VERGRIJZING NAAR LEVEN EN NAAR DOOD

Met het ouder worden wordt het gedicht steeds meer alleen maar taal. Met de jaren begint het zijn context kwijt te raken, de woorden verliezen de associaties die ze voor de tijdgenoten van het gedicht hadden....

Gaat het slecht met het gedicht, dan wordt het niet oud, want het wordt ouderwets. Misschien is dat 'ouderwets' wel het moeilijkst te beschrijven. Waar het gemakkelijk is, is bij revolutionaire poëzie die niet tot klassiek is kunnen bezinken. Zij blijft aan haar tijd van ontstaan gebonden, wellicht door de nadrukkelijkheid van vorm en taal. De eigenschappen van wat eens nieuw was, laten zich er altijd goed aan beschrijven. Ze zou wel eens onpersoonlijk kunnen zijn. Of zijn geworden. Wat ouderwets is, is niet individueel herkenbaar (zoals alle naar een mode van de tijd geklede en gekapte mensen op elkaar gaan lijken; ze worden representanten van een tijd die maar één gezicht heeft). Het ouderwetse vertegenwoordigt de vormen, de genres van een tijd, de taal ook. Het ouderwets geworden gedicht krijgt een anoniem karakter. Maar dan nog. Ik lees een gedicht dat 'Lenteromance' heet:

Nog zwellen de rivieren niet,

Maar 't ijs begint allengs te smelten.

Nog zijn er wolken in 't verschiet,

Toch dooit de sneeuw al op de velden.

Als jij een kamer binnentreedt,

Gaan alle harten voor je open.

Nog heb je niemand lief, maar weet:

Je zult de liefde niet ontlopen.

Het is duidelijk: de natuurweergave in de eerste strofe wordt symbolisch door de tweede. Het is ontelbare malen gedaan. Maar dat zegt weinig of niets. Onder de onsterfelijken moeten gedichten zijn van een gelijke opzet. Wordt dit gedicht dan ouderwets door de wat schoolse toepassing van het procédé, dat daardoor erg doorzichtig wordt? Maar die doorzichtigheid is ook het gevolg van gewenning bij de lezer van nu. Het gedicht kan bij verschijnen verrassend zijn geweest. Mijn gevoel van ouderwetsheid werd een lichte gêne bij de eerste twee regels van de tweede strofe. Ze buigen wel erg door onder de gevoeligheid. Een regel als 'Gaan alle harten voor je open', verdragen wij in zijn clichématigheid al lang niet meer; daarvoor heeft de poëzie te veel op het woord zelf ingezet; de zin is geen excuus meer voor het gemakkelijk woordgebruik.

Het gedicht is vertaald, uit het Russisch. Het is van Innokenti Annenski, die leefde van 1856 tot 1909. Hij debuteerde pas vijf jaar voor zijn dood. Het gedicht opent de bloemlezing Vier Petersburgers, samengesteld en vertaald door Peter Zeeman. Hij zal het gedicht, ook naar woordniveau, adequaat hebben vertaald. Dat zou kunnen betekenen dat het vers ook in het Russisch ouderwets is. En dat moet voor meer poëzie van Annenski gelden. Van een sonnet dat 'November' heet, luidt de eerste strofe:

Het avondrood is dof, verschoten,

En doods de gele dageraad.

Een tak door het kozijn omsloten,

Hing gister net zo desolaat. . .

Het is van een week, wat teringachtig symbolisme. Zou het sonnet (of het eerste geciteerde gedicht) oorspronkelijk Nederlands zijn, het zou in geen bloemlezing meer terechtkomen: het is niet oud geworden; boven taal en vorm is alleen een inhoud blijven drijven. En die geeft zelden of nooit nieuws. Maar waarom is dit kwatrijn van Osip Mandelstam (met Koesjner en Brodsky de andere drie Petersburgers) niet ouderwets, ondanks het woord 'stadig':

Geluid, voorzichtig en gedempt:

Een vrucht die van een boomtak losschiet

En in het bos het stadig loflied

Van diepe stilte overstemt. . .

En dat kan men natuurlijk poëticaal lezen. Zeeman plaatste het gedicht dan ook als eerste. 'Losschiet' en 'loflied' passen prachtig in elkaar, maar het eerste woord lijkt mij voor het gebeuren net iets te sterk. In elk geval: bij Mandelstam is het gedicht als geheel nog actief; het ligt voor de grens waarachter veroudering of ouderwetsheid beginnen. Heel mooi is 'Dag-en-nachtevening:

In 't woud zijn wielewalen, en in 't tonisch vers

Is maat een functie van de lengte der vocalen.

De traagheid van Homerische hexameters

Stroomt eens per jaar uit over velden, heuvels, dalen.

Er snijdt een kloof, nee, een cesuur door deze dag,

Die stil begon en eindeloos lijkt voort te duren.

Er grazen ossen, en de gouden loomte tracht

De rijkdom van één hele noot uit riet te puren.

Koesjner (1936) is een generatiegenoot van Brodsky. Zeeman noemt hem een 'produktief dichter van kaliber'. Hij was een aantal jaren geleden te gast bij Poetry International. Zijn verzen werden daar als proza vertaald. Zeeman heeft ze in hun strakke vormgeving, inclusief rijm, vertaald. Het merkwaardige is dat de gedichten er eerder onhandig, in elk geval wat stijfjes en schools van zijn geworden. Een beetje gewoon ook, soms wat schraal, juist wanneer men in deze bundel geconfrontreerd wordt met de overvloed van Brodsky, die haast per regel het woord laat triomferen. Elke regel is haast vol.

Ook in de vertaling brengen talloze woorden hun associaties nog mee. De dode dichter leeft nog per woord en zijn poëzie heeft nog een hele toekomst van voortdurende metamorfoses voor zich. En onze context en associaties zullen daarbij steeds meer verdwijnen. Bij lezing van Brodsky werd ik mij van een 'waarderingsprincipe' bewust: dat gedicht is goed, dat een heel groot aantal goede regels heeft. Daardoor kan het zwakke plekken verdragen. Brodsky haalt per gedicht bijna het maximum aan sterke regels. Lees maar een van de 'Venetiaanse strofen':

Licht wrikt uw oog als een oester open. Beierende klokken

waarmee uw ontwakende oorschelp wordt overstroomd,

zijn kudden koepels, op weg naar de drenkplaats, aangetrokken

door wat water ze toont.

Open luiken teisteren uw neusgaten met gesmolten

chocolade, lompen, sterke koffie, cichorei.

En Sint-Joris doopt zijn lans in de draak z'n keelholte,

als in inkt schrijfgerei.

Tegenover Koesjner ben ik toch onrechtvaardig geweest. Hij schreef een der mooiste liefdesgedichten die ik ken. En de misschien soms niet te sterke woorden worden (toch!) meegevoerd in een prachtig ritme. Het is titelloos. De eerste regel luidt: 'Te praten met jou is het grootste geluk dat bestaat' Het mooie is de dubbelzinnigheid van het hele gedicht: het kan wens en werkelijkheid zijn. Maar dat geldt waarschijnlijk voor alle liefdespoëzie. Het is het natuurlijk allebei! Dat kan liefdespoëzie zo jong houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden