Vergeving was voor Otto Frank belangrijker dan schuld

Toen de Engelse kunsthistorica Carol Ann Lee (1969) het idee opvatte een biografie van Otto Frank te schrijven, leek de vraag wie de familie heeft verraden haar slechts van zijdelings belang....

Als hoofdverdachte gold lange tijd de voormalige magazijnchef van Opekta, de groothandel in pectine waarvan Otto Frank de directeur was. Vervolgens figureerden de inbrekers die Otto Frank in het voorjaar van 1944 tijdens hun nachtelijke werkzaamheden tegen het lijf waren gelopen als de meest waarschijnlijke daders. Maar hun identiteit is nooit vastgesteld. En Melissa Muller, de Oostenrijkse biografe van Anne Frank, wees in 1998 een schoonmaakster op de loonlijst van Opekta aan als de meest waarschijnlijke kandidaat. Maar haar onderbouwing overtuigde bijna niemand.

Carol Ann Lee leek het bij die vaststelling te willen laten. Bovendien bevatte het leven van Otto Frank ook zonder suspense al voldoende drama. Hij had met patriottische ijver meegevochten op de slagvelden van Vlaanderen en Noord-Frankrijk, hij was getuige geweest van hongersnood en revolte, hij had het familiefortuin zien slinken onder invloed van de hyperinflatie, hij maakte de opkomst van Hitler mee, bouwde in Nederland een nieuw bestaan op, werd toch ingehaald door het noodlot, en overleefde als enig lid van zijn gezin de holocaust.

Hoe heeft hij zich kunnen handhaven in de maalstroom van de geschiedenis, vroeg Lee zich af. En bovenal: hoe heeft hij zich kunnen verzoenen met de dood van zijn (eerste) vrouw en zijn beide dochters zonder in bitterheid of haat jegens zijn vervolgers te vervallen? 'Hij stelde eigenlijk maar weinig belang in de beantwoording van de schuldvraag', zegt Lee. 'Daarmee kreeg hij zijn familie immers niet terug. Met vergevingsgezindheid meende hij zich beter te kunnen wapenen tegen het verleden en tegen het feit dat hij in dezelfde wereld leefde als de daders.'

Daarin ging hij zover dat hij nazi-jager Simon Wiesenthal feitelijk dwarsboomde bij diens zoektocht naar Karl Josef Silberbauer, de Oostenrijkse SS'er die de leiding had over de inval in het Achterhuis op 4 augustus 1944. Ofschoon hij was toegerust met een goed geheugen, figureerde de man die hem naar de poort van de hel had geleid in zijn getuigenissen als Silberthaler. En toen Wiesenthal de juiste identiteit had vastgesteld, schoot Frank de vroegere edelgermaan met ontlastende verklaringen te hulp.

'Hij respecteerde Silberbauer', weet Lee. 'Zoals Silberbauer Frank zou hebben gerespecteerd. Toen hij vernam dat Frank als officier in het Duitse leger had gediend, gelastte hij zijn kompanen hun wapens weg te doen, en gunde hij de familie een uur om zich klaar te maken voor transport. Frank meende zelfs dat hij hen zou hebben gered als hij alleen zou zijn geweest.'

Toch vormt het verraad van het Achterhuis het Leitmotiv van het boek. De auteur werd daartoe, naar eigen zeggen, gedwongen door het curieuze dienstbetoon van Frank aan de gedetineerde NSB'er Tonny Ahlers. In de tweede helft van 1945 bezocht Frank hem ten minste vier maal in de Scheveningse strafgevangenis. De eerste maal op 20 juli. Nota bene twee dagen nadat hem van betrouwbare zijde was meegedeeld dat zijn dochters Anne en Margot in maart aan vlektyfus waren bezweken.

Kennelijk sterkten deze gesprekken Frank in de overtuiging dat hij en zijn gezin gedurende de bezetting Ahlers' protectie hadden genoten. Hij ventileerde die visie althans in diverse brieven. Ahlers poogde de Politieke Opsporingsdienst te imponeren met de steunbetuigingen van Frank. Op de oprechtheid van deze sentimenten is wel wat af te dingen. Frank en Ahlers waren verwikkeld in een macaber arrangement waarbij de een de ander een doodskus kon toedienen.

Het voorspel begon in 1941, toen Frank op het Rokin zijn oud-employé Joseph Jansen ontmoette. Deze vroeg, zo herinnerde Frank zich later, 'of ik nog altijd goederen uit Duitschland ontving aangezien ik toch Joodsch was, wat ik bevestigde'. Jansen sprak daarop de verwachting uit dat de oorlog spoedig ten einde zou zijn, 'waarop ik antwoordde (. . .) dat dit niet het geval zal zijn, en dat de Duitschers het nog flink te verduren zouden krijgen'.

Thuisgekomen maakte Jansen een schriftelijke samenvatting van het gesprek met de bedoeling er de Duitse autoriteiten van in kennis te stellen. Hij moet Tonny Ahlers, die reeds voor de oorlog een reputatie als anti-joodse agitator had opgebouwd, als betrouwbare trait-d' union hebben gezien. Maar Ahlers toog met de belastende brief naar Frank, die hij nooit eerder had ontmoet, en deed er tegen betaling van tien gulden afstand van. Frank vulde dit bescheiden bedrag met nog een aantal donaties aan - naar eigen zeggen op basis van vrijwilligheid - en ging vervolgens een zakelijke relatie aan met Petoma, het inkoopbureau van Ahlers.

De ongelukkige verbintenis hield stand tot de zomer van 1944, toen Petoma failliet ging. Daarmee kwam mogelijk een einde aan de bescherming die Frank had genoten. Lee kent vooral veel betekenis toe aan de omstandigheid dat de premiejager Maarten Kuiper op 3 augustus 1944, de dag voor de inval in het Achterhuis, de woning aan de Jan van Eyckstraat betrok die tot dan toe door Ahlers was bewoond. De omstandigheden leenden zich voor de uitwisseling van informatie.

Voor de betrokkenheid van Ahlers bij de aanhouding van de familie Frank kan vooralsnog slechts indirect bewijs worden aangevoerd, geeft Lee toe. Ahlers was niet aanwezig bij de inval in het Achterhuis. Het fatale telefoontje naar de SD is naar alle waarschijnlijkheid niet door hem gepleegd. En er kan geen reçu voor de uitlevering van negen onderduikers worden getoond. Maar zijn antecedenten en de chronologie van de fatale gebeurtenissen spreken tegen hem.

Maar volgens Lee ontleent de biografie van Otto Frank daaraan niet haar betekenis. 'Zelfs als mijn hypothese ooit zou worden weerlegd, rest de opmerkelijke rol die Ahlers heeft gespeeld in het leven van Frank. Hoe schimmig de figuur van Ahlers ook moge zijn geweest, hun afgedwongen bondgenootschap geeft profiel aan Frank. Tot dusverre was dat een nogal eendimensionale figuur: de begripvolle, geduldige en ideale vaderfiguur. Nu blijkt die vader onder ongewone omstandigheden beoordelingsfouten te hebben gemaakt. En dat maakt hem er heel wat menselijker op.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden