'Verhoog loon in bloeiende sector'

Een grotere tweedeling in de maatschappij, dat offer is nodig om uit de crisis te komen, zegt de hoogleraar.

De lonen moeten omhoog. Wil Nederland uit de wurggreep van lage consumptie en lage groei raken, dan moeten werknemers in productieve sectoren meer verdienen. 'Nederland moet zich eindelijk ontworstelen aan het syndroom van het Akkoord van Wassenaar'.


Dit zegt Arnoud Boot, hoogleraar financiële markten aan de Universiteit van Amsterdam. 'Sinds dat akkoord hebben we een collectief visioen in ons hoofd dat beperkte loonstijging hét model voor economische groei is. Dat is raar, want het was de oplossing voor de jaren tachtig, niet voor onze tijd.'


Als antwoord op de toenmalige massawerkloosheid sloten werkgevers en vakbonden eind 1982 het Akkoord van Wassenaar, met het beroemde medicijn van beperkte loonstijgingen in ruil voor arbeidstijdverkorting. Ook daarna bleef loonmatiging het devies. In 2014 zullen de reële lonen - de lonen gecorrigeerd voor inflatie - naar verwachting voor het vijfde achtereenvolgende jaar dalen, voorspelt het Centraal Planbureau.


Dat terwijl het grote probleem voor de Nederlandse economie is dat de consumptie onder druk staat. Boot pleit net als enkele andere economen voor loondifferentiatie: niet langer iedereen nagenoeg dezelfde (geringe) loonstijging geven, maar veel meer onderscheid maken naar productiviteit. Door werknemers in productieve bedrijfstakken - denk aan technologiebedrijven als ASML en Philips of voedselbedrijven als Unilever - hogere salarissen te geven, krijgt de koopkracht van veel Nederlanders een impuls, wat doorwerkt naar de hele economie, denkt Boot.


Dalende of achterblijvende reële lonen zijn deels een wereldwijd fenomeen, zegt Boot. Bedrijven maken steeds meer winst, maar dat vertaalt zich niet in navenante loonstijgingen. 'In de jaren tachtig waren de lage bedrijfswinsten het probleem, nu is dat het gebrek aan differentiatie in lonen. Voor de crisis resulteerden de lage lonen in een volslagen overspannen arbeidsmarkt. Op vacatures in de krant kwam nauwelijks een reactie, omdat de lonen te laag waren.


'Nu zitten we door de crisis in een nog moeilijker situatie. Die vereist dat we in productieve sectoren de lonen verhogen. Dat brengt meer koopkracht en bestedingen, maar ook een beter werkende arbeidsmarkt. Loonverschillen zijn een belangrijk instrument om mensen te laten kiezen voor sectoren die goed draaien.'


Een veelgehoord argument is dat loonmatiging noodzakelijk zou zijn om onze concurrentiepositie als exportland te behouden.

'Dat argument klopt maar ten dele. In de hoogwaardige technologie, waar bedrijven meer toegevoegde waarde leveren, is loonmatiging een verkeerde invalshoek. Hoe ga je als land vooruit? Wanneer je bevolking mee kan profiteren van je hoogwaardige exportpakket. Dat betekent dus niet alleen hogere winst, zoals nu het geval is, maar ook hogere inkomens. Hoogwaardigheid en productiviteit zorgen voor welvaart, maar alleen als de lonen kunnen meegroeien.'


Zouden hogere lonen in productieve sectoren kunnen leiden tot nog minder loonstijging in andere sectoren? Waardoor werknemers in die sectoren dus nog minder geld kunnen uitgeven?

'Het voordeel van de jarenlange loonmatiging is dat we nu niet in de eerste plaats de lonen verder hoeven te verlagen van werknemers in minder productieve sectoren - de reële lonen zijn daar al erg gedaald. De prioriteit moest juist liggen bij het verhogen van de lonen waar dat kan. Dus inkomensverschillen worden groter, maar niet doordat sommige mensen inleveren, maar doordat anderen vooruit gaan.


'Een uitzondering moet misschien worden gemaakt bij werknemers boven de 50. Oudere werknemers verdienen 160 procent van het loon van een 25-jarige, in andere landen is dat verschil veel kleiner. In Nederland hebben we hierdoor geen arbeidsmarkt voor oudere werknemers. Als ze eruit donderen, komen ze niet meer aan de bak. Dus wie boven de 50 is, houdt koste wat het kost vast aan zijn baan.'


Betekent loondifferentiatie dat we een wat minder egalitair Nederland moeten aanvaarden in ruil voor groei?

'Je krijgt een grotere tweedeling in de maatschappij, met grotere salarisverschillen tussen hoog- en laagwaardige banen. Dat is vervelend, maar als dit bijdraagt aan het op gang brengen van de economie, dan helpt het de werkgelegenheid juist ook aan de onderkant.'


INDUSTRIELOON IN DE PLUS

De vakbonden proberen loondifferentiatie al toe te passen bij cao-onderhandelingen, met hogere loonstijgingen voor productievere bedrijfstakken, constateert Arnoud Boot. Het blijkt ook uit cijfers van werkgeversvereniging AWVN. De lonen stijgen dit jaar sneller in de industrie dan in de minder productieve dienstensector. Werknemers in de industrie kregen er dit jaar dikwijls 2 procent loon bij, collega's met een dienstenberoep vaak niets - ondanks een gemiddelde inflatie dit jaar van tot dusver 2,7 procent. Diensten (schoonmaken, horeca, zakelijk advies) zijn moeilijk productiever te maken, zoals het ook geen goed idee is om een orkest omwille van de productiviteit twee keer zo snel als gebruikelijk Beethovens Negende te laten spelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden