blijkt later dat Blonk jarenlang over het hoofd heeft gezien dat zijn vrouw een overactieve schildklier heeft: de ziekte van Graves. 'Mijn vrouw was bijna dood', zegt Marius. 'Die ziekte is met een eenvoudige test vast te stellen, maar de dokter had dit al die tijd niet gedaan. Bij al haar klachten zei de arts steeds dat het te maken had met haar diabetes. Ze zei: u moet zich niet zo opwinden. Mijn vrouw kreeg bètablokkers en daar bleef het bij.'


Doordat de ziekte zo lang niet is ontdekt, krijgt de vrouw ernstige oogproblemen. Ze moet acht keer worden geopereerd in het UMC Utrecht omdat haar oogdruk volgens Marius zo hoog wordt dat ze blind dreigt te worden. 'Ook de oogarts waarschuwde mijn vrouw expliciet dat ze niet moest doorgaan met deze internist.'


Ze dienen geen klacht in. 'Ik wilde niet zo snel klagen. Mijn vrouw zat nog steeds in hetzelfde ziekenhuis. We waren bang dat ze anders slechter geholpen zou worden.'


Maatschap

Het is maar een van de gevallen die internist Bert Bravenboer in de loop der tijd langs ziet komen. Hij werkt in het Catharina Ziekenhuis al jaren samen met Marion Blonk. Ze zitten in dezelfde maatschap - in totaal 22 man sterk - en daarbinnen hebben ze dezelfde specialisatie. Ze behandelen veel patiënten met diabetes.


Eind jaren negentig rijst bij Bravenboer voor het eerst het vermoeden dat er iets niet pluis is. 'Ik zag dat zij zich steeds meer terugtrok op een niche: de botontkalking. De rest van de soms ingewikkelde patiënten liet ze aan mij over.'


In het ziekenhuis leidt dat niet tot problemen: Blonk verdient geld voor de maatschap en er zijn niet veel patiënten die openlijk klagen. Maar Bravenboer, een gerenommeerd internist, ziet wel problemen. 'Er stapten veel ontevreden patiënten naar mij over.'


Langzaam begint het te knagen. Hij is opleider in het ziekenhuis - een prestigieuze functie waarbij hij artsen in opleiding begeleidt - en moet hard werken in combinatie met zijn spreekuren. 'Ik werkte tot 70 uur in de week. En intussen kreeg ik ook al die patiënten die ontevreden waren over haar behandeling.'


Hij maakt rare dingen mee. 'Een keer bezochten we samen een van haar patiënten met wie het mis was gegaan. Ik zal het nooit vergeten. Ik zei tegen de patiënt: dit is mevrouw Blonk, die kent u al. Maar de patiënt zei: ik heb die mevrouw nooit gezien.' Hij ligt er wakker van. 'Ik maakte me grote zorgen om de patiënten. De arts-assistenten moesten bovendien onder haar supervisie werken. Als opleider moest ik een voorbeeld zijn.'


Een schrijnend voorbeeld is diabetespatiënt Wim van Hommel (64). Hij is onder behandeling bij Blonk als zijn conditie eind jaren negentig steeds meer verslechtert. 'Blonk vertelde me steeds dat dit een indirect gevolg was van de diabetes', zegt hij. In het medisch dossier is volgens hem echter te zien dat twee keer een ernstig vitamine-B12-tekort is gemeten. Een tekort dat zenuwen en spieren kan aantasten. Maar Blonk lijkt de uitslag niet te hebben opgemerkt.


Ook als Van Hommel eind 2001 door zijn vrouw in een rolstoel de spreekkamer wordt binnengeduwd, lijkt Blonk niet bijzonder onder de indruk. 'Ze zei: dan zie ik u over vier maanden weer. Ik was verbijsterd. Mijn huisarts heeft daarna het ziekenhuis een brief gestuurd dat ik direct door andere specialisten moest worden onderzocht. Later zag ik in mijn dossier dat Blonk mijn klachten nooit heeft opgeschreven. Ze hield sowieso bijna niets bij. '


De patiënt, die inmiddels permanent in een rolstoel zit, voert al jaren een rechtszaak om schadevergoeding. 'Ik reken het Blonk niet persoonlijk aan. Naar mijn indruk deugt er iets niet in de organisatie van het hele ziekenhuis als zo'n labuitslag twee keer wordt gemist.'


Blonk zegt niet zelf te willen reageren op individuele patiënten en laat dit over aan haar advocaat Willemien Kastelein. 'Het is aangetoond dat mijn cliënt niet disfunctioneert', zegt Kastelein. 'Dat staat zwart op wit. Wat er aan de hand is, is dat mijn cliënt een heel moeizame relatie heeft met meneer Bravenboer. Hij heeft haar het leven buitengewoon moeilijk gemaakt.'


Declaraties

Er is nog iets anders wat Bravenboer ziet bij zijn collega: vreemd declaratiegedrag. Hij vraagt bij zijn vakvereniging na of het mag wat hij heeft gezien. Het antwoord is duidelijk: nee.


Er gaat lang overheen. In de loop der jaren komt in de media steeds meer aandacht voor fraude en medische missers door artsen. Zo is er de geruchtmakende affaire Jansen-Steur, waarbij andere artsen uit de maatschap jarenlang wisten van de falende specialist, maar uit angst zwegen. Een proces dat door de commissie-Lemstra de conspiracy of silence wordt genoemd.


In 2009 is Bravenboer zo wanhopig over de situatie dat hij besluit een collega in de maatschap aan te klampen. 'Ik vroeg of ik haar functioneren aan de kaak moest stellen. De collega zei: Bert, ik denk dat je het beter niet kunt doen, dat wordt niks. Je kunt beter wachten tot er een dode valt. Dan heb je tenminste iets in handen.'


Maar Bravenboer wil dat niet. Hij besluit zijn zorgen te delen met de hoogste baas: Piet Batenburg, bestuursvoorzitter van het Catharina Ziekenhuis. 'Hij was net aangetreden. Het leek me een betrouwbaar type.'


Als hij zijn kamer binnenstapt, zegt de bestuurder verheugd te zijn dat Bravenboer hem in vertrouwen neemt. 'Hij zei: ik ken de verhalen, ik heb al een dossier over haar liggen.'


De bestuursvoorzitter besluit in het geheim twintig door Bravenboer geselecteerde patiëntendossiers door te laten lichten onder leiding van hoogleraar Joost Hoekstra uit het AMC. Het verslag is vernietigend. 'Belangrijke diagnosen worden klinisch en poliklinisch gemist c.q. te laat gesteld', schrijven ze. Volgens hen komt dat doordat labuitslagen en medische gegevens niet goed worden geïnterpreteerd.


'De betreffende collega lijkt (te) snel te werken cq de omvang van de werkzaamheden niet goed aan te kunnen', aldus het verslag. Er zijn 'onvoldoende kwaliteit van statusvoering, te weinig en inhoudelijk onvoldoende patiëntencontacten, mogelijk insufficiënte supervisie en onvoldoende scherpte in diagnostiek en follow-up en medicatiebeleid'.


'De conclusie moet zijn dat disfunctioneren van de betreffende collega aannemelijk is', schrijven ze. Wel maken ze de kanttekening dat alleen een selectie is bekeken. 'Toch ontstaat, na grondige inspectie van de dossiers, een duidelijk beeld dat in de loop der jaren in de dossiers persisteert.'


De bestuursvoorzitter nodigt Bravenboer uit op zijn kamer. 'Ik weet nog hoe hij met dat rapport in zijn hand stond te zwaaien', zegt de arts. 'Hij zei: Bert, je hebt helemaal gelijk.'


Maar de bestuursvoorzitter realiseert zich ook dat het geheime rapport juridisch onbruikbaar is: er is zonder medeweten van patiënten in de dossiers gekeken. Ook is Blonk niet gehoord. Toch is hij niet ontmoedigd. 'We moeten de beerput boven water halen', mailt hij aan Bravenboer. En: 'Ongetwijfeld zal druk op jou komen staan, maar gewoon doorgaan met ademen. Vr. groet Piet.'


In 2009 kondigt hij bij de specialiste een nieuw onderzoek aan. 'Ze was ontdaan', zegt Batenburg. 'Ze bleef maar vragen: wie heeft dat gemeld? Maar ik zei: al leg je me op de pijnbank, ik zal de naam nooit bekendmaken.'


Een commissie onder leiding van hoogleraar Peter Speelman (AMC) concludeert een half jaar later dat ze valse declaraties heeft ingediend. Telefoongesprekken zijn onterecht geboekt als 'live' consult. Ook zijn extra inkomsten vergaard via patiënten met botbreuken. Al deze patiënten worden gescreend op botontkalking. Als ze dat niet hebben, wordt de uitslag verteld door een verpleegkundige. Toch krijgt iedereen een dbc alsof ze botontkalking hebben en door haar zijn gezien als specialist.


Bureau Ernst & Young becijfert dat in ruim een jaar tijd een ton te veel is gedeclareerd. Het Catharina Ziekenhuis betaalt daarvan 73.099 euro terug aan de zorgverzekeraars, de maatschap van Blonk neemt 28.918 euro voor haar rekening. Mogelijk is dit het topje van de ijsberg: de jaren voor 2009 zijn niet onderzocht.


Toch besluit het ziekenhuis Blonk niet te ontslaan; ze krijgt een waarschuwing. 'Ik heb mijn advocaat ernaar laten kijken. Die zei dat we niets in handen hadden voor een procedure bij het scheidsgerecht.'


Volgens de advocaat van Blonk berust alles op een misverstand. 'Mijn cliënte dacht dat dit was toegestaan. Daarin was zij beslist niet de enige. Wij hebben aanwijzingen dat dit op veel meer plekken gebeurt.'


In het rapport staat ook een andere, opvallende bevinding: hoewel de specialiste een excentrieke vrouw is die soms irritatie opwekt, is er geen sprake van medisch disfunctioneren. 'Ik was verrast', zegt bestuursvoorzitter Batenburg, die ineens met twee tegengestelde rapporten zit. 'Ik kreeg er een onaangenaam gevoel bij. Ik dacht: welk spel wordt hier gespeeld?'


Vrachten dossiers

In de maanden voor het onderzoek, ziet een secretaresse van het ziekenhuis, die anoniem wil blijven, iets opmerkelijks. Blonk laat karren- vrachten patiëntendossiers naar haar kamer brengen. 'Daar zat ze voortdurend aan te werken, ook in haar vakanties. De hele behandeltafel lag vol met dossiers en de grond lag vol met papieren. Tussendoor was nog een paadje waar we konden lopen. Als haar secretaresse dossiers nodig had voor haar spreekuur, was ze uren bezig met zoeken in de stapels.' Uit een e-mail die in het bezit is van de Volkskrant blijkt ook dat een arts het bestuur waarschuwt voor het aanpassen van dossiers.


Bestuursvoorzitter Batenburg zegt dat hij de onderzoekers hierop heeft gewezen. Maar commissielid en internist Rik Heijligenberg bestrijdt dit en is gepikeerd dat hij nooit is geïnformeerd: 'We weten zeker dat hij hier niets van heeft gezegd. Dan had ik me dat zeker herinnerd. Het is nogal bijzonder.'


De advocaat van Blonk ontkent in alle toonaarden dat dossiers zijn aangepast. 'Ik vind het bijzonder als mensen met dit soort ongefundeerde beschuldigingen komen.'


Artsen in de maatschap weten officieel dan nog niet wie de klokkenluider is. Maar aan de stoelpoten van Bravenboer wordt gezaagd.


Wijnproeverij

Als voorzitter Henk Smeets de artsen van de maatschap uitnodigt voor een wijnproeverij bij hem thuis, legt iemand volgens Bravenboer een briefje in alle postvakjes van de artsen: 'Henk, ik vind dit ongepast en onverstandig. Als voorzitter van de maatschap heb je wat beters te doen, bijvoorbeeld de matennaaierij van Bravenboer aanpakken. Jan.'


De klokkenluider voelt zich steeds eenzamer. 'Ik dacht altijd dat ik onaantastbaar was omdat ik mijn werk goed deed. Ik dacht: als ik nou maar hard werk en veel patiënten zie, dan blijf ik wel overeind in de strijd. Maar als eenling ben je machteloos.'


Bravenboer wil niet dat Blonk zijn patiënten overneemt in vakanties; hij is bang dat ze fouten maakt. De organisatieadviseur die is ingeschakeld, legt dit uit als onwil om samen te werken. Begin 2012 concludeert hij dat er eigenlijk maar één oplossing is: beide specialisten moeten weg.


De consultant ziet ook 'dat andere specialisten mevrouw Blonk uit de wind willen houden en haar niet de interne praktijk in volle omvang laten uitoefenen. Dat is een indicatie dat men toch niet zeker is van haar professioneel functioneren'.


Bestuurder Batenburg zegt in de zomer de toelatingsovereenkomst met beiden op. Hun onvermogen om samen te werken is het belangrijkste argument. 'Daarna liet hij me vallen', zegt Bravenboer. 'Hij heeft zonder mijn medeweten de maatschap verteld dat ik de klokkenluider was. Terwijl hij altijd beloofde te zwijgen.'


Bravenboer vecht zijn ontslag aan, tevergeefs. Sinds januari staat hij op straat. 'Over zijn individuele kwaliteiten ging dit niet', zegt de bestuursvoorzitter. 'Als arts is hij een 10. Een direct familielid was bij hem onder behandeling.'


Het is juist Blonk die erin slaagt alles terug te draaien. Zij kan blijven werken. Wel heeft het ziekenhuis haar met het oog op de patiëntveiligheid verboden diensten te draaien en arts-assistenten te begeleiden. Een belangrijk argument waardoor Blonk mag blijven, is dat Bravenboer inmiddels definitief is verwijderd uit het ziekenhuis. Het bestuur had haar verweten niet met hem te kunnen samenwerken. Maar nu hij er niet meer is, is dat probleem uit de wereld. Haar advocaat: 'Aan haar integriteit wordt niet getwijfeld.'


------------------------------------------


'Maatschap bedreigt patiëntveiligheid'


De structuur van artsen die in maatschappen werken, is een bedreiging voor de veiligheid van patiënten. Dat zegt Jan Klein, hoogleraar patiëntveiligheid van het Erasmus MC. 'Omdat artsen in een maatschap van elkaar afhankelijk zijn, is de neiging om elkaars misstanden toe te dekken groot. Openheid over fouten van je maten kan ertoe leiden dat de winkel minder goed draait.'


Zo keken bij de affaire rond neuroloog Jansen-Steur collega's uit de maatschap weg voor fouten. Ook de onveilige situatie in het Ruwaard van Putten Ziekenhuis kon lang voortsudderen doordat de maatschap er belang bij had misstanden toe te dekken.


In veel zaken van medisch disfunctioneren speelt de zwijgcultuur in de maatschap een rol, zegt Klein. 'Is er één iemand die wel probeert zaken bespreekbaar te maken, dan ontstaat er soms een groepsdynamiek waarin de klokkenluider uiteindelijk geïsoleerd komt te staan. In deze casus van het Catharina Ziekenhuis is dat mogelijk ook het geval.'


Hoogleraar Jan Verhaar, voorzitter van de Nederlandse Orthopedische Vereniging, bepleitte deze week daarom dat de hele maatschap collectief aansprakelijkheid zou moeten dragen voor missers. 'Niemand weet zo veel over het functioneren van een arts als zijn maten. Een raad van bestuur of andere collega's in het ziekenhuis hebben daar nauwelijks zicht op. Daarom zeg ik: maak de hele maatschap verantwoordelijk voor disfunctioneren. Want zodra zwijgen over een misstand mij mijn eigen hachje kost, is de kans groot dat ik collega-artsen wél aanspreek.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden