Vergilius

Wat niet voorbij gaat: Vergilius' Aeneis. Ze noemen het epos 'klassiek' en dat betekent al snel 'oud', 'bijgezet', 'voor het museum'....

Het was Pablo Vergilius Maro, kortweg Vergilius, die in elf jaar tijd Rome haar oergeschiedenis bezorgde, de fundamenten van haar grootsheid, de onontbeerlijke mythe voor haar bestaansrecht. Vergilius schreef het Oude Testament van de Romeinen, in twaalf boeken, in een branding van verzen, een epos dat dwars door de eeuwen stroomt, tegen het tij van vergeten in. Aeneas, de held, is een zwerver, een verslagene, een vluchteling weg van zijn verwoeste vaderstad Troje. Hij blijkt de stamvader van Rome te worden, die van storm naar storm, van kust naar kust, van oorlog naar oorlog ten slotte landt in Italië, land van bestemming. Vergilius kleedt zijn legendarische verschoppeling meestal in een wapenrusting, met om zich heen 'een ijzeren oogst van getrokken zwaarden', de vechtende vreemdeling gedreven door een donker lot dat hij volgen moet. Maar hij is meer. Aeneas is ook de minnaar, hij is ook de zoon van een aanbeden vader. Die twee gestalten, maken hem menselijk, en ondermijnen zijn krijgshaftig statuur. Maar omdat de Aeneis de tragiek niet ontlopen kan, begeleidt de vervloeking van Dido, zijn beminde koningin van Carthago, hem de rest van zijn leven. En verlaat de melancholie om de dood van zijn vader Anchises hem nooit meer. 'Leer, mijn jongen, van mij moed en het werk van de oorlog, maar van anderen geluk', zegt Aeneas tegen zijn eigen zoon, in de beproefde, intense, klassieke en vloeiende vertaling van M.A. Schwartz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden