VERGISSEN IS EEN DEMOCRATISCH RECHT

EEN ding staat vast: Duitsland is een moderne, volwassen democratie geworden, die de vergelijking met alle andere democratieën van het Verenigd Europa met glans kan doorstaan....

De immer sluimerende angst dat een hoge werkloosheid en maatschappelijke achterstanden in de Oost-duitse Länder tot een radicale ruk naar rechts zouden leiden, bleek voorlopig ongegrond. De geschiedenis herhaalt zich nooit op eenzelfde manier.

De oudere generatie heeft zich nog lange tijd zorgen gemaakt om Duitsland. Discussies over 'Duitsland Nu' (anno 1962) of over de vraag 'Mogen wij nog anti-Duits zijn?' hebben tot diep in de jaren zestig gewoed en recentelijk heeft de Amerikaanse socioloog/historicus Goldhagen nog eens geprobeerd de oude vraag naar de karaktertrekken van een heel volk nieuw leven in te blazen. Nederlandse scholieren gaven vorig jaar anti-Duitse antwoorden op knullig gestelde vragen. Waar komt die achterdocht tegen het huidige Duitsland toch vandaan?

In het boek uit 1965 'Mogen wij nog anti-Duits zijn?' (met bijdragen van de oude Willem Drees, L. Aletrino, schrijver/criminoloog J.B. Charles en H. Wielek) schrijft de psychiater Hans Keilson dat men nooit een globaal oordeel kan geven over een geheel volk en dat de eigenschappen van een volk nooit een blijvend gegeven zijn, maar veranderen onder nieuwe omstandigheden. Een heel wijs woord. Een nationale identiteit of een nationaal karakter, van welk volk dan ook, bestaat niet. Het is steeds een meer of minder bewust gecreëerde, ten behoeve van bepaalde belangen en verlangens aangewende, sociale en politieke constructie.

In dat boek wordt de hoop uitgesproken dat de Nederlandse en de Duitse jeugd in de toekomst elkaar de vriendschapshand zullen reiken. Die toekomst is allang uitgebroken. Het wordt nu tijd dat de Nederlanders een volwassen houding aannemen tegenover hun jonge en oude Duitse leeftijdgenoten. Duitsland is een prima land met een prima democratie.

De Duitse kiezers hebben zich nu geschaard onder het pragmatische midden van Gerd Schröder. Hierdoor begint de volgende Europese topconferentie (in Duitsland) te lijken op een sociaal-democratisch onderonsje. Het blijft een merkwaardig fenomeen: overal waar de sociaal-democratie ideologisch opschuift naar het midden, doen ze het goed bij de moderne kiezers. Overal waar ze haar veren verliest, wint ze de verkiezingen. Wim Kok krijgt Europese aanhang.

De sociologische verklaring voor deze politieke regelmatigheid zou kunnen liggen in het feit dat alle moderne Europese samenlevingen structureel middenklasse-samenlevingen zijn geworden, dat wil zeggen dat iedereen, zo omstreeks de 95 procent, zich zelf tot het 'brede maatschappelijke midden' rekent. Men wil zich in grote meerderheid niet meer rekenen tot de 'handarbeiders' (daar zijn er letterlijk niet meer zo veel van). Men hoort in eigen ogen niet meer tot de 'lagere klassen', maar natuurlijk ook niet tot de 'hogere' klassen of tot de nationale elite. Men is in meerderheid geseculariseerd, gelooft niet meer in God, verdraagt veel levenstijlen naast elkaar en gunt elkaar voldoende individuele ruimte.

Kortom, men voelt zich, net als de lijsttrekkers Blair, Jospin, Schröder, Kok 'gewone mensen' die rationeel op komen voor hun 'gewone' belangen. Men doet op de belangrijke momenten mee aan de verkiezingen en kiest dan de partij, die de belangen van de middenklassen niet in gevaar brengt.

Die belangen worden niet meer ideologisch gedefinieerd. De moderne kiezer wil prettig werk en een regelmatig inkomen, dat niet eens uitzonderlijk hoog hoeft te zijn. Voldoende sociale zekerheid, die best wel een beetje mag veranderen, maar per se niet mag verschrompelen. Men wil ruime individuele keuzen, maar gunt dat ook aan de groep minderbedeelden.

De ideologisch geladen waarden van weleer, vrijheid en gelijkheid, komen voor de moderne kiezers gewoon neer op werk, werk en nog eens werk en op de daarbij behorende sociale zekerheid. Dat is precies wat Schröder beloofd heeft, maar waar hij over vier jaar op dezelfde wijze over zal kunnen struikelen als Kohl nu gedaan heeft. Belofte maakt schuld.

Immers, vier jaar zullen te kort blijken om drie fundamentele problemen van Duitsland voldoende te lijf te gaan: de hoge werkloosheid, de gelijke kansen voor de inwoners van de Oostduitse Länder en de positie van de grote groepen immigranten, die in Duitsland - anders dan in de andere Europese landen - geen stem- en nationaliteitsrecht hebben.

Men kan wel hoopvol naar het Nederland van Wim Kok kijken, maar hier heeft het toch meer dan tien jaar geduurd, eer het poldermodel enige zichtbare reductie van werkloosheid opleverde. De gelijkberechtiging van het Oosten zal, ondanks alle inspanningen, zelfs meer tijd vragen.

Over vier jaar zal men weer de kant van de oppositie kiezen, want boven alles is de moderne Europese kiezer heel snel teleurgesteld. Democratie is het recht van burgers om elke vier jaar de verkeerde beloften te geloven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden