Verhoevens Jezusbeeld ontroert

Paul Verhoeven schreef een waardevolle biografie van Jezus, vindt Carel ter Linden. Het gaat om de vraag wat wij nu van hem leren....

Na lezing van zijn boek Jezus van Nazaret ben ik verrast door de enorme kennis van Paul Verhoeven van het Nieuwe Testament en voor het oog dat hij heeft voor de samenhang met het Oude Testament. Paul beseft hoe moeilijk het is ‘de echte Jezus’, zoals hij tweeduizend jaar geleden op zijn sandalen rondliep door het zand van Palestina, te reconstrueren. Immers, tussen de historische Jezus en mensen van nu staan twee waarnemingen in. Wie de Bijbel leest, heeft altijd twee brillen op.

Die eerste is de bril waardoor de evangelisten ieder zelf naar Jezus kijken. En die hebben het ook nog eens van horen zeggen. Als de eerste van de vier, Marcus, zijn verhaal over Jezus schrijft, is deze al zo’n veertig jaar dood. Die vier evangeliën leveren dus vier verschillende portretten op. Zo’n schrijver is niet objectief; hij is geraakt door die man en wil van hem getuigen. Dat alleen al maakt het moeilijk te komen tot een betrouwbare reconstructie van Jezus’ leven.

De tweede bril waardoor wij de evangeliën lezen is die van onze eigen tijd. In zijn Geschichte der Leben-Jesu-Forschung uit 1913 toont de arts-theoloog Albert Schweitzer aan hoezeer het onderzoek naar de figuur van Jezus in de loop der eeuwen een weerspiegeling is van de cultuur van de periode waarin dat onderzoek plaatsvond.

Paul Verhoeven heeft getracht te ontkomen aan het mogelijke verwijt dat hij zijn eigen Jezus heeft geportretteerd. Hij zet in zijn boek ook de bril af die hij in zijn jeugd een ogenblik heeft gedragen: van een orthodoxie waarbij men de Bijbelse wonderverhalen letterlijk nam, en voor wie Jezus op aarde kwam om voor onze zonden te sterven. Dat laatste heeft de kerk weliswaar niet zomaar verzonnen, het is een woord van Paulus, en het valt ook wel uit te leggen hoe deze tot zo’n uitspraak kon komen.

Paul mag dan naar die man heten, hij neemt van diens interpretatie duidelijk afscheid. ‘Mijn ambitie’, zo zegt hij in zijn boek, ‘is het levensverhaal van Jezus te bevrijden van alle spin, zoals dat in de politiek wordt genoemd.’ Daarnaast zegt hij: ‘Ik ben lang geleden afgestudeerd in de wis- en natuurkunde en geneigd om bij alles wat ik in de evangeliën lees te vragen: kan dat wel? Kun je iemand die drie dagen dood is weer tot leven wekken, kan een vrouw zwanger worden zonder sperma? Biologisch gezien zou de baby dan een soort van kloon moeten zijn, en dus Jezus een vrouw.’

De bril van de officiële kerkelijke dogmatiek heeft Paul weggegooid. Jezus heeft voor hem niets goddelijks. ‘Wij hebben’, schrijft Paul, ‘alles rond Jezus vergeestelijkt, maar ik zie meer zo’n beeld voor me uit mijn jeugd, als je met je vriendjes ging kamperen en met z’n allen op elkaar gepropt in een tentje sliep: dat was ook niet altijd een groot genoegen. Je moet ook niet vergeten dat die groep van Jezus altijd maar wat hapsnap te eten kreeg, het voedsel zal niet heel consistent zijn geweest. Het ligt voor de hand dat ze voortdurend maag- en darmproblemen hadden, met zo’n trekkend bestaan. De discipelen moeten Jezus hebben horen snurken, snuiven of winden laten.’

Even dacht ik toen: dat is nu toch weer echt Paul. Maar wat is het goed dat hij dit boek geschreven heeft. Deze tijd vraagt om een drastisch opruimen van voorstellingen van Jezus die hun tijd gehad hebben en die ook allang niet meer kloppen met voortgaande theologische inzichten. En wat is het goed dat iemand van wie je het niet direct zou verwachten met zo’n boek komt. Iemand die bovendien zichzelf niet gelovig noemt, en die toch geboeid is door de figuur van Jezus van Nazareth. Ik denk dat dat voor heel wat mensen geldt. Maar een niet-gelovige zal dat niet zo gauw hardop zeggen. Dat vind ik het moedige en oorspronkelijke van Pauls boek.

Mij ontroerde het einde, waarin Pauls hart spreekt. Hij zegt: het koninkrijk van God, dat in de ogen van Jezus en zijn volgelingen spoedig op aarde zou aanbreken, is niet gekomen. Maar zijn oproep om in zijn geest te leven, zegt Paul, blijft staan. Hij noemt bijvoorbeeld Jezus’ appèl om onze vijand lief te hebben. Dat betekent volgens Paul dat wij mensen ons altijd leren verplaatsen in onze tegenstander, en zijn visie op de zaak moeten proberen te verstaan en daarmee ook rekening houden. Dan zouden – en nu gebruik ik zijn eigen woorden – ‘de clashes of civilizations in de toekomst minder dodelijk zijn’.

Paul, dat hoop ik voor ons allemaal. Ik vermoed het ook. Dat is mijn Basic Instinct.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden