VERKASSEN VOOR DE SLOOP (Gerectificeerd)

Goedkope huurwoningen worden snel schaarser. Veel corporaties zien alleen brood in betere -en dus duurdere -huizen. Dat brengt de lage inkomens in de problemen....

'Wij zijn sloopnomaden', zegt Henk Schrauwen uit Roosendaal. 'De goedkope huizen sterven uit, en we kunnen weinig anders dan van de ene ruïne naar de andere verkassen.'

Schrauwen (47) en zijn vrouw Frieda (42) zijn arbeidsongeschikt. Hij heeft dystrofie in zijn handen (bij inspanning zwellen ze op), zij reuma. Ze wonen in de wijk De Kroeven, een volksbuurt in Roosendaal-Zuid, waar 224 eensgezinswoningen staan. Een groot deel daarvan moet tegen de vlakte, vindt woningcorporatie Aramis, om ouderenwoningen en duurdere huizen neer te zetten.

Het huis van de Schrauwens staat op de nominatie om gesloopt te worden, vertelt Henk. 'Dat is vreselijk. We betalen nu 430 euro huur, voor een prima eensgezinswoning. Vier slaapkamers, een tuintje en een ruime woonkamer. Die huizen bestaan in Roosendaal nauwelijks meer. In feite kunnen we alleen verhuizen naar de volgende wijk die op de slooplijst staat. Alleen daar vind je nog een redelijk betaalbaar huis.'

Het verhaal van het echtpaar Schrauwen staat niet op zich. In heel Nederland daalt het aantal betaalbare huurwoningen snel. Tussen 2002 en 2004 verdwenen ruim 35 duizend woningen met een huur onder de 326 euro per maand, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant onder grote woningcorporaties. In twee jaar tijd is het aanbod van goedkope woningen met 8,3 procent gedaald naar 394 duizend woningen.

De goedkope huurwoningen worden gesloopt, verkocht of gerenoveerd. Of de huur wordt flink verhoogd zodra de woning vrijkomt. Allemaal voor de goede zaak. Slechte wijken moeten immers worden opgeknapt, het eigen woningbezit gestimuleerd, de middenklasse bediend. Mensen met een laag inkomen zijn de dupe. Door de recessie neemt hun aantal weer toe. Zo is het aantal bijstandsgerechtigden voor het eerst sinds jaren weer opgelopen; naar 327 duizend.

Wachtlijsten 'Voor starters met een smalle beurs is het verschrikkelijk lastig om een geschikte huurwoning te vinden', zegt voorzitter Tof Thissen van Divosa, de koepel van sociale diensten. 'Dure woningen zijn onbetaalbaar, voor de goedkope huizen bestaan lange wachtlijsten.' De Woonbond, de belangenvereniging van huurders, waarschuwt al langer voor de afname van goedkope woningen. '83 Procent van de huurders heeft een inkomen van anderhalf keer modaal (45 duizend bruto per jaar, red.), zij kunnen een enorme sprong in de woonlasten niet dragen', zegt woordvoerder Hans Roseboom. Huursubsidie vangt de huurstijging slechts deels op.

Huurders in De Kroeven ondervinden het probleem aan den lijve. 'Dit is de pijn van de lagere sociale klassen', zegt Henk Schrauwen, die zich opwerpt als spreekbuis van de bewoners. 'Dit is ons huis. Die paar muren en een tuintje. Meer hebben we niet, en dat geldt voor de meeste mensen in dit buurtje. Ik ben hier gelukkig en huur een huis dat met een likje verf nog dertig jaar meekan. Nu zou ik weg moeten, omdat er rijkere mensen in de buurt nodig zouden zijn. Wat heeft dat nou met sociale woningbouw te maken?'

Peter Boerenfijn, directeur van Aedes, de brancheorganisatie van woningcorporaties, kent de verhalen. 'Natuurlijk doet het pijn als je huis wordt gesloopt, maar soms is dat voor de buurt het beste. Dan zie je natuurlijk liever dat de flat van je buurman wordt gesloopt. '

Boerenfijn wil zich niet blindstaren op de statistieken over de afname van goedkope huurwoningen. 'De sector hangt van cijferfetisjisme aan elkaar. Ik krijg elke dag wel tien statistieken onder ogen, die van alles zouden aantonen. Neem Amsterdam. Dat is een rijke stad, weet iedereen. Toch heeft meer dan de helft van de huurwoningen een lage huur. Dat moet toch voldoende zijn om de kwetsbare groepen te huisvesten?'

Bovendien, zegt Boerenfijn, moeten woningcorporaties zich niet te veel laten leiden door de waan van de dag. 'Wij bouwen huizen en complexen die tientallen jaren meegaan. De koopkracht zit nu even tegen, maar op de lange termijn is er vooral vraag naar kwaliteit. En dat kost enorm veel geld.' Volgens Boerenfijn legt een sociale verhuurder in totaal circa een ton bij op een goedkope huurwoning (met een huur tot 326 euro), en maar de helft op een huurwoning van 500 euro per maand.

Die getallen kunnen kloppen. Bouwen is al duur en wordt door de schaarse grond, de gestegen bouwkosten en de talrijke gemeentelijke heffingen steeds duurder. Toch bouwen enkele middelgrote corporaties goedkope huurwoningen bij. Omdat zij vinden dat dat moet, en omdat de bevolkingssamenstelling in hun regio daar om vraagt.

Zo bouwde Woonstichting Hertog Hendrik van Lotharingen tussen 2002 en 2004 in totaal 690 goedkope huurwoningen in de regio Eindhoven. Daarmee is de stichting de grootste 'bijbouwer' onder de sociale verhuurders. Dat is geen toeval, zegt directeur Marc Eggermont. 'Wij bouwen duur, maar verhuren goedkoop. Er moet voor goedkope woningen substantieel geld bij. Daar zijn we voor. We hebben de taak te bouwen voor de mensen die bij commerciële woningverhuurders niet aan de bak komen.'

Bestuurder Henk Deinum van Corporatieholding Friesland - met een aanwas van 666 goedkope huurwoningen de tweede huisvester die werk maakt van het bouwen voor zwakke groepen - denkt dat financieel conservatisme zijn collega's parten speelt. 'Het is bij ons bewust beleid woningen te verkopen en de boekwinst te gebruiken om goedkope woningen terug te bouwen.'

Dus bouwt de Friese corporatievolop, zelfs als dat tot scheve ogen lijdt bij de rekenaars. 'We teren in op ons vermogen. Mijn financiële mensen waarschuwen geregeld dat de reserves afnemen. Maar dat zien we dan wel weer. Ik ben er toch om woningen te bouwen?'

Maar de Friezen en Eindhovenaren staan alleen. Bij vrijwel alle andere woningcorporaties verdwijnen de goedkope huurwoningen in rap tempo. De Alliantie, met woningen in Amsterdam, Almere en Amersfoort, was tussen 2002 en 2004 de corporatie die de meeste goedkope huurwoningen liet verdwijnen. In twee jaar tijd sneuvelden er ruim 3500 (ruim 15 procent van het totaal aantal woningen met een huur onder de 326 euro).

'Het verdwijnen van goedkope woningen is geen bewust beleid, maar wel de uitkomst van beleid', zegt Maarten Pel, beleidsadviseur van de Alliantie. 'We investeren, renoveren en verkopen veel. Zo daalt het bestand goedkope woningen. We bouwen wel nieuwe woningen bij, maar het is onhaalbaar woningen te bouwen en die voor minder dan 326 euro per maand te verhuren. De grondprijzen en de bouwkosten maken dat niet mogelijk. En dus ontstaat een automatische verschuiving naar het duurdere segment.'

Toch erkent Pel het probleem. 'We bouwen voor de toekomst en hebben dus veel belang bij goede woningen. De nadruk op kwaliteit gaat op den duur ten koste van de betaalbaarheid.' De bewoners moeten de hoge huren opbrengen. 'Ruim 80 procent van onze voorraad komt in aanmerking voor huursubsidie', zegt Pel. Ook daar zit een probleem. 'Huurders en kopers zijn steeds meer afhankelijk van huursubsidie en hypotheekrente-aftrek. Dat vraagstuk kunnen corporaties niet alleen oplossen.'

Zo schuift iedereen de verantwoordelijkheid door. Vrijwel niemand heeft een antwoord op de vraag wat te doen aan de snelle teruggang van het aantal goedkope huurwoningen en de gelijktijdige daling van het besteedbaar inkomen van veel huurders. Verder lijkt niemand zich druk te maken over de vraag of maximaal 326 euro huur wel echt goedkoop is. Veel corporaties beschouwen huren tot een niveau van 460 euro - duizend oude Nederlandse guldens - als betaalb aar.

Overboord Het ministerie van VROM bepaalde vroeger in grote lijnen wat er waar gebouwd moest worden, wat het mocht kosten, en hoe de huursubsidie werd ingezet om huurders met een laag inkomen uit de wind te houden.

Met de verzelfstandiging van de corporaties in 1993 werd de rol van het ministerie als het planbureau van de volkshuisvesting overboord gezet. De volkshuisvesting was niet langer een taak van de centrale overheid.

Het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) controleert of de sociale verhuurders netjes met hun geld omgaan. In eerste instantie keek de overheid of de corporaties niet te veel goedkope woningen gingen bouwen, waardoor ze in geldnood zouden kunnen raken. De laatste jaren botst het CFV juist met de sector, omdat de toezichthouder vindt dat de corporaties te rijk zijn en te weinig doen aan het bouwen van betaalbare woningen.

'Wij bemoeien ons eigenlijk niet met toezicht op de inhoudelijke prestaties van de volkshuisvesting', zegt CFV-directeur Jan van der Moolen. 'Formeel mogen wij alleen iets zeggen over hoe de sector met zijn geld omgaat. Het ministerie van VROM moet in de gaten houden of de landelijke woningvoorraad nog aansluit bij de wensen en mogelijkheden van de burgers.'

En dat toezicht heeft weinig prioriteit, zegt Van der Moolen. 'Er worden wel allerlei getallen verzameld, maar de volkshuisvesting wordt aan lokale partijen overgelaten. Terwijl die soms best zouden mogen nadenken over het uitstellen van de sloop van huizen.'

Duurder De vraag blijft, zegt Van der Moolen, hoe je de onderkant betrokken houdt bij de samenleving. 'Het is in de volkshuisvesting soms net als in de jeugdzorg. Op papier klopt alles en bouwt en woont iedereen naar tevredenheid. Maar in werkelijkheid kan het zomaar enorm misgaan. Dan is het operatie geslaagd, patiënt overleden.'

Het ministerie van VROM gaat er vooralsnog van uit dat er juist behoefte is aan meer (middel) dure huurwoningen. 'Uit onze cijfers blijkt dat er een overschot aan goedkope woningen is', zegt een woordvoerder. 'En dat er duurder gebouwd moet worden, zodat mensen kunnen verhuizen naar een betere woning en hun goedkope huis vrijkomt. Verder is het aan lokale partijen om hierover goede afspraken te maken. Daar bemoeien wij ons niet mee.'

PvdA-kamerlid Staf Depla, aanjager van een onderzoek van de Tweede Kamer naar het functioneren van woningcorporaties, denkt dat het ministerie en de sector bezig zijn met de vorige oorlog. 'VROM werkt nog met prognoses die dateren uit de gouden jaren. Toen groeiden de bomen ook in de volkshuisvesting tot in de hemel, en rekende iedereen op een duur koophuis. Dat staat mijlenver af van de realiteit van vandaag.'

'We ontkennen met z'n allen dat er een inkomensprobleem is voor veel huurders, en dat we het erger maken door de goedkope woningvoorraad te ontmantelen. Je kunt wel enorm hoge eisen stellen aan wonen, maar als de inkomens niet meestijgen, heb je een acuut probleem. Want voor iemand met een uitkering is een kale huur van 450 euro enorm. Dat de corporatie dat een betaalbare huur vindt, doet daar niets aan af.'

Depla acht het onmogelijk dat woningcorporaties zelf het tij keren. 'Ik heb het vertrouwen in zelfregulering opgegeven. Ook het openbaar maken van de gegevens van corporaties lost weinig op. Want we zien dit al jaren, roepen al jaren ach en wee, en zijn niet in staat dat te veranderen.'

Het echtpaar Schrauwen uit Roosendaal heeft een laatste oplossing: verzet. 'De politiek heeft nauwelijks belangstelling. En dus moeten we het bewonersverzet zelf organiseren. We zijn al een jaar bijna elke dag aan het knokken voor ons wijkje. Weet u, we zijn zo'n beetje de enige redelijk opgeleide mensen in deze buurt. Al die oudjes en allochtonen begrijpen nauwelijks waar het over gaat', zegt Henk Schrauwen.

Maar gemakkelijk is het niet. 'Want ook wij worden emotioneel als we steeds ons bestaan en ons plekkie moeten verdedigen. En daar kunnen de ambtenaren en corporatiemensen niet mee omgaan. We willen het zakelijk houden, zeggen ze dan. Terwijl er weinig dingen zo emotioneel zijn als een woning. Zeker als je bijna niets anders hebt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden