Vergeving en pragmatisch eigenbelang; CAMBODJA

DE DODEN van Pol Pot zijn nog altijd niet geteld. Zijn de Rode Khmers verantwoordelijk voor de dood van drie à vier miljoen mensen, zoals de door Vietnam in het zadel geholpen regering van Hun Sen destijds beweerde?...

Het lijkt haast of het de wereld niet veel kan schelen of Pol Pot vier miljoen doden op zijn geweten heeft of 'enkele duizenden', zoals de dissidente Rode-Khmerleider Ieng Sary ooit heeft beweerd. Toch is niet één van die doden vergeten. Iedere Cambodjaan die het schrikbewind van de Rode Khmers heeft meegemaakt, leeft met de herinnering aan dierbaren die verdwenen: echtgenoten, ouders, kinderen, buren, leraren.

Doodgeschoten, doodgemarteld, doodgewerkt, doodgehongerd, of bezweken aan ziektes die op ideologische gronden niet met buitenlandse medicijnen mochten worden genezen.

Niets van dat alles is vergeten. Maar de vergevingsgezindheid van de Cambodjanen is frappant. Dat bleek al in de vluchtelingenkampen in Thailand, waar na de Vietnamese invasie van eind 1978 de uitgemergelde slachtoffers van Pol Pot hun bamboebarakken en hun dagelijkse rantsoen waterige rijstsoep moesten delen met al bijna even uitgehongerde Rode Khmers. 'We weten allemaal wie hij is', zei een van de vluchtelingen over zijn buurman, een Rode Khmer die zijn halve dorp had uitgemoord. 'We zullen nooit kunnen vergeten wat hij heeft gedaan. Maar zolang hij zich netjes gedraagt en zijn mond houdt, zullen wij hem niets doen.'

Deze vergevingsgezindheid is als een balsem voor de diepe wonden die in de Cambodjaanse samenleving zijn geslagen. Ze maakt menselijk leven mogelijk te midden van de massagraven. Ze voedt de illusie van vrede te midden van de nog altijd niet uit de weg geruimde mijnenvelden. En ze schraagt de wederopbouw van een moedwillig verwoeste natie.

Alleen Pol Pot zelf, de levende dode die zich schuilhoudt in de jungle langs de Thaise grens, kan geen vergeving vinden. Hij is de belichaming van het kwaad geworden en alles wat er mis is in Cambodja wordt nog altijd op zijn conto bijgeschreven. Maar zelfs zijn Parijse studiegenoot en zwager Ieng Sary, die hem in de jaren 1975-'79 diende als vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken en daarvoor later bij verstek ter dood werd veroordeeld, heeft gratie gekregen nu hij Pol Pot in de steek heeft gelaten.

Koning Sihanouk heeft hem die gratie overigens niet zonder hartepijn verleend. Want Ieng Sary heeft zich niet bepaald als een berouwvolle verloren zoon gedragen. Zijn hele optreden is een glasharde ontkenning van het verleden. Bij zijn terugkeer uit de jungle droeg hij niet, net als zijn drieduizend meegekomen strijders, het groene uniform met Mao-pet van de Rode Khmer, maar het safaripak van de Aziatische zakenman. Hij had een bril op zijn neus, alsof Pol Pot destijds niet alle brildragers als gevaarlijke intellectuelen over de kling had gejaagd. En hij zei botweg dat hij nergens spijt van had, omdat hij zelf geen enkele schuld had aan de vele doden.

De meest vooraanstaande Cambodjakenners ter wereld achten het uitgesloten dat Ieng Sary niets te maken zou hebben gehad met de genocidale activiteiten van zijn zwager, premier Pol Pot. Op zijn minst was hij verantwoordelijk voor het lot van de ambtenaren en diplomaten op zijn ministerie van Buitenlandse Zaken: van de meer dan duizend Cambodjanen die in 1976 naar hun vaderland terugkeerden om te gaan werken voor Pol Pots buitenlandse dienst, waren er drie jaar later nog maar tweehonderd in leven.

Toch hebben de beide co-premiers van de Cambodjaanse regering, prins Norodom Ranariddh en Hun Sen, de koning overgehaald Ieng Sary genade te schenken. Ieng Sary was nog altijd een belangrijk man bij de Rode Khmers. Hij stond aan het hoofd van een flink aantal soldaten en beheerste een aanzienlijk deel van het gebied dat de Rode Khmers in handen hadden. Als het de regering lukt vrede met hem te sluiten, blijft er van Pol Pot en zijn Rode Khmers niet veel meer over dan een bende struikrovers.

Vooral omdat - en daar draait alles nu om - Ieng Sary juist het gebied in handen had (en nog altijd heeft) met de voornaamste bronnen van inkomsten van de Rode Khmers: edelgesteenten en tropenhout. Sinds China in 1991 zijn steun aan de Rode Khmers stopzette, was Pol Pot volledig aangewezen op deze natuurlijke rijkdommen. Het is een miljoenenhandel, die verloopt via Thaise tussenpersonen.

Ieng Sary kan zijn huid duur verkopen en heeft dus heel wat noten op zijn zang. Hij eist voor zijn dissidente Rode Khmers een aantal hoge posten op in de Cambodjaanse strijdkrachten, waaronder die van adjunct-chef-staf. En hij wil de zeggenschap houden over het rijke gebied rond Pailin, dat hij liefst als autonome provincie onder eigen militair gezag zou houden.

De Cambodjaanse regering onderhandelt bereidwillig over de opname van Rode Khmers in het nationale leger. Maar van een autonome provincie kan natuurlijk geen sprake zijn. Als er met het teakhout en de robijnen uit Pailin goed geld kan worden verdiend, dan doet de regering dat liever zelf. Vergevingsgezindheid en vrede zijn prachtig mooi, maar ze gedijen het best op een rijke voedingsbodem van pragmatisch eigenbelang.

Van over de grens slaan de Thaise handelaren de onderhandelingen tussen de regering en de Rode Khmers met begerige blikken gade.

Marianne Boissevain

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden