Verhoor

Dichter bij Joran kunnen we niet komen. In het laatste filmpje dat van hem opdook, wordt hij naar zijn cel gebracht in de beruchte Castro Castro gevangenis....

Een blik door zijn kleding heen: dat was het enige dat nog ontbrak in de uitgebreide serie Joran-filmpjes. We zagen hem al een verklaring afleggen over Natalee Holloway tegen een ‘vriend’ in een auto. Een casino verlaten met een Peruaans meisje dat later vermoord bleek. Stuntelend met twee kopjes koffie een alibi creëren. In kogelvrij vest meegevoerd worden door agenten.

Zet alle undercover-, beveiligings- en nieuwsbeelden achter elkaar en je hebt een vergezochte aflevering van Law and Order, CSI of, zoals vaak wordt verzucht, ‘een Hollywoodfilm’. Tenminste, dat lijkt zo. Automatisch ga je dat gezicht van Joran scannen. Wanneer gaat hij de waarheid weggeven? Wanneer breekt hij? Waar blijft de kloppende ader, de trillende neusvleugel die het hele verhaal vertelt?

Want zo hoort het – in een onbewaakt moment valt het masker. In misdaadseries en -films gebeurt dat vaak in ‘de verhoorscène’. Acteurs die liegende verdachten spelen moeten vaak iéts laten zien. Een glimlach is vals. Antwoorden zijn te gedetailleerd. Een zenuwtrekje valt niet meer onder controle te houden – iets dat inspecteur Robert Goren in Law and Order: Criminal Intent voor de lakse of beginnende kijker vaak ook nog eens benoemt. Want die puzzelt mee, als een amateurdetective.

Nog memorabeler zijn de scènes waarin de hoofdpersonen echt aan elkaar zijn gewaagd. Als een ondervraging ontaardt in psychologisch getreiter. Dan wordt het een pas de deux op de vierkante meter. FBI-agente Clarice versus psychopaat Hannibal in Silence of the Lambs. Batman versus The Joker in The Dark Knight. Schrijfster Catherine Tramell versus detective Nick Curran in Basic Instinct – al is die laatste misschien eerder onvergetelijk om een heel andere reden.

Geromantiseerd? Het hoeft niet. In een documentaire van John van den Heuvel dook twee weken geleden beeld op van het verhoor van Ferdi E., de ontvoerder van Gerrit Jan Heijn. Die ontkende, maar raakte zichtbaar verstrikt in zijn eigen leugens. Twee agenten dreven hem à la good-cop-bad-cop verder in het nauw. Vervolgens vroeg hij wat te roken en na een paar keer diep inhaleren vertelde hij waar hij het lichaam verborgen had. Klassiek, en heel bevredigend.

Het versterkt het idee dat beeld – en zeker authentieke beeld, opgenomen zonder dat de verdachte zich ervan bewust is – niet liegt, maar de leugen ontmaskert. Altijd. Misschien niet (direct) voor de betrokkenen, maar wel voor de toeschouwer.

Maar Joran verraadt niets. Omdat hij een berekenende psychopaat is, aldus velen. Omdat hij gemanipuleerd wordt, zegt hij zelf. Hoe dan ook: hoe meer beeld er is en hoe meer hij bekent, hoe ongrijpbaarder hij lijkt te worden.

Het maakt beeld met hem verslavend, en tegelijkertijd ongeschikt voor echte Hollywoodfilms of misdaadseries. Niet omdat een eenduidig einde ontbreekt, maar omdat we op zijn minst het gevoel willen hebben dat we zelf hebben gezien hoe het echt zit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden