VERHUIZEN

IN BONN gaan deze week de lichten uit. Een woordvoerster zal nog een laatste 'Bundespressekonferenz' houden. Maar de inventaris van de Bondsdag is de afgelopen weken al in 24 goederentreinen naar Berlijn gebracht....

Philippe Remarque

Bij de laatste kabinetszitting in Bonn, de 2291ste sinds Adenauer in 1949 begon, nam staatsecretaris Naumann van Cultuur foto's met een zakcamera. Maar dat was zo'n beetje het enige teken dat het hier een historisch moment betrof.

Dat heeft alles te maken met het enthousiasme van de nieuwe generatie leiders voor Berlijn. Het is aanlokkelijk te regeren vanuit een echte hoofdstad, met brede boulevards en machtige paleizen, en dan nog een land dat na oorlog en deling weer zijn eigen weg mag zoeken. Schröder heeft, sinds hij aan de macht is, niet eens geprobeerd te verbergen dat hij graag uit Bonn vertrekt. Bij een van de afscheidsfeesten op straat kwam het hem op een fluitconcert van de Bonner burgers te staan.

'Of het regent, of de luiken zijn omlaag. In feite gebeurt beide meestal tegelijkertijd', is een van de hatelijke beschrijvingen die John Le Carré heeft gegeven van Bonn, waar hij als diplomaat werkte. De provisorische hoofdstad van West-Duitsland is altijd een gat gebleven. Diplomaten vertrekken deze herfst opgelucht naar Berlijn, waar ze niet geduldig hoeven te wachten op een interessant concert.

Bonn was een onwaarschijnlijke keuze, toen de eerste na-oorlogse bestuurders van West-Duitsland een tijdelijke hoofdstad moesten vinden. Frankfurt was veel logischer geweest en was het ook bijna geworden. Maar Adenauer wilde Duitsland aan het Westen binden en vond de nabijheid van de Franse grens belangrijk. Bovendien woonde hij zelf vlakbij, aan de overkant van de Rijn.

In die begintijd was er in de kleine universiteitsstad helemaal geen plaats voor een regering. De politici waren aangewezen op het natuurhistorisch museum (waar die eerste kabinetszitting plaatsvond) en de pedagogische academie. Een van de ministeries zetelde in een treinwagon, op een verlaten perron van het stationnetje. In de loop van de decennia kregen de aambtenaren natuurlijk aangename gebouwen, want vanuit deze kleine stad werd wel een economische grootmacht bestuurd. Maar het vriendelijke en bescheiden karakter van Bonn bleef de politiek kleuren.

Die bescheidenheid, zo klinkt door in alle afscheidswoorden die deze zomer aan Bonn worden gericht, was nu juist wat Duitsland nodig had. Na de grootheidswaan van keizer en Führer, die de wereld in brand had gezet, moest hier een ander soort Duitsland ontstaan: open, democratisch en vriendelijk voor de buurlanden. De opgave was enorm, de scepsis groot. Dat de wedergeboorte is geslaagd, is ook de verdienste van Bonn. Een dergelijke weinig pretentieuze omgeving had de Duitse politiek nog nooit gekend. De rust en het open karakter van het Rijnland leende zich niet voor schrille tonen, voor het extremisme dat de eerste Duitse democratie om zeep had geholpen.

'Bonn zal bij de toekomstige generaties in herinnering blijven als de wieg van de tweede Duitse democratie, van de meest vrije, humane en sociale staat die ooit op Duitse bodem heeft bestaan', zei Helmut Kohl bij het debat dat de Bondsdag in juli aan zijn eigen vertrek uit Bonn wijdde. Hij werd er gevierd als de 'belichaming van de Bonnner Republik'.

Het was een dag vol nostalgie over het 'gouden tijdperk' dat de Duitsers hebben beleefd, de 'beste vijftig jaar van Duitsland', zoals een van de sprekers het noemde. 'Ik neem met tranen afscheid van deze stad. Bonn staat voor de democratische wederopbouw en de terugkeer van de Duitsers in de waardengemeenschap van het Westen', zei de fractieleider van de Beierse CSU.

Al die mooie woorden wekken de schijn dat de gelukkige dagen voor Duitsland voorbij zijn, nu de politici Bonn de rug toekeren. In alle afscheidsredes klonk de oproep, de verworvenheden van Bonn mee te nemen naar Berlijn. 'We moeten de geest van bescheidenheid en hulpvaardigheid bewaren', zei Kohl. 'We moeten voor alles de verleiding weerstaan onze gegroeide invloed zelfgenoegzaam ten toon te spreiden.' We mogen niet eens spreken van een 'Berliner Republik' die nu zou ontstaan. 'We gaan naar Berlijn, maar niet naar een andere republiek.'

Deze vaak herhaalde woorden beginnen te klinken als een bezweringsformule. De angst dat de verhuizing naar Berlijn het land zal veranderen is kennelijk groot. Omdat Berlijn een belast verleden heeft als hoofdstad van het Pruisische imperialisme en Hitlers Duizendjarige Rijk. Maar ook omdat Berlijn in het nog steeds troosteloze Oost-Duitsland ligt. De landspolitiek wordt er meer geconfronteerd met werkloosheid en rechts-extremisme dan in het comfortabele Bonn. En tenslotte omdat er nu voor het eerst een generatie leiders aan de macht is, die de oorlog niet bewust heeft meegemaakt. Als om dit te onderstrepen moesten Schröder en zijn ministers ook nog eens leiding geven aan de eerste Duitse oorlogshandelingen sinds 1945.

Het democratische Duitsland is volwassen aan het worden. De republiek verlaat met Bonn het huis waar zij gelukkig en beschermd groot is geworden. Zoals iedereen weet die ooit het ouderlijk huis verliet, is dat een moment van nostalgie en vage angst voor de toekomst. Maar ook van opwinding over het nieuwe. Daarom is het enthousiasme van Schröder over Berlijn net zo op zijn plaats als de weemoed en bezorgdheid van Kohl.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden