Verhalen uit Queens

Wat doet een meisje uit het cabaret van Westerbork dat de oorlog dankzij een gedwongen huwelijk overleefde in een wijk van New York?...

Vorige week was ik een paar dagen in mijn eentje naar New York. Dat is vanaf hier, Californië dus, eigenlijk bijna even ver als uit Nederland, maar lijkt stukken dichterbij als je al in de VS bent. Het is een heel ander gevoel om een internationale vlucht te maken, hoe lang zo`n binnenlandse vlucht ook mag duren. Van Oakland naar New York is heen vijf uur, terug zesenhalf. Je van Europa naar de VS verplaatsen, voelt toch altijd als een soort wedergeboorte, een totale ontleding van alle ingrediënten van je identiteit met daarna, in ietwat vernieuwde samenstelling, een voorzichtige heropbouw daarvan. Bij binnenlandse verplaatsing voel je je slechts een bevoorrecht reizend lid van een groot geheel, met beschikking over de vele werelden die de VS vormen en geef je je lijdzaam over aan de noodzakelijke security.

Hoe zou het zijn om een Amerikaan te zijn en dit privilege als jouw onvervreemdbaar recht te kunnen beschouwen, vraag ik me af. Emigreren is een gedachte waarmee we soms spelen, en die we verwerpen als we lang in de VS zijn - spelen met keuzen is ook een keuze, zij het een kinderachtige, maar verder dan de melancholie van een gedroomd afscheid komen we niet en zullen we ook wel nooit komen.

Voor een boekje over mijn grootvader dat ik hier in Berkeley aan het schrijven ben, had ik het telefoonnummer gekregen van een vrouw die mijn vader als meisje in Westerbork had gekend. Hij was 14 en zij 18. Ze danste in het cabaret dat Westerbork had. Hij was zeer verliefd. Zij zag hem niet staan, natuurlijk, en was voor hem nog tijdens die oorlog in een droom veranderd. Nadien had hij haar nooit meer gezien. Hij ging op transport, zij niet.

Ze overleefde en woont nu in Queens. Via een andere overlevende had ik haar telefoonnummer gevonden en zo had ik haar gebeld op een moedige middag. Tot mijn verrassing mocht ik meteen komen. Nu verwachtte ze me. Meteen na mijn landing zou ik naar haar toe gaan. Queens zag ik vanuit de taxi in het donker, echt gezellig zag het er in de meeste lange straten niet uit, maar ze woonde wel in een echte woonbuurt, met huizen met een trapje voor de deur en liet me binnen met mijn koffertje. Ik mocht meteen naar boven lopen, wat ik nietsvermoedend deed. Een misverstand - ze dacht dat ik bleef logeren. Dat was ik niet van plan.

Ze was klein en mager, en had lieve bruine ogen en bruin haar, mijn vaders jeugdliefde. Ze was inmiddels in de 80. Ze was een schoonheid geweest, had mijn vader geschreven. Gemmeker, de kampcommandant van Westerbork, had een beeld van haar laten maken, wat hoogst uitzonderlijk was. Na de oorlog had hij het kunstwerk zelfs mee naar Duitsland weten te smokkelen, zo wordt beweerd.

Op haar bankje praatten we over haar leven, bijna zoals ik dat had gepland, al wist ze zich geen verhalen over mijn grootvader, waarvoor ik kwam, te herinneren. Ze had in Amsterdam gewoond na de oorlog, twee jaar lang, vertelde ze, heerlijk, zei ze, in West! Maar haar man had die droom gehad, de droom om naar Amerika te gaan Uiteindelijk was ze gezwicht, hoewel ze totaal niet wilde. Nu was ze hier wel gewend, zei ze, na dertig jaar. Zesnoof. We zaten in de oude, wat uitgewoonde kamer met foto`s, versleten meubels, stof. Ik moest denken aan mijn vader - hoe hij dit zou hebben gevonden, ik, hier bij het meisje van het cabaret, dat nog steeds een meisje leek te zijn. Hij had haar natuurlijk niet echt gekend. Hoe ze gered was, had mijn vader later gehoord en beschreven in zijn boek Quarantaine, maar toen ze het opnieuw aan me vertelde, een paar maal vergetend wat ze al had gezegd, begreep ik pas werkelijk hoe het zat. Het maakte me droevig, haar verhaal, hoe wonderlijk het ook mocht zijn.

Hoe haar grote liefde, toen al ex-verloofde, als machinist vermomd, haar uit Westerbork had gesmokkeld en naar Amsterdam had gebracht. Meteen nadat haar verdwijning werd ontdekt, werd in het kamp een vriend die verliefd op haar was, met transport bedreigd als hij haar niet ging zoeken en terug zou brengen.

Toen deze vriend haar ten slotte vond, in Amsterdam, bij de `machinist`, kon zij het met dat zwaard boven zijn hoofd niet tegenover haar geweten verantwoorden om hem alleen te laten teruggaan. Iets anders was dat ze besefte dat haar grote liefde haar niet trouw was. Dat hij haar niet alleen om haarzelf had gered, maar uit plichtsbesef, omdat hij nu eenmaal verzetsman was.

Er zat niets anders op dan terug te gaan met de vriend, die anders zeker zou sterven. Om de machinist niet te verraden, hing ze bij de SS een verhaal op dat ze uit jaloezie en helemaal uit zichzelf naar Amsterdam was gevlucht en daarna trouwde ze, in het kamp, met de verliefde vriend. Dat was deel van de afspraak die hij met de kampleiding had moeten maken. De nazi`s hielden wel van een vleugje valse romantiek.

Beiden werden gespaard, zoals beloofd. Twee jaar na de oorlog ging ze met hem naar Amerika en kreeg twee kinderen van hem. Na zijn dood was ze hertrouwd.

Nu was ze opnieuw alleen. Ze vertelt hoe het niets voor haar was geweest, al dat zingen en dansen in het cabaret. `Ik was heel verlegen, zie je`

De foto die ze me laat zien, is niet die van haar eerste echtgenoot. Ook niet van haar tweede. Teder, nog steeds verliefd, toont ze me het portret van de machinist. Ook hij is allang gestorven.

Er is maar één leven, denk ik, slechts een paar gegevens tellen, wedergeboorten bestaan niet. Als de molen eenmaal in beweging komt, is er geen weg terug.

En dan is daar de taxi alweer. Ik ga voor twee dagen naar Manhattan en over twee weken weer terug naar Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden