Verjaring mag moordenaar niet redden

Met het geavanceerde DNA-onderzoek naar sporen van de dader neemt de kans toe dat oude moordzaken worden opgelost, stelt Boris Dittrich....

EEN moord, die na achttien jaar nog niet is opgelost, verjaart. Wordt de moordenaar daarna alsnog gepakt, dan kan hij niet meer worden vervolgd. Het strafrecht is uitgewerkt. Waarom trekt de wet zo'n rigoureuze streep?

Eind negentiende eeuw is de verjaringstermijn in de wet opgenomen. Regering en parlement gingen er toen vanuit dat een moordzaak die na achttien jaar nog niet is opgelost, bijna nooit meer zou worden opgehelderd. In die tijd waren verklaringen van getuigen de belangrijkste middelen om een moord te bewijzen.

Terecht ging de wetgever er ook in die eeuw vanuit dat de herinnering van getuigen na achttien jaar zo misvormd zou zijn dat eventuele nieuwe verklaringen als onbetrouwbaar terzijde zouden moeten worden geschoven. De bureaucratie had er belang bij dat er op een gegeven moment een streep onder de zaak wordt gezet, zodat men daarna weer met een schone lei kan beginnen. Geen principiële, maar voor die tijd wel een begrijpelijke keuze.

Inmiddels is de opsporingstechniek enorm vooruitgegaan. De ontwikkeling van DNA-onderzoek heeft voor een revolutie in het strafrecht gezorgd. Vaak worden op de plaats waar het misdrijf is gepleegd, dadersporen aangetroffen, zoals een haar, wat speeksel aan een sigarettenpeuk, een bloeddruppeltje of sperma. Ieder mens heeft uniek DNA-materiaal, net zoals iedereen een unieke vingerafdruk heeft. Wordt op een slachtoffer een daderspoor aangetroffen, dan kan daar tegenwoordig de DNA-code uit worden gedestilleerd. De code kan in de computer worden ingevoerd en vergeleken worden met al opgenomen codes, afkomstig van veroordeelde misdadigers.

Veel misdrijven kunnen zo worden opgelost. In het Verenigd Koninkrijk zijn hier geweldige resultaten mee behaald. Met het geavanceerde onderzoek naar DNA-dadersporen neemt de kans toe dat oude moordzaken, waar DNA-materiaal is aangetroffen op de plaats van het misdrijf, kunnen worden opgelost. Gaat de politie tot verhoor van de verdachte over, dan heeft men in elk geval hard bewijs in handen dat de verdachte op de plaats van het misdrijf is geweest.

Het opsporingsonderzoek kan zich vervolgens alleen op deze verdachte richten. Dat biedt perspectief voor het vinden van aanvullend bewijs. Aan de verdachte is het om met een aannemelijke verklaring te komen, hoe het komt dat zijn DNA-materiaal op de plaats van het misdrijf is aangetroffen. Bekent de verdachte, dat hij het slachtoffer om het leven heeft gebracht, dan is het wel uitermate pijnlijk dat hij niet meer vervolgd kan worden. Hij gaat vrijuit, omdat de wet uit de negentiende eeuw geregeld heeft dat moord na achttien jaar verjaart. Ik geloof niet dat veel nabestaanden in de 21ste eeuw daar begrip voor kunnen opbrengen.

In Nederland is de justitiële aandacht voor onopgeloste moordzaken na verloop van jaren niet groot meer. Veel van deze dossiers eindigen uiteindelijk in een gammele archiefkast. Rechercheurs komen en gaan, en met hen verdwijnt de specifieke kennis van de inhoud van de zaak. Nieuwe rechercheurs kennen de achtergronden vaak niet meer. Door verhuizingen en verbouwingen van politiebureaus kunnen delen van het dossier zoek raken. Tegen de tijd dat de klok onverbiddelijk richting achttien jaar gaat, is er praktisch niemand meer die zich vanuit politie en justitie om de verdere afwikkeling van de zaak bekommert, terwijl de nabestaanden vaak niet eens weten dat de zaak verjaart.

Ik vind dat hier verandering in moet komen. Per slot van rekening is iemand van het leven beroofd. Daar mag de samenleving zich niet bij neerleggen. Daarom doet D66 twee voorstellen.

Ten eerste moet er een centrale landelijke archivering komt van onopgeloste moordzaken, waarin al jarenlang geen concrete onderzoekshandelingen zijn verricht. Net als in de VS zou een 'cold cases squad' moeten worden opgezet. Een aantal rechercheurs, gespecialiseerd in moordonderzoek, zou de oude, onopgeloste zaken tijdig opnieuw tegen het licht kunnen houden. Zijn er dadersporen veiliggesteld? Kan het DNA vergeleken worden met DNA-codes in de databank? Kan het publiek ingeschakeld worden bij de oplossing van deze oude zaken? In Miami, Florida heeft het speciale politieteam dankzij gebruik van DNA-onderzoek tientallen zaken uit de jaren zeventig opgelost.

Ten tweede vindt D66 dat de revolutie, die DNA-onderzoek in het strafrecht te weeg heeft gebracht, moet leiden tot aanpassing van de wet. De verjaringstermijn voor moordzaken dient te worden geschrapt. Dat is in andere Europese landen als Denemarken, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk inmiddels al gebeurd.

Wat is in deze tijd nog de rechtvaardiging om nabestaanden met een levenslang verdriet te laten zitten, terwijl de moordenaar na achttien jaar vrijuit gaat? De essentie van het strafrecht is immers het vinden van de waarheid. Die zoektocht hoort geen grenzen te kennen, ook niet na achttien jaar en zeker niet, nu DNA nieuwe mogelijkheden biedt om zaken op te lossen.

Met de waarheid hoort men altijd overal te komen, ook in de gevangenis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden