VERHALEN OVER GRENZEN EN MENSEN

ZO'N café hebben wij niet. Caffé San Marco is oud, hoog, en ruim en is sinds jaar en dag in Triëst 'een ontmoetingsplek voor letterkundigen, liefhebbers van kunst, dichters en geleerden van alle leeftijden', zoals de folder zegt....

Ze zitten er inderdaad aan hun tafeltjes te lezen, te schrijven, te schaken, te discussiëren: tijdloze heren, wier eruditie fonkelt in hun brilleglazen. Geheime manuscripten, licht vergeeld, torsen ze mee in oude lederen aktetassen. Maar het is er niet saai of bedompt. Zelfs niet op een druilerige winterdag. Claudio Magris zit er in zijn hoek en mengt met smaak verhalen over zijn hilarische practical jokes door een sprankelend betoog waarin de onderwerpen rondcirkelen als scherven in een kaleidoscoop.

Aan de rand van mijn vroege herinneringen ligt een vaag bewustzijn van Triëst, internationale stad met een klank van melancholie. Er was een kwestie die moest worden opgelost. Mogendheden bemoeiden zich ermee. Het was de tijd van displaced persons. Mensen zochten naar een huis dat er niet meer was, naar een plek om te leven en veilig te zijn, naar een gemeenschap om bij te horen. Anderen verlieten hun geboortegrond om elders hun heil te zoeken. Europa liep leeg. De oorlog had vertrouwde plaatsen vreemd gemaakt of onbereikbaar. Ontheemden vormden een probleem, maar er waren zoveel problemen. De bewoners van Triëst hadden wel een huis en een stad, maar hoorden nergens bij.

In de oksel van de Adriatische Zee ontmoetten verschillende Europese volkeren en talen elkaar: Germaans, Romaans en Slavisch. Italianen hadden zich al sinds de hoogtijdagen van de Serenissima overal aan de Adriatische en Dalmatische kust gevestigd. De Slaven bewoonden het achterland, maar drongen op naar zee. Triëst, havenstad voor een voornamelijk Oostenrijks, Sloveens en Kroatisch achterland, had een Italiaanse meerderheid. Officiële grenzen werden steeds langs een andere lijn getrokken en vielen nooit samen met culturele grenzen. Grenzen liepen dwars door mensen heen, omdat hun moeder Sloveens en hun vader Italiaans was.

Na de Eerste Wereldoorlog wisten de Italianen hun invloed uit te breiden tot en met het schiereiland Istrië. De Joegoslaven konden zich niet verzoenen met de situatie, al helemaal niet toen Mussolini besloot de slavische minderheid in Italië te vervolgen. Als beloning voor hun rol in de strijd tegen de fascisten wilden de communisten van Tito dolgraag het betwiste Istrië inclusief Triëst terug. Ze namen eind april 1945 daadwerkelijk de stad in, maar werden twee dagen later door de geallieerden verdreven. Die hadden Triëst als havenstad nodig en wilden territoriale conflicten aan de onderhandelingstafel beslechten. Bovendien vertrouwden ze de communisten niet. De standpunten lagen onwrikbaar vast. De streek werd verdeeld in twee zones, Triëst bleef onder controle van de geallieerden.

In 1954 was de tijd rijp voor onderhandelingen. De internationale situatie was drastisch veranderd. Tito was los van Moskou en Stalin was dood. Triëst werd Italiaans, Istrië kwam aan Joegoslavië. Alles voorlopig. De cultuur in het hele gebied bleef wat ze was: een mengelmoes. De meervoudige identiteit van de mensen liet zich niet door een verdrag versimpelen.

Tegen de achtergrond van deze internationale geschillen speelt het tragische verhaal van de Monfalconesi. Claudio Magris vertelt het in Microcosmi, en opnieuw in het Caffé San Marco. Iets ten westen van Triëst ligt de haven- en industriestad Monfalcone. De bewoners waren fel anti-fascistisch en overtuigd communist. Velen vochten in de Spaanse Burgeroorlog en zaten in kampen. Na de oorlog keerden driehonderdduizend Italianen uit Istrië naar het vaderland terug, maar een paar duizend Monfalconesi besloten juist naar het communistische Joegoslavië te verhuizen om daar te helpen bij de opbouw van een socialistisch vaderland. Het geloof in Stalin had hen door de ontberingen van de oorlog heen geholpen. Voor hen bestonden geen grenzen en geen volkeren. Ze bleven Stalin trouw, ook toen Tito zich van hem afkeerde. Als dank voor hun inspanningen werden ze geïnterneerd in Tito's geheime goelag. Een hel. Opnieuw een hel.

Degenen die na een aantal jaren terugkeerden in Monfalcone, werden met de nek aangekeken door de kameraden. Hun huizen waren in beslag genomen. Omdat ze trouw bleven aan een ideaal, dat niet door hun toedoen was gecorrumpeerd, verloren ze een plek om thuis te zijn. Hun acties kwamen altijd te vroeg of te laat. De geschiedenis heeft hun ideaal achterhaald. Het verhaal van ontworteling en vernedering wordt in steeds nieuwe varianten verteld.

In Triëst spoelen vele verhalen aan. Er hangt een beetje Wenen in de lucht, een toets Milaan, een echo Zagreb, de zee is die van Venetië. In Caffé San Marco stopt Claudio Magris zijn papieren in zijn tas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden